Zuid Frankrijk

 

 

29 juni le Puy en Velay  rustdag

Wat doen we op een dagje rust? Uitslapen tot 7.30……. J heeft toch echt een ander ritme als thuis. De sokken, de onderboksen en t-shirts wassen we in de wasbak van de jeugdherberg. Drogen is geen probleem met deze temperatuur. Dan de stad in want er ‘moet’vanalles. Ook al is le Puy een onbekende stad, we hebben onze boodschapjes vlot gedaan.

Bij la Poste staan we, dankzij de oplettendheid van P, meteen in de goede rij.

Aan een tafeltje in het postkantoor lezen we alle brieven. De postbeambte maakt er samen met ons een feestje van. Met de mimiek van Toon Hermans volgt hij ons leesvoer. Bij ieder geluid van ons spreekt z’n gezicht boekdelen. Heerlijk al die lieve brieven, kaarten én dropjes.

De foto’s worden in enkele minuten op een cd gebrand. Verwondering over de hedendaagse techniek. Via het scherm kijken we terug op ons beeldverhaal van 10 weken. We weten nog iedere stap….  In de boekwinkel vinden we de felbegeerde miam miam bobo, een actuele gids waarin we alles kunnen vinden over eten en slapen.

Na een kleintje koffie kunnen we de toerist uit gaan hangen. Als we alle treden genomen hebben, weten we niet wat we met de kathedraal en haar zwarte Madonna aanmoeten. Het brengt ons niets, we missen sfeer en intimiteit. Wat een verschil met de aankomst in Vézeley…..  Teleurstelling is een groot woord, maar we geven er wel de brui aan. De rots van St Michèl (sorry Mies) beklimmen en de Notre Dame willen zien heeft voor ons geen meerwaarde. Geef ons die ” kleine-klote-kerkjes” maar.

Het stadse leven valt ons zwaar, flaneren op bergschoenen gaat ons niet goed af. Op een terras met donkere stoeltjes dienen levensthema’s zich in variaties aan.

Soms lopen gedachten je voorbij als je tot stilstand komt. Wanneer is het juiste moment? Hoe intensief ook; de diepte van dit contact is zo vol van betekenis en zo oprecht, dat het al het geloop tot hier wel waard is.

Bij het Syndicat d’Initiative openen we na anderhalve week eindelijk ons gastenboek. Iedere keer zijn we verrast, door nieuwe en trouwe lezers. Dank aan de mobiele typistes M&C en fotograaf R

Met kilo’s water, wijn, en eten sjouwen we de kriskras straatjes omhoog. Op het balkon van de jeugdherberg voelen we ons best. De drukke stad ligt aan onze voeten, wij bekijken hoe we morgen verder gaan. De betteraves (rode bieten) zijn een ontdekking, samen met een pond taboulé en een liter rosé de Coteaux de l’Ardeche.

F. komt nog even een praatje maken, hij is bijna incognito want hij heeft z’n baard eraf laten scheren! De toegift komt van een koorrepetitie die klinkt uit de openstaande ramen aan de overkant…..

 

30 juni Le Puy en Velay – St Privat-d’Allier 24 km.

Om 6.45 gaan we over de lavakeien de steegjes door en dan de trappen op naar de kathedraal. F sluit zich aan. Eigenlijk verwachten we veel pelgrims ( wat is veel?) in de mis.Le Puy is immers het vertrekpunt voor een pelgrimage naar Santiago de Compostella.

Die duizenden kwamen lang geleden.Vandaag komen er een paar dagrugzakjes, maar daar blijft het dan ook bij. De tassen van de Vlaming en het koppel uit Nederland blijven de grootste én de zwaarste. De mis is net als bij ons, allen de voorganger is hoger in rang dan mijnheer pastoor. Tenminste, dat vermoeden wij, want  hij heeft een paars kepeltje op. Na de egen maakt hij er een gezellig onderonsje van met de kerkgangers. Hij vraagt de pelgrims waar ze vandaan komen, en grapt en grolt nog wat. Wij kunnen dit rappe frans echter niet volgen, maar we hebben sterk de indruk dat hij zichzelf graag hoort praten! Oeps, inmiddels zijn we er achter dat het de bisschop is!

Met een medaillon van de Notre Dame ( voor ons mam) en een vette stempel treden we in de voetsporen van zovelen die de Via Podensis voor ons liepen. Ieder met een eigen verhaal.

Als we de stad zijn uitgeklommen kijken we nog eenmaal om naar het silhouet van de stad.

Op de rue de Compostella overvalt ons min of meer de gedachte dat we vandaag over de helft zullen lopen. Tjee, onvoorstelbaar, al meer dan 1500 kilometers in de benen. Dat gaan we onderweg vieren!

Dus … voorwaarts, de oude pelgrimsweg op. Een misschien wel eeuwenoude weg over de kasseien. We zijn zo gelukkig dat we hier lopen! Spontaan horen we M en C zingen: Wij zijn samen onderweg  Halleluja .

Het fototoestel maakt overuren, iedere stap die we zetten vraagt om een foto. De vergezichten, de verschroeide heuveltoppen, afgewisseld met loofbos. De bloemenberm met het schitterende blauw van de ossentong of hondstong, de vlinders worden steeds groter, P over een bruggetje, de eerste geitenhouderij, het is allemaal even geweldig.

Het is net of we de energie voelen van al die honderdduizenden mensen die hier voor ons liepen. Wauw, de route gaat hier nota bene ook nog langs een kraterrand. Kicken om hier te lopen. Als vanzelf lopen we door onze vakantie herinneringen. In 2005 liepen we op IJsland met zo’n 40 graden minder ook op zo’n rand. Half bevroren, en met een enorme windkracht  liepen we daar toen gevaarlijk te doen op zo’n richel.We bekennen meteen: dit klimaat bevalt ons bijzonder! Het eerste kleine-klote-kerkje ( pardon) wat we zien in St. Christophe sur Dalaizon is uit de 12e eeuw. Gebouwd uit lavastenen, de rechte voorgevel heeft bovenop een kroontje. Dit is onze smaak we vinden het zo mooi.

De stapelmuurtjes die we overal in het landschap zien brengen P weer op verhaal. Bij iedere variatie en een stapeltje stenen weet hij te vertellen “kijk hier stond een huis , daar een verdedigingsmuur, en zo loopt de oude weg”.Ramourouscle heeft een kruis uit 1631, wij rusten er, terwijl naast ons de kippen broeden op een nest in een uitbundig bloeiende vlier. Ondertussen tellen we toch heel wat rugzakkers op de weg. Praktisch als P is telt hij er zo 20. Eind van onze etappe is een plek met meer dan 20 slaapplaatsen, dus we hoeven niet te reserveren. Het kappelletje even voor Montbonnet is van een ongekende schoonheid. Even voorbij dit kerkje worden we op onze wenken bediend. We willen immers vieren dat we halverwege zijn! Een richting aanwijzer met: le chemin St. Jacques is voor ons een dikke kus en… een foto waard. Ook de laatste kilometers zijn een feest, prachtige paadjes tot het eind. Echt waar, deze dag heeft alle ingrediënten die we ons dagelijks wensen. Het feestje gaat door als we de gîte d’étappe binnenstappen. Een super gîte met zelfs een plankje voor J. d’r bril bij het bovenste stapelbed. Ruim een uur later arriveert F. Vol vuur verteld hij over zijn dag, laat foto’s zien van geel walstro, en een bijzondere groene rups. Hij laat zich pas onderbreken als P. de brandende vraag stelt:”wat eten wij vandaag?”Gezamenlijk doen we boodschappen. F zorgt voor een verrukkelijke ratatouille.P maakt lentilles vertes du Puy ( groen linzen)met daarbij een smakelijk stukkie lamsbout van de slager. J weet het: laat die mannen maar kokkerellen! Midden in het rumoer van een groep excentrieke Italianen smullen we van dit alles. Deze jongelui met overal piercings en tattoos maken bijzondere muziek, we gaan luisteren…Onder de sterrenhemel horen we middeleeuwse muziek, gespeeld op een soort doedelzak. De klanken worden weerkaatst in deze vallei, zo mooi… zo speciaal….

Dat we dit mee mogen maken.

 

1 juli St. Privat d’Allier – Sauges  18 km

Ontbijten midden in de natuur om 6.30 uur, op een stapelmuurtje een km of 3 buiten St. Privat Alle vogels zingen voor ons terwijl de zon de aarde opwarmt. Al snel zien we de resten van een toren, ooit een verdedigingswerk voor de hele vallei. Pal er naast een pittoresk kapelletje gewijd aan Sint Jacques. Als we er naar toe lopen zien we een verlengkabel er ook naar toe gaan. De koster is aan het stofzuigen. Dit huiselijke geluid hebben we in geen weken gehoord.  Ineen zacht schijnsel van licht staat een piete-peuterig altaartje met een gekantklost kleedje. De vloer is gedeeltelijk rots en de rest planken. Op de vier bankjes kunnen maximaal 12 parochianen zitten. Hier in Rochequde een mis bijwonen moet een hellebelevenis zijn. We duiken naar beneden via de rotsen, er is geen pad (zoek je weg broeder).

Twee maal expresso rond koffie tijd, uitzonderlijk! We weten dat we zometeen heel veel hoogtelijnen gaan nemen. Het is voor trouwe lezers waarschijnlijk reuze saai al dat geklim, maar voor ons is het elke keer weer enerverend. Als we even rond kijken zijn we net twee dampende paarden.

Als we de Franse pelgrim moeten geloven is het vandaag de zwaarste etappe van het Centraal Massief.

Wat we zien zijn basaltzuilen in staande en liggende formaties, overblijfselen van een heel oud vulkanisch gebied. Het doet ons enorm denken aan Hodga Kletter op IJsland. Op de top vinden we schaduw, we rusten op een balk. Grote bosmieren komen aan onze tenen ruiken. De Nutella is chocoladesaus geworden. We hebben geen bezwaar en bestrijken stokbrood er rijkelijk mee.

Vlot bereiken we Sauges.

De laatste twee plaatsen van de gîte d’étappe zijn voor ons, de rest was al geserveerd. Bescheiden als we zijn instaleren we ons op een 5 persoonskamer. Als de beheerder komt moeten we verkassen; voor ons is de 2 persoons-super-de –luxe-kamer met douche en toilet privé! Lang uit op bed schrijven we het reis verslag en maken het plan voor morgen. P. kokkerelt in de cleane keuken , zo schoon was het niet eerder. Lekkere verse ravioli verijkt met ansjovisjes in een bolognaise saus en een grote krop sla-tomaat-ui-paprika. Erbij een rode vin de table, we klinken op iedereen die vandaag vakantie heeft gekregen.

 

2 juli Sauges-les Faux 25 km.

 De stad slaapt zijn roes uit, Frankrijk heeft de halve finale van het WK voetbal gehaald. Om 7 uur beginnen we aan de zondagse wandeling. De eindeloze sporen van koeienflatsen op de weggetjes ruiken naar vroeger. We belanden midden in een kudde die vanaf de stal naar de wei wordt gedreven door de boerin en haar hondje. Een paar kilometer lopen we met de kudde op. Onophoudelijk klinken de koeienbellen. Voor het eerst zien we de gele Gentiaan bloeien. De Fransen maken van deze plat een aperitief. We hebben dit bittere gele goedje al eerder mogen proeven. Vanmorgen waren de koeien nog roodbont en blaarkop, vanmiddag zijn het van die typische zuidelijke koeien, cognackleurig, indrukwekkende horens, en lieve donkere ogen.

Onophoudelijk wapperen ze met hun oren om de vele insecten te verjagen. Vandaag overstemmen de koeiebellen het vogelengezang. De weipalen zijn in deze streek van graniet. De boeren gebruiken simpelweg wat het meest voorhanden is.Schots en scheef is er een roestig prikkeldraadje langs getrokken. Genoeg om het vee bij elkaar te houden. Meten als we het departement Lozère inlopen komen we bij de kapel van st. Rochus. De deuren zijn gesloten. We zakken neer op de drempel. We koelen af op het graniet, en net als we weer aanstalten maken om te vertrekken komt de koster aanrijden. Een heel vriendelijke man, die de deuren voor ons opent.Een te keurig, te strak kapelleke, maar wel een mooie stempel!Rond de klok van15 uur zijn we in les Faux. Ook na 10 weken is het iedere keer weer een verrassing waar we terecht komen. De gîte van l’Oustal de Parent scoort hoog; We hebben een slaapzaal met 20 bedden voor ons alleen. Met geurtje en kleurtje schuiven we aan in het restaurant.

P. heeft namelijk demi pension gereserveerd. De opening is een gebonden groentesoep, gevolgd door Boeuf Bourgignon met pasta en verse boontjes. De hoeveelheden zijn berekend op een tafeltje van 4. We eten alle schalen leeg! Als we laten zien dat we ook voor 4 personen van het kaasplankje kunnen smikkelen, krijgen we een glimlach van de vermoeide uitbaatster.

We sluiten af met koffie en een pruimentaartje met frambozensaus. Oh ja, een half litertje rode wijn en 2 liter water. Een nieuw record: vandaag dronken we samen  10 liter water!!! Stel je voor, dit is een emmer vol.

   

 ----------------------------------- 2006  WEEK 27 --------------------------------------

  

3 juli, Les Faux – Aumont-Aubrac – 21 km.

In de bar van het hotel serveren ze een voortreffelijk ontbijt. Behalve het bekende stokbrood met jam, kun je cornflakes, kazen en fruit van het buffet kiezen. Daarbij royaal koffie en jus d'orange. Het kost even moeite om ons los te maken van deze luxe. Het is bewolkt deze ochtend en dat geeft een andere kleur aan de dag.

Fijn om niet meteen in de knallende zon te lopen.Onderweg zijn we langs talloze kruizen gegaan. In Limburg zijn het meestal van die ijzeren versierd met een smeedwerk, waar een spreuk op staat. Vaak versierd met een bloemenperkje. In België is het kruis heel eenvoudig. Stuk ijzer verticaal en een stukje ijzer horizontaal. In Noord-Frankrijk is het kruis van hout, en naar mate je verder naar beneden loopt zie je er steeds minder. Sinds Le Puy en Velay zijn we in het land van de stenen kruizen. Op veel plaatsen zie je zo’n kruis en voorbijgangers leggen er één steentje op of bij. We kennen de betekenis hiervan niet, maar op sommige plekken ontstaat een hele verzameling. Het steentje – meegenomen van onze geboortegrond – dragen we tot Guz-del-Ferro in Spanje. Stel dat we zover komen, dan vertellen we meer….. 

In het landschap dwalen we over weggetjes die wit lijken tot aan de horizon. Naast ons uitgebloeide brem en overal groepjes naaldbomen in verschroeide veldjes. Dansend over de dennenappels zien we het vee van de Aubrac dat moet leven van de verdroogde pollen. De koeien in Nederland zijn toch maar wat verwend met groen, mals gras.

Trouwens de loslopende honden zijn al dagen braaf. Bij gebrek aan gezelschap lopen sommigen kwispelend een eindje mee. Anderen kijken ietwat meewarig naar zo’n stelletje landlopers en leggen hun koppies weer op de voorpoten. Vandaag lopen we licht; gisteren zeulden we 5,5 liter water mee. Nu kunnen we met een half litertje toe, want we kunnen tanken in Saint-Alban-sur-Limognole. Anderhalve liter eau de source is genoeg voor de resterende 15 kilometer. Het is veel minder warm dan gisteren.

In de verte zien we de regen naar beneden komen, het geeft een mooi babyblauw licht. Af en toe lijkt de regendreiging dichtbij, het is een geruststelling dat we weten dat je er niet tegen kan lopen. We pauzeren terwijl er een paar spetters vallen. Een stuk of wat pelgrims trekken ons voorbij. We worden erg serieus genomen en met respect benaderd door de Franse heren, nu ze weten dat we uit Les Pays Bas komen à pied. Overal waar we ze tegenkomen nemen ze hun hoed af en geven ze een hand. Bonjour ça va? Ça va bien, merci en verder gaan we weer. Aumont-Aubrac heeft voor J een magische klank. Het klinkt zo zonnig, zo verweg, zo veelbelovend. En dat is het ook, bij de kerk zit een dame met een strooien hoedje op.  Het lijkt of ze ons verwacht, ze veert op om de kerk te laten zien en een stempel van Saint-Etienne in de credential te zetten. Tegenover de kerk is La Salle Paroissiale. Van een man vol tattoos krijgen we de sleutel. Voor een vrijwillige bijdrage liggen we weer riant. Nou ja…… als P gaat douchen, deelt hij de douche met een salamander. Het bed bouwen we met twee matrassen op de grond. Toch een kermisbed terwijl het in Overasselt kermis is. De keuken is nogal vettig en bedompt. Even alles onder de kraan en het raam open. Dan is de keuken van ons. P maakt ratatouille op eigen wijze. Het moet vermeld, die Franse wortels zijn inderdaad veel lekkerder C en C! Daarbij de kip aanbevolen door M en M. Eigen idee zijn de in hun schilletje gebakken aardappeltjes. In de zon op een bankje is het om 20.30 uur gewoon 33 graden Celsius, wat een land!

 

4 juli Aumont -Aubrac  Nasbinals  27 km. 

Op 1 juli zenden we het volgende berichtje aan H.: We zijn 4-7 in Nasbinals A75 tot Aumont –Aubrac, dan D 987. SMS terug: Nasbinals klinkt goed, kusch, Hansch.

De volgende dagen hebben we geen netwerk meer.

Vanochtend mist, in een kleine wereld kletsen we zonaar Quatre Chemins.

Bij boerderij/bar Chéz Régine schuiven we aan. Onder de terrastafeltjes scharrelen de hennen en de hanen.De katten en de honden krabben zich helemaal suf. Tussen de kippenstront drinken we het smerigste bakje koffie van Frankrijk.

J hoeft opeens niet meer naar de WC…. Weg wezen hier, voordat we zelf jeuk krijgen.

Vanafhier lopen we de uitgestrekte woestheid van de Aubrac in. Het glooiende landschap is bezaaid met rotsblokken, van kiezel tot zwerfkei.Ze liggen verstrooid, alsof Zwarte Piet pepernoten heeft gestrooid. Wij weten dat het komt door vulkanische activiteit en verschuivingen van enorme gletsjers . Ooit was dit gebied een uitgestrekt woud, waar menige pelgrim ten prooi viel aan wilde dieren en bandieten. Precies in deze omgeving past het ezeltje dat ons tegemoet komt. J. loopt  met een Oh Lola gevoel naar het diertje toe.

Op 50 meter afstand begint de kerel die bij het ezeltje hoort al te schreeuwen dat hij geld wil voor zijn ezel, en geld wil voor de weg naar huis. Door zoveel bombarie is het ohh gevoel meteen verdwenen. J wil zelfs geen foto van deze luidruchtige gelukszoeker. Zo’n wandelende attractie mag stil aan ons voorbij gaan.

Geef ons maar de kleine vogeltjes die –net als Robbie de Roodborst- steeds met ons mee reizen. Roc des Loups, de wolvenrots is voor ons vandaag het hoogste punt ( 1261mtr).

Het uitzicht is adembenemend. Ruim 3 kwartier brengen we er door. Wat zal het hier nog mooier zijn als over een paar weken de rotsen in een deken van paarse heide liggen. Nu bloeit het knalroze steenanjertje, overal zijn wilde tijm tuintjes. Het blad en de statige stengels van de Gele Gentiaan zijn zo fotogeniek, dat we ze nogmaals op de foto zetten.

De wind heeft hier vrij spel, ieder druppeltje transpiratie wordt meteen droog geblazen.

Veel en vaak drinken blijft van belang. Het is de enige manier om de voeten goed te houden. Verwend tot het end (via zandpad) lopen we Nasbinals in. We balen dat we nog steeds geen netwerk hebben, en dus H niet kunnen bereiken. Het enige wat wel kan is een strategische plek kiezen ten opzichte van de D987. Toevallig een terrasje…..

Rosé wordt geserveerd met een ijsklont. Het lijkt afgesproken werk als na 15 minuten er een rode Audi aan komt rijden!!

Wat een goed en warm weerzien na 11 weken. Heerlijk om weer bij elkaar te zijn en bij te praten. H kan een beetje aan ons pelgrimsbestaan ”ruiken” op de slaapplaats: een drie persoons kamer in een sympathieke gîte.

Bij het restaurant serveren ze gerechten van de streek. We gaan voor de l’Aligot, een aardappelpuree met veel boter en crème fraîche en héél véél kaas. Zoveel dat je van de puree lange draden kunt trekken. Daarbij voor H en J une viande rouge en voor P une sausisse grillée. De kaasplank is zo goed dat we bedanken voor het taartje toe.

De Fransen zijn nog in de race om wereldkampioen te worden, dat kleurt de sfeer in het café.

Op groot én kleinbeeld is de wedstrijd Italië- Duitsland te volgen. Tussen al die voetbaldrukte heeft J haar eigen schermpje: Internet! Complimenten voor de webmasters  J en A, die perfect de foto’s gekozen hebben bij de reisverslagen.

Als Duitsland verliest zijn de Fransen uitgelaten. De typische barman geeft een rondje!

  

5 juli Nasbinals- rustdag 

Vandaag is in alle opzichten rust, ook geen schrijfsels. We drinken er eentje op Eric, en de volgende is voor Frankrijk. Zenen met 1-0 van Italië !

 

6 Juli Nasbinals- St Chély-d’Aubrac 17 km.

Samen met H hebben we het zo vertrouwd, en zo goed gehad, dat het afscheid heftig is. Dikke kussen, groeten, tranen en de boodschap: “wees voorzichtig”.

Ai het is moeilijk om los te laten. Graag hadden we met z’n 3tjes nog wat langer opgetrokken.

Ai het is een pijnlijke wetenschap, dat H over een uur of 12 weer op bekende en vertrouwde grond is. We kunnen zo instappen om alle lieverds, schatten en dierbaren te omhelzen. Het voelt voor ons allebei zwaar om toch te kiezen voor de onbekende weg naar Santiago. De regen camoufleert onze natte wangen. De donkere luchten passen precies bij onze stemming. Daarbij gaan we bergafwaarts, een neerwaartse spiraal in alle opzichten. Zoeken naar woorden die passen bij deze emoties. Het ritme van onze voeten is heilzaam, de vertrouwde cadans brengt orde in een wirwar van gevoelens. Langzaamaan klaren we op, en bij een mooi stroompje is er helderheid….

Wij gaan vandaag voor 17 km…..

We delen de laatste kmters met Karin en Frankie uit Gent, die een stuk van de GR 65 lopen. Niks pelgrim, niks St Jaques, gewoon vakantie. Zij gaan in een  chambre d’hote, wij in de gemeentelijke gîte . Het is hier behaaglijk en gezellig, precies wat we nodig hebben.

De pomelo met jambon de pay is een aanrader, de soupe au piston wordt een maaltijdsoep met het restje pasta van gisteren, daarbij een salade van tomaat en ui, en een yoghurtijsje na. Wij zijn prima onder de pannen. Het regent onophoudelijk, terwijl in Nederland de mussen van het dak vallen!

  

7 juli St. Chély-d'Aubrac – Espalion  22 km

De slaap heeft goed gedaan, we zijn weer helemaal opgeklaard. Het weer nog niet. Vanuit de badkamerraam zien we de pijpenstelen naar beneden komen. In deze perfecte gîte zetten we nog een koffietje en dan stappen we aan. Ook met natte straten ziet St. Chély er vriendelijk uit. Via een bruggetje uit de 16e eeuw gaan we het beukenbos n. Door de sluiers damp en nevel wanen we ons in een witte-wieven-decor. De nattigheid deert ons niet. Sterker nog, na al die hitte is de frissigheid van harte welkom. Ook de koeien van d'Aubrac staan tevreden in de regen te rumineren. Ondertussen zijn we aan een afdaling begonnen die 16 km zal duren. Meestal errug belastend voor de onderste contreien. Deze is echter fantastisch. Zoetjesaan gaan we via een mooi pad naar beneden. We swingen over keien en leisteen. Het vraagt wel concentratie, want het is glad en we willen geen natte voeten halen in de vele plassen.

In St.-Côme-d'Ot is het droog, wat een schattig oud plaatsje. De natuursteenhuizen hangen tegen de vakwerkpandjes en overal de kunstige leistenen daken.

In de kerk zien we Frankie en als vanzelf belanden we op het dorpsplein voor een glaasje rosé. Met C en F lopen we de laatste 6 langs de Lot.

In hun vrije tijd zijn het hardlopers en dat is te merken, ze hebben een flink tempo.

Bij de gîte communal zeggen we elkaar gedag. We installeren ons, met toestemming, op de kamer voor gehandicapten. Ruimte genoeg en eigen WC en stortdouche. Ook een wasmachine is beloofd. Jammer dan. Zoals wel vaker hier: en panne!

Het wordt ruimschoots goedgemaakt door de groentenboer. Hij heeft nog 1 stronk BROCCOLI en dat is de onze! Ruim 11 weken geleden aten we voor het laatst onze lievelingsgroente. Met gebakken piepertjes en een kipfilet is het een topper! Het is lange gang voordat het op tafel staat. De krappe – coin – cuisine deelt P met 6 (vermoedelijk) uitgetreden nonnetjes. Hij geeft hen wat kokkneepjes prijs, zij raken allen wat van de kook van hem….

   

8 juli Espalion – Golinhac 27 km

Wat kan de ochtend veel moois geven. In de villawijk bloeien de hibiscus en hortensia’s uitbundig.

Buiten de stad klimmen we naar St. Pierre-de-Bessuéjouls. Zo gaan we de mist in, figuurlijk dan. Een aparte, mysterieuze wereld, waarin enkel de contouren van bomen, rotsen en heggen zichtbaar zijn. De spinnen hebben hard gewerkt; ze hebben schitterende webben gemaakt. De dauw hangt zwaar aan de fragiele draadjes. Het Romaanse kerkje met de rode voorkant past precies in het decor. Bij de afdaling lopen F en K in ons voetspoor. Met z’n 4-tjes lopen we Estaing in, en daar schijnt de zon. Koffie en thee bij een bar, daarbij eten we ons brood uit de tas. We zien dat de fransen dat ook doen en aangezien het ons goed uitkomt doen we gewoon mee.

Estaing oogt pittoresk, wij begrijpen dat M&M&P3 hier een goede tijd gehad hebben. Veel honden hier, maar Spetter komt niet voorbij. We gaan weer in de benen en lopen op met La Lot. Tussen de bomen door laat ze zich zien als een groene spiegel. Om Estaing achter ons te laten moeten we een flinke bult over. J voorop met P in het kielzog. Daarachter K, F maakt het licht uit. Het wordt stil en stiller… nou ja, je hoort hijgen en puffen. J heeft de fik weer in de voeten en dat is niet fijn. De rust is welkom en geheel hersteld lopen op de laatste 6. De schaduw op het terras van l'Auberge Bastide d'Olt is weldadig. F leert ons een Pelforth drinken, een smakelijke bruin biertje. Met 2 x 6,5% in de benen slepen we ons naar de gîte en installeren ons op het dortoir trois. Dat is de goedkoopste optie, een slaapzaal die we delen met “bekenden”. We herkennen de rugzak van Job uit Oud-Beijerland. De andere is van de fransman. Er zijn nog 2 platte bedden over, altijd luxer dan een stapelbed. Na wasje, plasje etc. zien we iedereen in het restaurant. Inmiddels is ook de Engelse jongen aangeschoven, slaapt ook op dortoir 3. Hij begon vanaf Le Puy en Velay met 40 km per dag maar is geheel genezen. Hij loopt nu gewoon ons ritme. Hij kan nu zelfs in het Nederlands zeggen: “de man met de hamer”. Met z’n 6en eten we een kippensoep, een stoofschotel kip met rijst en wortels. Bladerdeegappeltaartje met zoet sausje na. De kannen rode wijn zijn zo leeg. Nog een laatste pintje voor P, een verre vin rouge voor P en J.

 

9 juli Golinac – Conques  21 km

Als een dag van niks begint deze zondag. Geen zon, geen regen, geen wind. De tocht naar Espeyrac is aardig, maar niet zo bijzonder om over naar huis te schrijven. We zien verder ook geen mens. De Fransen maken zich op voor de WK-finale vanavond. Enkel pelgrims op de weg. Job heeft het niet gemakkelijk, zijn schema om op 3 september in SdC te zijn lijkt strakker dan wat zijn voeten willen. Athel, de 19-jarige jongen uit Londen, is letterlijk aan het rennen om ons voor te blijven. Dat is zijn doel voor vandaag. Ook madame Tortue is al dagen onderweg. Iedere ochtend vertrekt ze al voor zessen. Ze loopt 2 à 3 km per uur en komt dus elke avond laat aan. We hebben bewondering voor haar doorzettingsvermogen. Voor F en K is deze etappe een peulenschil. F was op de marathon ooit 8e van België en K heeft ook veel hardloopwedstrijden in de prijzen gelopen.

Om Conques te bereiken duiken we een diep dal in. De rotsen op het pad zijn soms blauw, de stapelmuurtjes erlangs zijn begroeid met mosjes. Als we de oude straatjes inlopen breekt de zon door. Voor ons steekt een rups de weg over. Niet zomaar één, het 10 cm lange beestje is limoengroen met lichtblauwe knopjes waaruit haartjes steken. Wat een prachtige vlinder zal dit worden! Het volgende cadeautje is de ontvangst in de Abdij van de Norbertijnen. De rugzakken worden aangenomen. We krijgen koffie en zelfs BRAVO en applaus als we vertellen dat we vanaf huis zijn komen lopen. De vrijwilliger draagt de tas van J naar de slaapzaal. Hij is wat gedesoriënteerd maar al z’n zorgen komen uit een goed hart. In het duister gaan we de uitgesleten treden van de wenteltrap uit 1087 op en komen uit op een schoon en fris dortoir met magnifiek uitzicht op de bossen in de vallei. Het diner is aan lange tafels in de eetzaal. Geen gebed; wel een populair praatje door de monnik in wit.

Ze serveren een visterrine, moussaka, kaasje en citroentaartje na. We snappen echt niet hoe het komt maar alle restjes eten en wijn komen naar onze tafel. Paul Poubelle grappen de Vlamingen. Opschieten, om 20.30 uur is het avondgebed met een zegen voor de pelgrims. De abt heeft J gestrikt om een gebed te doen in het Nederlands. Daarom mag ze plaatsnemen in zo’n belangrijk bankje waar de monniken ook zitten. Het is J nog niet eerder gebeurd dat ze met badslippers in de kerk was. Een apart sfeertje. In de kerk de monniken veelal uit de Franse koloniën, op de achtergrond horen we het gejuich en de toeters van de voetbalsupporters. De monniken bidden en zingen. Door een simpel handgebaar begrijpt J dat ze haar gebed voor kan lezen. Nog nooit heeft ze in het openbaar gesproken met zoveel wijn op. ( click op de videofragment hiernaast) De minuten stilte daarna doen haar enigszins twijfelen aan de timing. Toch zingen ze na een lange stilte weer verder. Tijdens de passage speciaal voor de pelgrims wordt iedereen rond het altaar uitgenodigd. Tot haar verbazing wordt J achter het altaar gevraagd door de Abt. Hij leest voor in het Frans. J tolkt in het Nederlands. Het is een tekst waarin het gevoel van onze tocht herkenbaar is. Het moment waarop we gevraagd worden om ons te draaien naar een mooi beeld en een flakkerend kaarsje krijgt ULTREÌA betekenis. De Franse pelgrim DaCosta zingt heel mooi en zuiver. De Abt Jean-Daniel kruipt tenslotte achter de vleugel en speelt het Franse volkslied. Dan worden we min of meer de kerk uitgebonjourd want er is een concert. Op de een of andere manier blijven F en J in de kerk. Ze raken in gesprek over werk en meer. F als inspecteur bij politie loopt dikwijls tegen onmogelijke keuzes aan die mensen in het leven maken. Hoe herkenbaar voor J. Je houding als professional en als mens kunnen dan enorm met elkaar botsen. Waar ga je voor, wat is de verstandigste keuze. Die van het hart of van het verstand? Het is een bijzonder gesprek daarin de basiliek. Wij danken frère Jean-Daniel met een handdruk en mengen ons met de voetbalsupporters. Sjips, Italië wint.

   

----------------------------------- 2006  WEEK 27 --------------------------------------

  

10 juli Conques – Linvinhac-le-haut  24 km

Als J boven in het stapelbed de ogen opent lijkt het alsof de droom verder gaat. Door het hoge open raam kijkt ze vanuit haar bed zo de vallei in. Er is een schitterend schouwspel gaande, van zon en nevel. Het ochtend ritueel is extra aangenaam omdat J een restje olie van Weleda heeft geconfisqueerd. Het stond op het schap met gevonden en verloren spullen. Als pelgrim kun je nemen wat je kunt gebruiken. Samen met de monniken in pijen in allerlei grijstinten ontbijten we. Voor het eerst in weken is er een grote schaal yoghurt waar je met een pollepel uit kunt scheppen, jammie. Veel beter dan die één-happertjes van Danone. We verlaten Conques, parel aan de pelgrimsweg. Het sprookje duurt voort, de steegjes, de pandjes ademen geschiedenis. Stap voor stap klimmen we de vallei uit. Hier op dit uitgesleten rotspad zijn tienduizenden ons voorgegaan. Zeker weten dat hier de zweetdruppels en vloeken van velen liggen.

Opnieuw een sprookjesachtige atmosfeer wanneer we boven de mist lopen, de heide bloeit! Met het zicht op Decazeville gaan we languit luieren. Als we verder gaan leert de kaart ons een harde les, we zijn nog lang niet zo ver als we dachten. Dan blijkt de weg te lang, de berg te hoog, de zon te heet, gewoon afzien…. In een kerkje klinkt klassieke muiziek, mooi genoeg om bij ons een snaar te raken…

Pas rond 17.00 uur komen we geheel gesloopt in Livinhac aan, we worden letterlijk opgevangen door F en K, zij halen met zorg de boodschappen. Wij herstellen stukje bij beetje. We slapen in een heel oude toren, waar alles scheef is. In de tuin eten we hasta-la-pasta met veel groentjes en spekjes. De geitenkaas heeft de vorm van een hartje, wat een hartelijkheid en lieve zorgen van Frank en Karin!

 

11 juli Linvinhac-le-haut – la Cassagnole  27 km

De weg was 90% asfalt en daar houden we niet van. Tot overmaat van ramp steken we niet binnendoor, gewoon niet opgelet. ESDB zou Fried in z’n dagboekjes schrijven: Eigen Schuld Dikke Bult dus. De gîte maakt veel goed. Een paradijselijk mooie plek, een oase van rust. Het is een Vlaamse feestdag deze 11e juli, aanleiding voor F en F en K om een Bourgondisch feestje te geven. Wij worden getrakteerd en ook Athel wordt uitgenodigd. F maakt zijn befaamde bloemkoolsoep, we eten heel de pan leeg. Het lamsvlees à la P, de boontjes en salade zijn verrukkelijk, en het Cantalkaasje en geitenkaasje gaan goed samen met de wijn van het huis. Al eerder sprak A zijn bewondering uit voor de sterke armen van P. Nu vat hij goede moed. Hij wil handdrukken met P. Aan de tuinbank nemen beide partijen plaats. Degene die wint geeft een rondje rode, de verliezer doet de afwas. Onder de indruk van P z’n muscles doet A de afwas, wij drinken er nog eentje.

We hebben A geleerd te leven als God in Frankrijk…

  

12 juli le Cassagnole – Cajarc  25 km

Hey E, het leven begint bij de 40! Gefeliciteerd jongen. Wij nemen de tassen weer op en na 3 kwartier komen we in Faycelles. Een echt Zuid-Frans dorpje uit een toeristenboekje. Overal kuipen met oleander en agapanthus. Veel zwembaden, hier wonen de rijken. Van de overdadig bloeiende lavendel plukken we iedere dag een takje. We steken het tussen de rugzak, zo wordt het zoiets als een geurzak..

Daarna lopen we door, een zeer oud landschap, de weggetjes voeren ons langs cazelles, heel oude ronde stenen huisjes. In Grélon picknicken we op ’n muurtje bij de kerk. Wandelaars ontlopen elkaar niet zo gemakkelijk, binnen 10 minuten zijn ook A en F en K bij het muurtje. We vereeuwigen A in het rode T-shirt dat hij van F gekregen heeft. A zoekt opnieuw een uitdaging en wil vanavond met P een partijtje worstelen. Hij krijgt de opdracht van P om als eerste in Carjac te zijn. Hollend gaat ie er vandoor. Die is gek!

Gestaag trekken we door een woest langschap van rode aarde, stenen, rotsen en jeneverbes. Enige getuige van beschaving ooit is dolmen die we zien. Wat lager op de helling groeit buxus in het wild. Vogels hoor je nauwelijks. Japie krekel en Garry Grasshopper laten zich des te harder horen. Wat een klereherrie maken die beesten. Af en toe zou je ze uit willen zetten. Wij zetten door, snoepen van de massa’s pruimen die over ons pad hangen. Het is heet in het oude Carjac maar jullie raden het al: K en F hebben de Leffe koud staan. Inmiddels heeft zich ook een Corsicaan bij ons gezelschap gevoegd.

Met z’n zessen eten we meloen en ham, gebakken verse worst met rijst en veel groentjes. Toe kaas en aardbeien met kwark. De Corsicaan José noemt het een maaltijd voor een bruiloft…

  

13 juli Cajarc – Varaire 27 km

We zien het eerste veld bloeiende zonnebloemen! Eensgezind staan ze met hun snoetjes naar de zon. We wanen ons in tijden van Keltische beschaving. Hoeveel kilometers muurtjes zijn hier door mensenhanden gebouwd? Hoe leefden mensen hier eeuwen geleden? Waren deze muurtjes ter verdediging, of ter bescherming van wilde dieren?

Nu is er een overbevolking van sprinkhanen. Bij iedere stap springen ze op als in een vlooientheater. Wij hebben de swing weer te pakken. Zo in de 12e week ervaren we dat zo lang en zo ver lopen op alle fronten een slijtageslag is. Vanmorgen stonden we op met spierpijn, dus we herstellen minder snel. Vermoeidheid speelt voor het eerst een rol. De gaten vallen in onze T-shirts en sokken. De binnenvoering van P zijn schoen moet gerepareerd. Allebei zijn we toe aan nieuwe zolen. Daarbij worden we lek gestoken door beesten die we niet kennen, de rode jeukbulten zijn ons inmiddels wel bekend. Onderwerp van gesprek bij de pelgrims is quatorze juilliet, de nationale feestdag. Waar slapen we, waar fourageren we, op de dag dat ALLE Fransen feesten? Met vertrouwen zijn we hier gekomen, dus het zal wel goed komen. Dat geldt ook voor de extra kilometers die we maken door een (wandel)wegomlegging; ook daar komt een eind aan. De ontvangst in de gîte door de baas in z’n hemd, het maakt niet uit. Het plekkie is toppie, de epicerie tegenover en we liggen met z’n allen op de slaapzaal. De deal is snel gemaakt, samen met A en F en K gaan we koken. Die Vlamingen weten wat lekker is; als aperitief een rillette de canard, verse tagliatelle met paprika-tomaat-spekjes. De Cantalkaas is weer onweerstaanbaar. Super rosé van Moulin de Canterone, coteaux du Quercy drinken we uit coca-cola glazen. Voor het slapen gaan een spelletje scrabble in 3 talen….

  

14 juli Varaire – Le Peche 20 km

Goedemorgen. Fried heeft na check check en dubbelcheck zunne selder onder z’n bed laten liggen. We ontfermen ons over de bouillonblokjes en beslissen dat de selderij na 2 dagen rugzak in de prullenbak mag. Een feestelijk ontbijt met eitje en sapje. De Nutella maakt het feest compleet, omdat we vieren dat we nu echt 89 maanden samen zijn. Vorige maand een foutje in de telling.

A ontbijt met ons en dan sporen we hem aan om te vertrekken. Hij mag er 32, wij minder dan de helft. Het is aandoenlijk om te zien dat hij het zo moeilijk heeft met het afscheid van zijn twee dads en mums.

Het is te merken dat we de toppen en diepe dalen van het Centraal Massief verlaten. We gaan verder in vlakker land. De boeren combainen, het stro wordt hier nog geperst in de ouderwetse kleine pakken. Precies in de rust krijgen we een SMS van Aukje en Gosse. Ze lopen vandaag hun eerste etappe in Spanje! In de mist trekken ze door de Pyreneeën. Geweldig dat ze ons dat laten weten! In gedachten lopen we nog steeds met elkaar mee. We SMS-en terug dat we ongeveer 17 dagen achter hen zijn en dat we de hoed van Gosse op zullen pikken… (oh, wat erg als je je vertrouwde hoofddeksel vergeet, het gaf al die tijd zoveel bescherming). Maar als pelgrim lijkt het alsof je steeds meer kunt missen, nietwaar, bovendien vind je ook nog wel eens wat. Tot onze grote verbazing komt A in de verte aansjouwen. Zijn Engelse gidsje heeft hem een omweg via Bach gewezen.

 

Midden op de zandweg kruisen A en P de “degens” en met de rugzakken op beginnen ze een robbertje te worstelen.

 

 Als 3 musketiers gaan we verder. A rent zich weer los, kilometers verder ligt hij weer langs de weg op ons te wachten. Hij wil e-mail en zo. Wederom bye bye en wij gaan verder.

Dan telefoontje van F en K: de gereserveerde gîte in Le Mas de Vers blijkt een zwijnenstal met een stomdronken eigenaar. De intuïtie van onze politie-inspecteur klopt dus, F kon al aan de telefoon horen dat het niet deugde. Pauzerend in de berm waarschuwen we A om hier geen kraantjeswater te nemen, dan gaat ie met een beteuterd gezichtje de laatste zware 16 km tegemoet.

We trekken plan 2, bij Le Peche 5 km verder kunnen we nog reserveren, wat een geluk! Samen met F en K zweten we naar Le Peche. We delen een 4-persoonskamer in een hutjemutje gîte. Het is er klein en propvol. Erger nog, er is niks te drinken. Het houdt ons wel bij de les, de plannen worden gesmeed voor het weekend. Afstanden, slaapmogelijkheden, eten, duur of goedkoop, de mogelijkheden worden gewikt en gewogen. P is met het kabeltje van de oplader de afstanden op de kaart aan het meten. Uiteindelijk komt het goed tegen etenstijd, in de privé-koelkast van de eigenaar is bier. De rode wijn serveert hij in een karaf. Ondertussen breekt er een flink onweer los. We zijn onder dak, ons wasje is droog en de eigenaar van de gîte kookt. Dat is genoeg voor het “luxe” leven van een pelgrim. Met z’n 12-en eten we een onduidelijke sjoep. De cassoulete is stevige kost van witte bonen, kip en worst. Het toetje is een soort flan met honing. Nu nog een karafje rood. We spreken af dat P om 07.00 uur mag ritselen met de plastic zakken….

  

15 juli Le Peche – Cahors  13 km

Alle 4 slecht geslapen. Was het de benauwde kamer, de mug bij F, de dikke duim van een wespensteek bij K of het stinkbed van J? Om 4 uur werden we wakker van een poes die in onze kamer kwam miauwen. Enige paniek wanneer P z’n ortheses weer kwijt is. Na 3 keer de rugzak in- en uitpakken zit het talkpoederpotje toch in de rode plastic zak. Opluchting alom. P zou niet meer zonder die wondertenen kunnen. Dan kachelen we naar Cahors, waar we ons installeren in de troosteloze uitgewoonde jeugdherberg. Joepi, wel een wasmasjien! Terwijl het wasje draait, doen we alle 4 een middagdutje.

Dwars door de kamer spannen we een drooglijntje. Dan gaan we apart de stad in.

De kathedraal heeft nog oude muurschilderingen, de kloostergang en de geheime tuin met buxus en lavendel ademen een verleden. Verder is de stad vooral heet, opvallend veel zwervers met een hond. Ze snuiven in het openbaar. Gadverdamme, de kauwgom plakt onder de schoenen. Opvallend veel Nederlands horen we om ons heen en andere kaaskoppen herkennen we aan roodverbrande huidjes. In een duister internetcafé surfen we naar onze site. Verbazing dat het reisverslag tot op de letter gelezen wordt. P maakt een hotmail adres aan, misschien kunnen we dan weer mailen.

Na 16.00 uur hebben we afgesproken met F en K op een terras. Twee keer proosten we met een biertje: 1 x op Luc, 1 x op Frank.

Dan naar de Spar, een ruimgesorteerde supermarkt. Tjee, het is altijd wat, nu alles te koop is hebben we geen keuken. Dus maken we een koud buffetje met scherpe olijven, rillette van gans, sla, gegrilde kip, tomaat, mozzarella en Cantalkaas. De rosé is dezelfde als gister, de rode is van Cahors (nog geen wijngaard gezien). Dit copieuze maal mogen we gebruiken in het  – gesloten – restaurant van de jeugdherberg. In ruil hiervoor geven we de conciërge een roseetje. In het restaurant is het aangenaam koel; buiten is het niet te harden. Om 22.00 uur nog smoorheet!

 

16 juli Cahors – Espayrac 25 km

Opstaan zondagochtend om half 6, het moet niet gekker (en heter) worden. De geur van fris wasgoed uit de wasmachine zullen we voor altijd nog meer waarderen. De laatste keer dat we de hele handel konden wassen was bij Kathleen. Dat is toch alweer een maand geleden. Alle dagen wassen we de kleding die we aan hebben maar dat is meer iets van hopje-hopje effe door het sopje

Als we Cahors verlaten werken we ons meteen weer in het zweet. Via trappen gaan we het eerste stuk, van boven kijken we op de stad aan de rivier de Lot neer. De lucht is gekleurd met een prachtig ochtendrood. De huizen aan de rand van de stad lijken op Spaanse haciënda’s. Pracht huizen, vaak met zwembad. J nodigt P uit om op een rustdag een hotel te boeken met piscine. Uitgerekend nu heeft P zo’n oppepper verdiend! Hij is over z’n hele lijf geprikt en die insectenbeten veroorzaken heftige reacties. Op z’n mooie bronsbruine benen zitten rode plakkaten die zelfs pijn doen bij het lopen. Het woordje JEUK is verboden om hardop te zeggen, want dan krijgen we allebei acuut weer …..  Na 3 uur stappen staan er midden in de natuur 2 ijzeren stoeltjes. Onweerstaanbaar op dit uur, we eten er een broodje. De krekels gaan weer flink tekeer, dus het zal wel warm zijn. De koeien zoeken beschutting onder een boom en de paarden staan loom in de wei. De enige actievelingen zijn de hagedissen. Ze schieten vooruit op ons pad of ritselen in de berm. Het pad is vaak van wit gesteente, de zon ketst zijn stralen erop. Het is zo fel dat je je ogen achter de zonnebril tot spleetjes samenknijpt. Hier en daar is de aarde gebarsten van de droogte. Het landschap wordt anders als we de eikenbosjes en witte paden achter ons laten. Hectaren zonnebloemen strekken zich voor ons uit. In Noord-Frankrijk zagen we hoe ze gezaaid werden, nu buigen ze hun hoofd plechtig naar passanten. We zijn beiden verrukt door de afwisseling van dit landschap, we hebben het nog nooit gezien. Het groen van de maïs, het geel van de zonnebloemen en het koper van de gemaaide graanvelden glooiend tot aan de einder.

Dorst krijg je er wel van, er gaan liters water door op dagen als deze. En J krijgt koppijn van deze hitte. Op een dubbele paracetamol komt J samen met P aan in een plaatsje van niks: Escayrac.

We slapen en eten bij een l’habitante. Er hangt een klein bordje in haar tuin: chez Lucette. Wat een verassing dat we in de kost zijn bij zo’n Franse moeder in een blauwe bloemetjesschort. We zagen zulke typetjes al vaker in de gehuchtjes op straat, maar deze zondag hebben we moeder in de schort voor ons zelf. Ze is schattig en druk, toch kunnen we haar rappe Frans volgen. Na douche en wasje (hangt op het kerkplein) rusten we onder de parasol. Het is weer eens een duizendste tref dat haar zoon viticulteur is, wij proeven zijn rosé: Le Peche d’Akzonne. Het is een bio-wijn die hoog scoort. Tjee, wat hebben we het goed! Ons moeder serveert een voorgerecht van geraspte wortel, boontjes, tomaat en mozzarella overgoten met een beste olijfolie. Dan komt ze met een prachtige aardewerk schaal met daarin gevulde aubergine, tomaat en een soort paprika op een bedje van ratatouille. Alles komt uit haar eigen tuin, je proeft er de zon in! Toe een sappige meloen, die haar kleinzoon gisteren in de buurt geplukt heeft. Moeders eet met ons mee, dat vindt ze gezellie. Wij vinden haar ook erg innemend. J maakt tig foto’s van Toemie de kat. Om 21.00 uur gaat Madame Caumont nog een rondje door het dorp maken van 25 inwoners. Even iedereen laten weten dat zij 2 pelgrims – helemaal te voet  uit Nederland -  te  gast heeft. Wij slapen sinds een maand weer in een 2 persoonsbed.

   

----------------------------------- 2006  WEEK 28 --------------------------------------

  

17 juli Escayrac – Aube Nouvelle bij Durford-Lacapelette

Na een goede nachtrust zorgt ons moeder in een schone blauwe schort voor een ontbijtje met zelfgemaakte pruimenjam. In de ochtendvroegte wandelen we in onze dromen. Ooit heeft J samen met Anita dit Frankrijk willen zien. Een ongeluk besliste anders. Nu zwerven we van het ene naar het andere zonnebloemenveld. De bloemen stralen ons tegemoet, het lijken ontelbare toeschouwers. Sommigen buigen plechtig het hoofd, veel lachen ons bemoedigend toe en enkele verdenken we ervan dat die ons uitlachen. We begrijpen dat. Als we een bergje op gaan kijken we op een geel-groen-gestippeld tapijt. In Bonal kunnen we producten van de boerderij kopen. Met F en K zetten we het bankje in de schaduw en lessen onze dorst met de huisgemaakte punch. Recept: pers citroen uit, voeg hierbij honing en vul dit aan naar smaak met ijskoud water. Gisteren heeft een insect P goed te pakken gehad. Het begon met een rood plakkaat halfweg bovenbeen tot halfweg onderbeen. Het epicentrum ligt net boven de knieholte en is geëvolueerd tot een harde schijf die heet aanvoelt. Smeren met Nestosyl geeft enige verlichting. Ondanks dit ongemak stapt P fier door het rijke land van de Tarn en Garonne. Links augurken, rechts meloenen, paprika’s, perziken, pruimen en druiven. In J’s gedachten is deze dag er echt eentje met een gouden randje… Ai, het laatste stuk is brandend zand. Kapot door de hitte peuren we de laatste kolometers eruit. Het is al dagen ’s middags 40 graden. Aube Nouvelle is een oase, koel fris water en klassieke muziek op een schaduwrijk terras. Vanavond doen we alsof we de Staatsloterij hebben gewonnen. Voor een kijkje: www.chez.com/aubenouvelle . We zitten riant in de tuin als Athel aan komt waaien. Nieuwe schoenen, nieuwe hoed, hij drinkt een rosétje  mee en P deelt z’n pompoensoep met het zorgenkind. Tjee, deze jongen had allang in Moissac moeten zijn. Maar nee, hij was om 11.00 uur in Lauzerte en sliep de halve dag in een weiland. Zo kom je er nooit! We eten verder van een assiette fraicheur melon. Ondertussen steekt er een harde wind op, onweer dreigt. Het duo van salmon et rouget, sauce au vin rouge, pomme de terre safranée, ragout d’aubergine et carottes aux graines de fenouil kunnen we nog buiten eten. Af en toe vissen we een blaadje tussen het eten uit, maar we genieten van deze frisse wind. Met het dessert – een salade de fruits et sorbet – in de hand vluchten we naar binnen voor een hoosbui. In de lounge eten we de laatste hapjes en schrijven onze lofuitingen voor de kok en de Vlaamse uitbaatster in de livre d’Or.

 

18 juli Aube Nouvelle -  Moissac  18 km

Gisteravond hebben Fransen het been van P bekeken, hij is naar alle waarschijnlijkheid gebeten door een SPIN! Van de baas van het hotel heeft P arnica pilletjes gekregen. Vanochtend is de zwelling al minder en gaan we met z’n vieren in ganzenpas naar Moissac. Je zou denken dat het afgekoeld is na die bui van gisteravond, maar nee hoor, om 07.30 uur is het alweer flink warm. We zijn verrast als we voor ons de monniken met de grijze pijen van Conques zien lopen. We tellen 14 pelgrims, hun pijen wapperen inde wind. Met dit plaatje voor ons wanen we ons zo in de middeleeuwen. Van de zonnebloemvelden willen we armenvol plukken voor al die lieve mensen die ons supporten op deze tocht. En een bloem speciaal voor Harold, gefeliciteerd met je nieuwe baan! Dat moet lukken bij het topteam van Van Haeren. De bloemenvelden maken plaats voor kiwi’s en fruitbomen. Onderweg kopen we verse abrikozen direct uit de boomgaard. Wat een delicatesse! Moissac is een leuk, levendig stadje. Het is er druk, veel is complet.

Daarom Hotel les Recollets. Lachen, op de kamer hebben we zo’n massagedouchecabine. Het effect is niet overweldigend, maar als eenvoudige pelgrim voelen we ons toch verwend. Fris de stad in, geen schoenmaker die vibram-zolen heeft, wel een fotoshop die de foto’s op CD zet. De kerk valt op door de beschilderde muren, haar groteske Romaanse rondingen en gewelven. In de kloostergang zijn bijzonder veel fraaie kapitelen. Het is oogstrelend om te zien dat er hier nog velen ongeschonden zijn, ook kunnen we nu veel meer de bijbelse voorstellingen herkennen. Van Godefriedus krijgen we nog wat  uitleg over de timpaan en de andere uitgebeelde taferelen. Met deze wetenschap gaat er toch weer een heel andere belevingswereld voor ons open. Eten op het terras. Nadat we weer een boekje naar huis gestuurd hebben. De veel te magere serveerster werkt zich uit de naad voor haar klanten. Het kleine beetje wind blaast tot 5 keer toe de parasol op onze tafel. Menu: meloen met rauwe ham, beenham met gepofte aardappel, platte kaas met frambozensaus. Een laatste rosé en een laatste biertje met F en K. Zij stoppen in Moissac hun wandelvakantie, wij gaan morgen weer “gewoon” verder.

 

19 juli Moissac- Auvilar  21 km

Frankie en Karin blijven vroege vogels, ook als ze niet gaan stappen. We ontbijten samen, ze geven ons de katoenen sporttape. Het is als een cadeau nu de onze op is. In Frankrijk kun je alleen van die kunststof tape (rommel) kopen. Dan komt toch het onherroepelijk afscheid. Met emoties, we voelen ons verbonden door de 12 dagen die we samen optrokken.

Het kanaal is de handwijzer om Moissac te verlaten. Bladzijde 1 van een geheel nieuw routeboekje. Het is het op een na laatste! In februari kochten we de hele stapel kaarten en boeken, ruim 3000 kilometer verdeeld over 9 boekjes en 4 kaarten. Daarvan zijn er nu na ruim 1800 kilometer dus nog 2 boekjes te gaan. Al pratend schieten we lekker op. P heeft geen last meer van de spinnenbeet.

Op vlakke stukken is het een kwestie van doorschuiven. Statige platanen beschermen ons tegen wat spetters. Het is ander weer, bewolkt en benauwd. Een brug over het kanaal brengt ons naar nog meer water. De Garonne volgen we tot aan Auvillar. Het is een juweel van een plaatsje. Als we het toegangsstraatje inlopen maken we nog een grapje over het verrekte verantwoorde brocante balkonnetje wat hoog boven ons is. In het centrum is een overdekte graan verzamelplaats, daaromheen staan oude pandjes. Gemetseld met een soort gebakken plakkaten en soms een laag kiezels, aaneengeschakeld. Wonder boven wonder zijn de straatjes hier niet geasfalteerd. Maar liggen er de oude keien nog. Op een fraai plekkie ademen we de sfeer van lang geleden, het  is hier weldadig. Dat vinden de duiven die boven ons koeren ook. Een Oudje vertelt ons dat de Tourist Information om 14.00 uur opengaat. Daar kunnen we een slaapplaats regelen. Ondertussen verzamelen zich meer pelgrims, de meeste kennen we niet. Enkel de dikke patsige Fransman met z’n dun onvriendelijke ogende vriendin en de jongen uit Genève  met  het Spaanse meisje.Tut hola op de hoge hakken van de Tourist Information gaat ons voor om de gîte te openen. Alsof je het Hilton binnenstapt, wat een luxe en frisheid voor 10 euro p.p. Tot onze verbazing is het verrekt verantwoorde balkonnetje het onze! Dus als je goedkoop en sjiek wilt overnachten: ga naar Auvillar. We slapen op een 4 persoonskamer, die we graag met F en K hadden gedeeld. Er komt zojuist een medebewoner binnenvallen. Mmmm, een vreemd figuur en hij praat tegen zichzelf. Hardop dankt hij God dat hij net op tijd onder de pannen is. Dat begrijpen we, want  er is een noodweer losgebarsten. Storm, onweer en regen teisteren nu iedereen die nog op weg is. In het Hilton is de stroom uitgevallen. Wel een wasmachine, geen stroom. Nu richt de vreemdeling z’n woord tot ons; hij komt RETOUR van Compostella en is op weg naar zijn woonplaats Lille. Pfff, petje af! Het noodweer is voorbij, wij gaan eens rondkijken. De kerk is grappig met z’n twee roodstenen torentjes. Binnen een houten beeld van St. Jacques. We verzamelen afbeeldingen van deze bijbelse figuur. Hier zien we hem op heel verschillende manieren, de vele kunstenaars die in Auvillar wonen geven allen hun eigen uiting. P kookt z’n favoriete pasta met salade. De wijn is vol van smaak, een Cahors uit 2002 van Chateau du Port. Voortreffelijk bij de Cantalkaas. Enne, we hebben weer stroom, de was hangt inmiddels te drogen op het rekje in de zon.

 

  

Oh ja begin augustus denken we in Saint-Pied-de-Port te zijn daar hebben we een poste restante adres voor onze kaarten en boeken. En uiteraard voor eenieder die ons  ‘ouderwetse’ post wil te sturen, graag op tijd verzenden anders kan de post retour komen. Om teleurstellingen te voorkomen; post opsturen met een priority zegel van het postkantoor!

Adres is:

 

Le bureau de Poste

À l’attention de

GRASTE, P.A.C. & WAGENBERG van J.F.J.M.

Poste Restante

64220 Saint-Pied-de-Port

France

 

20 juli Auvillar - Castet-Arrouy 25 km

Deze ochtend zijn onze schaduwen weer recht voor ons, een vertrouwd beeld.

Het betekent dat we zuiver westwaarts gaan,richting Spanje. De plens van gisteren heeft de gebarsten aarde omgetoverd in 'verende' paden. Een zegen voor de voeten. Ondanks dat lopen dagelijks werk is, zijn de hoge temperaturen wel een beproeving. Veel asfalt vandaag, in de berm ligt een (dode) genette. Het is een roofdiertje wat hier veel voorkomt. Wat ons betreft lijkt het op een kruising tussen een hond&kat. In een open schuur hangen alle balken vol met knoflook. Samen met graan, zonnebloemen en maïs de belangrijkste bron van inkomsten. We lopen nu in het departement Gers. Een mooi glooiend landschap met akkers zover het oog reikt. De populieren zorgen voor verticale accenten. Van dorpje naar dorpje gaan we, met namen als St. Antoine, Flamarens en Miradoux. In de kerk van Miradoux steekt J een kaarsje aan voor de verjaardag van moe. De bank buiten de kerk staat in de schaduw, en dat komt goed uit. Sinds die spinnenbeet bij P kijken we nog beter waar we gaan zitten. Toevallig staat tegenover ons een levensgroot beeld van Maria. Onder haar toeziend oog zit P te computeren, het wil nog niet lukken maar er word aan gewerkt! Na een royale rust nemen we de wapens weer op tegen de zon. Pet op de kop, zonnebril en faktor 30 op de neus. In een uur stappen we naar Castet-Arrouy, een makkie! Leuke gîte in het gebouw van de Mairie&Ecole. Briefje op de deur: je kan een bed kiezen, water en siroop staan koud, maak het je gemakkelijk. Als geoefenende reizigers neuzen we rond, het is iedere keer weer de kunst om voor een avond en een nacht thuis te geraken. Het is overal anders. In hoeveel keukens heeft P al gekookt? Zoveel douches kennen we al in Frankrijk . Iedere avond slapen we in een ander bed. Gelukkig weten we 's nachts steeds waar we zijn, op de tast vinden we iedere keer het toilet en de goede slaapkamer terug! In deze gîte kunnen we eten kopen via de beheerster. Er is geen winkel in dit dorp van 150 zielen. Toch een super-service dat we potage au legumes vers, cassoulet au confit de canard (streekgerecht van eend met wite bonen), stokbrood, biertje, wijn uit de Gascogne + ontbijt kunnen scoren. Voordat ze weggaat schenkt die aardige beheerster ons nog een sappige meloen. De zon gaat onder en kleurt de hemel rood....

  

21 juli Castet-Arrouy - La Romieu 20 km + lift van 5 km

Vanochtend zijn we nog erg onder de indruk van het bericht wat we gisteravond van J&D kregen. ....De 4daagse afgelast vanwege de hitte..... En dat dit evenement mensenlevens gekost heeft. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Maak je geen zorgen over ons, wij lopen met verstand. We passen de lengte van de etappes aan, drinken heeel veeel, en staan vroeg op voor de wandeling. Inmiddels gaan we wel als EEN LOPEND VUURTJE, het feit dat we vanaf Nederland zijn komen lopen gaat ons al ver vooruit. Overal waar we komen weten ze het al. We genieten van de gesprekken en de bewonderende blikken. Onze tocht zijn we nooit als een sportieve prestatie begonnen, maar nu we zover zijn gekomen is al die positieve aandacht toch wel leuk.

Over stoppelvelden en weilanden gaan we naar Lectoure. De kathedraal zien we al van verre. Het gebouw ziet er op grote afstand lelijk uit. Toch loopt het fijn als je zo'n ijkpunt voor je hebt. Eenmaal op het kerkplein vinden we de St. Gervais nog steeds een lelijk ding. Binnen vinden we een witte uitvoering van St. Jacques voor onze verzameling. Dan ploffen we op een bankje bij een zwerver. Hij kletst wat in de ruimte, maar als hij P's -onschuldige-

zakmes ziet vraagt ie serieus of P hem gaat aanvallen. Maak je geen zorgen broeder, het mes is enkel bedoeld voor een aanval in de pot Nutella. Spannenste moment van de dag; uitproberen of we het reisverslag kunnen mailen. We liften mee op een draadloos netwerk, en daar gaat ie! Het lukt! Hartstikke blij sturen we nog wat mailtjes naar onze liefsten, en dan stappen we weer op. Er is een braderie in de stad, nog nooit zagen we zoveel meloenen, nectarines en perziken. Vanmorgen lagen de meloenen nog op het veld. Even droomt J dat ze kan wandelen met een koelkast op de rug met kilo's vers fruit. Terug in de realiteit stappen we asfalt. 9 Km verder verwelkomen de kerkklokken van Marsolan ons. Ze nodigen ons uit op een machtig mooi natuurstenen bankje bij de kerk. Na broodje en sapje vertrekken we in de wetenschap dat we nog 5 kmters -op het heetst van de dag- over asfalt moeten. Het is zorgwekkend dat dorst ons al na 1 km doet stoppen. Effe drinken. Net op dat moment passeren 2 auto's. In een reflex steekt J de duim omhoog, deze omstandigheden zijn immers niet gezond. De elektricien met het busje stopt, te gek! Tassen achterin, en zo rijden we die laatste 4 kmters met een toffe jongen mee. Neuh, wij voelen ons na al die kmters niet schuldig, we konden geen betere keuze maken op deze snikhete dag. We danken de electricien voor z'n goede daad, en lopen het centrum van La Romieu in. We zijn heel nieuwsgierig naar de kloostergang uit de 14de eeuw. Ondanks vele oorlogen zijn de galerijen bewaard gebleven. De kerk is nog ouder. Stil worden we van de koormuziek, machtig hoe de monniken zingen op CD. Een aangename atmosfeer, jammer dat de gids van de VVV dit verstoort, in staccato geeft hij uitleg aan 'n groep toeristen. In de gîte d'etape komen we op de trap het Spaanse meisje tegen. Hai, blablabla en we spreken af om samen te koken. Ontvangst in de gite door een aanstellerige meid. P geeft kookles aan Ana, zo heet het Spaanse meisje. Voor het eerst in haar 28 jarige leven maakt ze een ui schoon. We eten een goed soepie met een verdwaald worteltje, dan een pasta met verse groentjes, brie als nagerecht. Het rode wijntje past perfect.

   

22 juli La Romieu - Condom 16 km

Om 6.30 een lopen we onder een grijze hemel richting Condom. Door de bewollking heeft de zon geen vrijspel, toch zijn we blij dat we een korte etappe gepland hebben. Vroeg in de ochtend installeren we ons in een groot oud gebouw, ooit was het een school. De slaapzaal is een prettige ruimte, fris en hoog, alle ramen staan open. Zachtjes zetten we onze rugzak bij een bed, want er slapen 2 vrouwen. De voeten van een van hen zijn verbonden met daaroverheen gazen sokjes. Veelbetekenend kijken we elkaar aan; zeker weten dat zoiets pijn doet. Dan op zoek naar de schoenmaker. Hij vind het te laat om aan onze hakken te beginnen, want hij sluit om 12.00 en morgen is het zondag. Het is 10.30..... uitleggen dat we ze een nacht laten drogen helpt niet, hij blijft onwelwillend. "Halve zool" denken we allebei hardop. Dan slenteren we naar het postkantoor. De slaapzak sturen we naar Nederland. Veel te warm, de zijdelakenzak en hoes zijn meer dan genoeg. Oeps, zo krijgen we wel heel veel plaats in de rugzak! De inbox via hotmail is overvol, om de beurt lezen we elkaar de berichten voor. De warmte en liefde straalt uit jullie berichten, het is onbeschrijflijk hoe goed dit voor ons hart en gemoed is.

Voor iedereen die ons adres nog niet heeft en denkt nodig te hebben:

jeanneke-paul@hotmail.com 

Svp iedere keer een nieuw bericht maken, dus niet met beantwoorden reageren, geen foto's, geen bijlagen want dat zijn te grote bestanden voor ons laptopje! Rond het middaguur houden we siësta tegelijk met de fransen. Dan maken we kennis met de 2 uitgeslapen vrouwen. Ze komen uit Nederland en zijn gestart in Le Puy. Door een veel te zware rugzak, verkeerd schoeisel en 0 voorbereiding is er een dokter aan te pas moeten komen. Een week rust moet alle wonden helen. Tot vreugde van J vind ze de Telegraaf (van de 21ste) op de slaapzaal, tijd genoeg om iedere letter te lezen. Een heerlijkheid, lang geleden dat ze in een krant bladerde. De hitte is voor iedereen vermoeiend, J telt inmiddels 6 slapende rondom haar. Ana ligt ook te pitten. Als de kerkklok 4 keer slaat komt er weer wat beweging. P en A gaan inkopen doen. Een goed team samen. Met tassen vol komen ze terug van de Champignon supermarkt. Wanneer ze druk aan het snijden zijn arriveert Mme Tortue. We hebben Maria in geen dagen gezien, maar voetje voor voetje komt ze net zo ver als wij. Ze roemt in het Spaans voor Ana de kookkwaliteiten van P. In eerdere gites zag ze al wat P op tafel zette.

Een maaltijd om je vingers bij af te likken: voorgerecht van meloen met SPAANSE serrano met een frisse rosé. Vervolgens een salade van avocado-paprika-tomaat, daarbij in de schil gebakken aardappeltjes en saucisse van Toulouse. Met de volle rode wijn van de Gascogne en een Bleu des Basques sluiten we af. Mdm Torture sluit aan en weet te vertellen dat je in Frankrijk iedere dag een ander kaasje kunt eten. Ons maaltje was weer perfect. Een restaurant doet dit de kokkies niet na! Rap Spaans tussen Mdm Torture en Ana laat ons alvast beluisteren wat ons te wachten staat: we maken ons geen illusies, het is onverstaanbaar maar klinkt wel errug aardig! Vol trots laat opa de foto's van z'n meiden en kleinkinderen zien aan Mme Tortue. Zij laat haar 'schatten' zien. Samen zijn ze het roerend eens: Guusje, Morris en Camille zijn de belangrijkste burgers van Nederland en Frankrijk!

  

23 juli Condom - Seviac 19 km

Gisteravond nog gezellig "doorgezakt" met Heike en Jennifer. Fijn om effe Nederlands te kleppen. Zelfs het "moelleke" whisky van Hansch kwam op tafel. Om 5.45 loopt Ana aan, ze heeft 29 km op de planning staan. Wij gaan voor 19. We hebben gereserveerd bij een familie thuis. Je kan eten, slapen en ontbijten voor een klein prijsje bij mensen die pelgrims een warm hart toedragen. Zulke adresjes zijn altijd een verassing. Dat vinden we veel leuker dan eten in een restaurant.

Onderweg vinden we de kerkdeur van St. Jacques gesloten. Dus geen kaarsje voor de verjaardag van ons mam. Op een landweggetje bellen we om haar te feliciteren. In Nederland is het wat minder warm, en ook hier is het bewolkt.

Het vrolijke dorpsplein van Montreal du Gers treffen we Mme Torture, zij vertrok vanochtend om 6 uur... Wij om 8 uur. 17 Km later zijn we op dezelfde plek. Wat een moed heeft deze vrouw. Op het terras onder de bogen heerst zondagse gezelligheid. Mannen met donkere snorren en platte petten, drinken hun weekendborrel en laten hun mening luidruchtig horen. Het kleintje koffie smaakt ons prima. Na een uur luieren mogen de laatste 2 kmters geen naam hebben. Boer Guy van Ferme du Soleil ontvangt ons hartelijk. Ook dit is een van de haltesverscompostelle@club-internet.fr  altijd een speciale plek. Hier een mooie tuin, een aangename serre, waar de poes in een kistje met knoflook ligt te dutten. Zeker weten dat alle vlooien verdwenen zijn! Een zaligheid; sinds lange tijd een KOELE slaapkamer! Boer en boerin koken samen voor ons. ......is een zeer mollige vrouw, ze is hartelijk en babbelt er vrolijk op los. Ze serveert ons een drankje vooraf. Het is een mix van 'n d'Armagnaclikeur en mousserende witte wijn. Heerlijk fris. Dan een mooi opgemaakt bord met taboule en salade. Met de groenteschotel is het niet helemaal goed gegaan; de bovenkant is zwart, en daaronder is het snotgaar. De karbonade van de grill is ok.

Tijdens de maaltijd blijkt hoe verschillend mensenlevens zijn. Het leven op Ferme du Soleil is niet zo zonnig als je zou denken. Het moeilijk om als akkerbouwer (tarwe) het hoofd boven water te houden door de Europese regelgeving. Daarnaast is het dorp in 20 jaar totaal veranderd. Doordat de wijnboeren veel werk hebben gemechaniseerd, zijn zo'n 200 dorpsbewoners naar elders vertrokken. Ook voor jongeren is er geen werk. Toulouse, Bordeaux en Parijs daar moet de jeugd naar toe voor werk. De huizen worden opgekocht door buitenlanders, vooral Nederlanders en Engelsen. Van die laatste hebben ze geen hoge pet op. Klachten over de haan die kraait en een tractor die stinkt maken de onderlinge verhoudingen kapot.

Wij hebben het gezellig bij deze mensen. We kunnen genoeg Frans om elkaar te begrijpen. Is het toeval dat de hond des huizes Joekie heet??Na het dessert van een taartje van gedroogd fruit wat zwemt in de vanillesaus, drinken we koffie. De boer wil dat we een d'Armagnac van 10 jaar oud drinken. Het sterke goedje vinden we beter ruiken dan smaken. Om 21.30 vallen we moe in bed. Om 00.04 laat ons mobieltje de eerste felicitatie horen.....de afzendster heeft er de wekker voor gezet, dat is zeker!

   

----------------------------------- 2006  WEEK 29 --------------------------------------

  

24 juli Seviac - Nogrono 32 km

Om 5.45 zingt P lang zal ze leven voor J. Ze kan zich niet herinneren dat ze eerder zo vroeg wakker werd gemaakt op haar verjaardag. De boerin stopt ons nog een lunchpakketje toe, en een pak koekjes voor de verjaardag van J. Daarbij dikke kussen en knuffels en dan stappen we de vroege ochtend in.

Kilometers lopen we over een oude spoorweg, het is vreemd om weer zo lang plat te lopen. Ondertussen klingelt voortdurend ons lapmobieltje, in feeststemming komen we in Eauze aan. Le Clerq is een megasupermarkt met 100.000 lekkere dingen. J trakteert P op nectarines zo groot als appels, dat past beter bij deze temperatuur dan een taartje.

In de kerk van Eauze sluiten we de stadsgeluiden en stank buiten. Het lijkt wel of we een overgevoeligheid voor drukte, stank en herrie hebben ontwikkelt. Niet zo gek als je bedenkt dat we vandaag voor de zoveelste dag lopen over fantastische paden. Boven ons een bladerdek wat perfect beschermt tegen de zon. We zijn er dankbaar voor want op de plaatsen waar geen bomen zijn pikt de zon gemeen.

 De vlinders zien er exotisch uit. Heldergeel met knaloranje, fladderen de grote vleugels....ze laten zich echter niet fotograferen. Steeds op het moment-supreme klappen ze hun kleurrijke vleugels toe. We lunchen op een boomstronk en ook om 12.35 stromen de smsjes binnen. Het hiep-hiep-hoera gevoel duurt voort. J nodigt P uit voor een kopje koffie in Manciet 11 km verderop. Eenmaal aangekomen blijkt het een troosteloos dorp met niksnie koffie. Na een flesje water stappen we verder. Manciet-Nogaro 7,5 km, pff, met 38 graden over een soort zevenheuvelenweg. Het is niet anders.

Bij de gîte is het druk, de mevrouw achter het bureau zegt ons dat het vol is. Op aandringen van ons belt ze een ander adres. Of we een kwartiertje willen wachten, de verantwoordelijke is even afwezig. Tuurlijk mevrouw, we installeren ons voor de gîte met de Miam Miam Dodo bijbel.

Altijd blijven denken als je niet zeker bent van een dak boven je hoofd. Nog geen 5 minuten later komt mevrouw met het schaamrood op de wangen bij ons. 1000x excuus, ze heeft zich vergist. Morgen is alles vol, en voor vandaag opent ze voor ons chambre no 1. C'est une reve, een droom van een 2 persoonskamertje, terwijl anderen -die voor ons arriveerden  moeten slapen op zalen van 15 personen... Wat een cadeau! Het feestje wordt nog groter als blijkt dat Ana en Mme Torture er ook zijn. In het Frans, Italiaans en Spaans zingen ze "lang zal ze leven", J wordt er verlegen van. Alsof het vanzelfsprekend is halen Ana en P tassen vol lekkernijen.

- salade met gerookte zalm en garnaaltjes met een rosétje

- salade met gesiers

- roquefort (de echte) + geitenkaasje + abrikoosjes

met een flesje rood van de gîte

Om 22.00 gaan we als laatste naar bed.

 

25 juli Nogrono - Air-sur-l'Adour 30 km 

Feestdag van St. Jacques: Ana krijgt een telefoontje van haar vriendin  dat je in Santiago de Compostella over de koppen kunt lopen. Misschien weten jullie nog niet dat Ana hier vandaan komt. Sommige lopers zijn niet wijs; al voor 5 uur zijn er velen lawaai aan het maken om te vertrekken. Wij staan een uur later op, en het feestje van J duurt voort. Wat een verrassing: 'n ontbijt met muesli. We delen het pak met Ana, dan blijft er een acceptabel gewicht over om mee te slepen. Wat de GR 65 ons brengt is veel asfalt, en verder op het end nog een drukke weg met stinkauto's en grote vrachtwagens.

Daar zien we Ana en Mme Tortue en de jongen met de mooie tattoe. Air-sur-l'Adour is een smerig stadje door al het zware verkeer. De schoenmaker is op vakantie tot 18-8 lezen we op de deur.

Als we binnengaan bij Jean Michel stappen we in een andere wereld. Deze zeer sympathieke oud-pelgrim ontvangt collega-pelgrims in een  sfeervol huis waar je je meteen op je gemak voelt.

Ana kruipt achter de piano, de klanken halen emoties boven. Vandaag is ze op de helft, ze heeft  het moeilijk. Zo herkenbaar voor ons, de helft kan een enorme dip geven.  De helft is nog 1 keer zo ver, de helft is nog 1 keer zo lang... De helft  kan heel zwaar wegen, mogelijk dat ze daarom ook zo'n last van haar  schouders heeft.

Over het eten zijn we het snel eens. De Italiaanse vanwege ontstoken blaren lift ze van gîte naar gîte. Zij maakt  de pasta, P&J de salade, Jean Michel zorgt voor de wijn, en Benjamin met de tattoe eet ook mee. Maar eerst een siësta-slaapje in de schattige  slaapkamer. De pasta van Maria-Therese is echt super-italiaans lekker. De  salade van P&J krijgt applaus. De familie wordt nog groter. Yasmina uit Algerije met een blessure en Elke uit Hamburg schuiven ook nog aan. Elke is een verhaal apart; ze liep al 3 keer de camino, is een beetje  verslaafd...... Alle talen gaan over de de grote tafel, het is een  ontzettend gezellige avond. Ana speelt piano voor het slapen gaan. Ze  vraagt of ze morgen met ons mee mag lopen. Tuurlijk.

   

26 juli Aire-sur-l'Ardour - Arzacq 32 km

26 april - 26 juli: vandaag zijn we precies 3 maanden onderweg. Joehoe, wat een bijzondere en intensieve tijd samen. Bij wijze van spreken ruik je elke scheet van mekaar. Van harte kunnen we tegen elkaar zeggen dat we nog iedere morgen heel graag met elkaar op stap gaan.

We zijn bijna net zo gek als de andere lopers, om 5.30 staan we op. Flink wat kmters willen we maken voordat de warmte oploopt. Een handwijzer vertelt ons dat Santiago nog 932 kmtrs te gaan is. Da's mooi op eind van deze dag mogen we er dan nog 900! Op een asfaltweggetje met links en rechts hoge maïs lijkt het echter alsof we thuis zijn. Dit zou zomaar Hemelrijk kunnen zijn, precies het weggetje waar we zo vaak wandelden met onze honden. En oh, er staat zelfs een hertje in de berm. Alleen het eikenbosje ligt aan de verkeerde kant... Bij het kerkje van Miramont zien we letterlijk dat we toch wel een heel end van huis zijn. In de verte -in een schitterend panorama liggen de Pyreneeën, met daarachter Spanje het beloofde land. In het gastenboek van de kerk lezen we een berichtje van Fried de Vlaming. Hij was een dag eerder hier.

De atmosfeer veranderd, in een blauwig bewolkt landschap trekken Ana P&J verder. We merken meer en meer in een andere fase van de pelgrimage te komen. Steeds meer ontmoeten we mensen die op weg zijn naar... De gesprekken gaan over waar vandaan en waar naartoe. Veel voeten en ander leed. Als je sommige blaren ziet.... Het oude kerkje van Sensacq ligt heel afgelegen bijzonder te wezen in de weilanden, een lust voor het oog. Ook binnen is het sober en stil en mooi. P vindt in de sacristie in een open kluisje nog wat oude kruisjes. 4 Km verder staan we in Pimbo, een gehucht waar de tijd stil staat. De buitenkant van het kerkje spreekt ons meer aan dan de tierlantijnen binnen. Hier is wel iedereen welkom, de zwaluwen vliegen af en aan. De laatste 5,5 stijgt het kwik, A en J zijn er stil van. P zorgt voor de vrolijke noot, en zo arriveren we bij Accueil Pelerins. Een knappe brunette ontvangt ons, hier kunnen 77 mensen slapen! Oeff, druk hier! We delen de kamer met Maria-Therese en Ana. Toch lukt het om een salade te maken, als we de kleine keuken even voor onszelf hebben. Samen met taboule & brood & kaas een goede maaltijd. De rode wijn is van de streek, een stevige Tursan uit 2004. Vroeg naar bed.

   

27 juli Arzacq - Arthez-de-Bearn 28 km

De zon komt op als een knalrode bal, een geweldig schouwspel. Chemin de Pyrenees is een alvast een voorproefje van wat ons te wachten staat. Klimmetjes die beloond worden met mooie uitzichten. De nevel beperkt het zicht, maar past wel in het décor van de loofbossen afgewisseld met mais. Jaha, het is suf als je hele tijden over asfalt loopt met links en rechts manshoge maïs. Het boert schijnbaar goed, veel grote huizen opgetrokken uit ronde keien met daartussen leem. Weelderige tuinen waar de zomerbloeiers al op hun retour zijn. In de passiebloemen hangen ontelbaar veel oranje vruchten. De bloemen van de hortensia drogen aan de struik. Een palmboom staat bij zowat elke oprit. De daken zijn als een muts van kleine rode platte pannen. Pelgrims zijn bekende figuren in het straatbeeld. Veel dorpelingen zetten een bankje langs de weg. Dit is een fijn gebaar waar we dikwijls gebruik van maken. Maar het kan niet anders, de weg wordt ook steeds commerciëler, de bakker bakt pelgrimsbrood.

En als je dan vermoeid en bezweet aankomt bij de gîte van Arthez moet je buiten op een bankje wachten tot 15.00. Dat heeft de burgemeester bedacht. Anderhalf uur in onze stinkkleren zitten verlangen naar een douche...die burgemeester is niet wijs. Toch komt er een oplossing. En wel uit zeer onverwachte hoek: een dreigend onweer opent alle deuren van de gîte, en die van de douche!

De maaltijd is delicieus. Soep van witte bonen spekjes en pasta. Salade met van alles en kip en avocado. De derde gang is een fromage Basque (forse blauwschimmel) met peren en (kastanje) honing.

Recepten van M-T. Mmmm tijdens het eten en oef daarna is internationaal. Verder verstaan we elkaar prima, Italiaanse M-T, Spaanse A, Franse Benjamin en Marie. A trakteert op cake omdat ze nieuwe schoenen heeft gekocht. Ze is er helemaal gelukkig mee. Dan nemen we in de dorpsbar nog een sterk bakkie koffie. Op je verjaardag Toon! Op weg naar de gehorige gîte maakt J foto's van het naderende onweer. Dan moeten we rennen om de was binnen te halen.

  

28 juli Arthez-de-Bearn - Navarrenx 29 km

Wat doe je als je niet meer kunt slapen omdat velen al om 4.30 aan het rommelen zijn? P gaat de schoenen invetten. Kippevel als we de vroege ochtend inlopen. De urenlange regenbui heeft voor zalige frissigheid gezorgd. De wolken spelen met de zon, een spel wat steeds de aandacht vraagt. Na een uur komt er weer een plens water naar beneden, we kunnen precies op het juiste moment schuilen bij een kerk. Schitterend hoe de zon door de regen straalt. De foto's op het display lijken zwart-wit, zo groot is het contrast.

Onderweg kijken we prachtig weg, A vertelt dat dit landschap haar aan Galicie, haar geboortegrond doet denken. Een geschikt moment om haar oude schoenen vaarwel te kussen. Ze hangt de oude gympies aan een weipaal. Sms van Charles: waar zitten jullie? Bijna in Spanje smsen we terug.... De kapel van Sauvelade is fotogeniek.

Al snel vallen er druppels, dus lunchen we verder in de kapel, gezellie. Voor in de kerk staat een beeld van een soort St. Jacques of een pelgrim, eigenlijk kan het iedereen zijn. De spirit die dit beeld uitstraalt, voelen wij vandaag ook. Nu voelen we het verschil tussen de hitte van weken, en het frisse weer vandaag. Wat een sloper is die zon zeg! We treuren dan ook niet als we voor de 2de keer het regenpak aantrekken. Alle 29 kmters asfalt waren een plezier. De gîte is afschuwelijk vies en bedompt. Het matras van P is compleet doorgezakt. Pelgrims zijn creatief; inspectie leert dat op de volgende kamer een goed matras ligt. De ruil is zo gemaakt! In de keuken vraagt ons improvisatievermogen ook het nodige. Met anderhalve pan zonder deksel, en een bot mes maken we de bloemkoolsoep van Fried, een vegetarische rijstschotel en een meloentje na. Morgen zien we Charles&Anne!

 

29 juli Navarrenx - Aroue 19 km

Voor het eerst koelt het 's nachts ook wat af, we slapen heerlijk na de matrassenruil. Rustig aan opstaan, het kan want er staat maar 19 km op de teller. Het lokt om de grens over te gaan, maar we willen op maandag pas in St-Jean-Pied-de-Port arriveren. Simpelweg omdat we in het weekend niet bij het postkantoor terecht kunnen. En de Poste Restante willen we absoluut niet missen!

Als we Navarrenx verlaten en daarvoor een drukke weg oversteken kijken we naar links, naar rechts, en weer naar links.... Schijnbaar achteloos liggen ze daar; de grote bergen. Het is super genieten, frisse bospaden en 4x4 weggetjes wisselen elkaar af. Een ouderwetse kletsdag hebben we vandaag. Espana is onderwerp van gesprek, we naderen stap voor stap. Wat zal dit onbekende land ons brengen? Dat het totaal anders zal zijn dat weten we zeker. Kunnen we wennen na zolang zo'n goed Frankrijk?

Als opnieuw de Pyreneeën voor ons liggen zijn we stil. Wauw, wat een indrukwekkende bergketen, om kippenvel van te krijgen. In Lychos ontmoeten we A. Gezamenlijk maken we een blikje sardientjes soldaat, genoeg energie voor de laatste 5. We komen aan bij een echte dorps gîte. Het is een enorm groots gebaar dat er een gebouw is in een dorp, waar de deur open staat voor pelgrims. Een A4tje wijst je de weg naar de douche, wasmachine, keuken en bed. Gewoon alles wat je nodig hebt. Om 15.00 komt de beheerster en dan kun je wat kruidenierswaren kopen. Daar maken we echter geen gebruik van. Franse wandelaars overnachten ook hier in de gîte en een heeft een auto bij zich. Hij vraagt of eventueel iemand van ons mee wil om boodschappen te doen. Daar zeggen wij geen "nee" tegen. Verzekerd van een goede maaltijd mag P buiten plaatsnemen in de tuinstoel met uitzicht op de Pyreneeën. Een riante plek om naar de kapper te gaan. Deze keer neemt J de schaar van Angele even over. Het resultaat is inderdaad korter maar hopelijk brengt dochterlief er weer model in.

We smullen van mosselen met een salade. De meloen op Wilma's manier, oogst zoveel succes dat ze aan de andere tafel de meloen op dezelfde manier geserveerd krijgen. Met dit verschil dat de onze is versierd met stukjes chocolade. Met een rood wijntje klinken we op Ineke's verjaardag. Door een aardige man uit het dorp worden we uitgenodigd voor de mis om 20.30. Er zal Baskisch worden gezongen. Sorry, maar de mis is weinig inspirerend, het koor bestaat uit 3 mannen. Verassend dat degene die de centjes ophaalt een travestiet is. Met zekerheid kunnen we vaststellen na de dienst dat de pastoor te diep in een glaasje heeft gekeken. De foto is het bewijs. Charles is nu bij Pamploma, het gaat niet lukken om elkaar te ontmoeten, tijd tekort of de weg te lang...jammer!

 

30 juli Aroue - Ostabat 24 km

Het is nog donker als we aan ons zondagse ontbijt zitten. Een pelgrim kent geen weekend. Wel de schoonheid van het ochtendgloren. Zoetjesaan wordt het licht, en is de zon aan de beurt. Stralend rood tussen schapenwolkjes, onbeschrijflijk mooi. Vrolijk stappen wij in departement Pyrenees Atlantiques. Het is een serieuze trainingsstage voor wat ons te wachten staat. De ene kuitenbijter na de andere nemen we. Om ons heen een lappendeken van steeds kleiner wordende kavels. Overal koeien met kalfjes en schapen. J praat altijd met die beesten, en ze kijken haar begrijpend aan. Hier in Frans Baskenland zijn de boerderijen witgepleisterd met ossenbloedrode luiken. Ze staan verspreid tussen de groene kavels. Sms van Aukje en Gosse: ze lopen in de hitte bij Sahagun. A weet ons te vertellen dat ze dan zo'n beetje op de helft zijn. Bon camino, we komen jullie achterna! Inderdaad komen de Pyreneeën steeds dichterbij. Na een fikse klim van 300 meter, weten we wat we waard zijn. De beloning is een magnifiek uitzicht. Op een bankje onder de platanen nemen we de tijd om dit indrukwekkends op ons in te laten werken. De volgende stop is Ostabat, de plaats waar 3 pelgrimsroutes samen komen. De weg van Vezelay, Tours en Le Puy. Onze bijbel vertelt dat je in een bar kunt internetten, dus daar willen we rusten. We zijn zo nieuwsgierig naar de site en het gastenboek. Er staat inderdaad een computer, maar de ordinateur is en panne. Grrr. De koffie en de sandwiches jambon zijn prima.

Aan de stamtafel maken we het plan voor de grensoversteek. Het Spaans van A is errug handig om een reservering te maken.

Vol energie lopen we de laatste van vandaag, dat is een keer beter nieuws op het end.

We belanden in hotel Ol Haran in gehucht Larceveau. A deelt het bed met Duitse Martin, P deelt het bed met J, met z'n vieren op een kamer. Kostenbesparend deze constructies. We eten in het hotel:  aspergesoepje forelletjes......eindelijk! brokjes vlees met aardappelschoteltje baskisch kaasje met kersencompote. Wat ons vooral zal herinneren aan deze avond zijn de vliegen......ongelooflijk veel Franse vliegen. Sms van Fried: hij gaat morgen naar refuge Orisson. We gaan hem persoonlijk feliciteren!

   

----------------------------------- 2006  WEEK 30 --------------------------------------

   

31 juli Larceveau - Orisson 22 km

De kerkklok slaat 6 als we het hotel verlaten. Een doorwaakte nacht doordat we ieder uur de klokken hoorden, #$$Grr126x. In het donker lopen we langs de D933 richting St. Jean Pied de Port. Voor de veiligheid gaan de reflectorbandjes om de arm. A loopt veilig tussen ons in. Uit de mist komen kleine drupjes naar beneden, die ons heerlijk verkoelen. Terwijl het verkeer langs raast nemen stap voor stap afscheid van Frankrijk. A wil naar Mattias, wij naar la Poste en de homepage. Daarom raggen we 11 kmters asfalt, het laatste stukje GR65 brengt ons letterlijk door de poort van St.Jean Pied de Port. Tevreden met onze vroege aankomst lopen we als het ware vanzelf bij de Amis de Pelerins binnen. Hartelijke ontvangst door een rasta jongen met rode zakdoek op 't hoofd. We krijgen een A4tje met hoogteprofielen voor het Spaanse deel en een nieuwe credential. Onze 1ste stempelkaart is vol. Jippie de pippie hier WERKT internet! Ondertussen is A stralend gelukkig met M, en wij openen het gastenboek. Oh, de kip heeft kuikentjes ....Teun en Guus dankjewel voor jullie goede zorgen. De berichten en felicitaties werken medicinaal, heerlijk om te lezen. Dan onze felbegeerde post ophalen.

Op een terrasje ontmoeten we een echtpaar uit Heeze, zij maakten de tocht op de fiets. Effe lekker plat proaten, en dan lezen we de brieven stuk voor stuk. Er zijn zelfs cadeautjes voor J aangekomen. Helemaal gelukkig met een kilo monstertjes en 250 gr waterwerkdropjes wagen wij ons op straat.

Toeristenplaatsje St.JPdPort is volgestroomd met vakantiegangers. Gekkenwerk is het hier, drommen mensen persen zich langs kraampjes met 1000 en 1 onzinnige prullen.

De auto's en campers vormen een stinkende stoet. Ondanks dat kan niemand en niks ons gelukzalige gevoel afnemen. Met onze vertrouwde rugzak op zwieren we hand in hand tussen alles en iedereen door. Rond de klok van 14.00 beginnen we aan de pas van Cisa, we gaan de 8 zwaarste kilometers van de hele tocht tegemoet. Stijgen, 600 meter stik omhoog. Over de weg van Napoleon marcheren we eensgezind. Links en rechts van ons worden we getrakteerd op duizelingwekkende vergezichten. Voor ons is een fietser aan het tobben, we hebben schik als we hem inhalen. Het weer is mild voor de inspanning die we moeten leveren. Soms is het welkom als er even een wolkje voor de zon schuift. Desondanks hebben we iedere vezel nat van ons shirt. In 1 uur en 3 kwartier staan we voor Auberge Orisson

. Met 2 vingers in de neus, echt waar! Een fijn kamertje voor 3 hebben we voor ons tweetjes. Romanties boven de paardenstal met een onbeschrijflijk zicht op de bergen rondom.

Voordat we Fried kunnen opzoeken heeft hij ons al gevonden. De felicitaties neemt hij glunderend in ontvangst. In plaats van bloemen schenken we hem een monstertje met voetenbadje en cremepje. Bijpraten op de rand van het bed. J heeft de lange broek en fleece weer opgeduikeld uit de rugzak, het koelt af op deze hoogte. Om 18.30 eten we met velen aan een lange tafel. De groentesoep wordt opgediend in een prachtige aardewerken schaal. Zo ook de bonenschotel met mals lamsvlees. Crème caramel is een lekkere toet na.

 

 

1 augustus Orisson - Biskarret 29 km

De nacht is stil en blauw. En koud! Vannacht sliepen we onder een deken, da's lang geleden. Als we ons uitrekken verschijnt de zon als een vuurrode bal. Op ons balkonnetje zien we hoe geweldig snel de zon opkomt. Vakantie-pelgrims vragen of ze foto's van ons mogen maken, zo bijzonder vinden ze onze onderneming. Onwennig poseren we even, maar deze aandacht moet niet gekker worden. Daar houden we niet van.

Het fijne kamertje was ook al zo speciaal, de rest van de pelgrims lag te snurken op de slaapzaal. Zonder spierpijn van de klim van gisteren volgen we de boomloze bergrug geleidelijk omhoog. Helder en fris is de lucht, en naarmate we ons warmer lopen tintelt opnieuw een enorme energie tot in het puntje van onze tenen.

Boven ons zweven groepen adelaars op zoek naar een prooi. Met hun spanwijdte van ruim anderhalve meter zijn het indrukwekkende roofvogels. Schaapskuddes als witte stipjes geplakt tegen de groene berghellingen. Bij het Mariabeeld d'Orisson zijn we gestegen tot ongeveer 1000 meter. Behalve de koeien en de schapen hebben de paarden hier ook een bel om de nek. De zwaar gebouwde koudbloedige beschermen met trots hun veulens.

Nog hoger lopen we letterlijk en figuurlijk in de wolken. Een wonderlijke wereld op 1400 meter. Als we aankomen bij het stenen kruis van Thibault hangt er een bijna mystieke sfeer. Hier laten pelgrims iets persoonlijks achter om veilig in Santiago te komen. Wij "offeren" de armbandjes die we kregen van Angele en Maria. Na meer dan 2100 km aan onze arm, hangen ze aan een zijden draadje. Een bijzondere plaats om ze hier achter te laten.

In de wolken is het beukenbos naast ons een heksenbos, de wind ruist, de takken kraken....fantaseren over spookverhalen en verdwalen....we snappen nu de paniek die Lien gevoeld moet hebben toen het hier begon te onweren.

Zo naderen we de Frans-Spaanse grens. Kicken dat we op de 1ste augustus onze eerste voetstappen in Spanje zullen zetten. Bij de fontein van Roeland is het zover, met een kus heten we elkaar welkom in Spanje. P rommelt weer in z'n laatjes en vertelt over Karel de Grote, Roeland en Napoleon.

De afdaling in het beukenbos met hoge varens associëren we allerminst met Spanje. Hier en daar bloeit het vingerhoedskruid, en overal de heide. Alsof we opnieuw beginnen Zo lopen we weer letterlijk uit de wolken. We knipperen met onze ogen tegen het felle licht als we het bos uitkomen. De eerste glimp van Spanje; witte huizen met rode daken, schilderachtig Navarra. In Roncesvalles waar aan pelgrims al 800 jaar onderdak wordt verschaft drinken we pittige koffie. We ontmoeten vader&zoon uit Heerlen, dag 1 op weg naar Santiago. Zij slapen in de abdij, wij plakken er nog 12 kmters achteraan. Zo ontspringen we de massa die vanavond in Roncesvalles zal aankomen. Voor velen dag 1 van de camino France. Wij willen de drama's van een slechte voorbereiding niet mee te maken. Deze zware etappe bezorgd velen het bloed in de schoenen. De veel te zware rugzak zorgt voor pijn en ongemak. Voor ons is het een heerlijk koel wandelweertje. 't regent, 't regent is het volgende liedje, en dat in Spanje! Na zoveel hitte zijn we er blij mee.

Goede markering, meestal driedubbel; het roodwit van de GR, de blauwgele schelp en de gele pijlen wijzen ons dezelfde weg. En kijk eens wie daar oversteekt: de St. Jacobs rups! Tenminste, dat denken we. Knalgeel met zwarte ringen sieren het kruipende beestje. Hey F als dit de rups is, wil jij dan het verhaal wat je vertelde aan ons mailen? Met aan de rechterhand de lagere bergkammen van de Pyreneeën en links de beboste heuvels kunnen we Gosse gelijk geven: de Pyreneeën zijn een eitje!

Via een heel oud beukenbos en daarna een met steen geplaveid pad bereiken we het vriendelijk ogende Biskarret. Casa La Posada Nueva geeft aan in de Spaanse versie van de Miam Miam Dodo dat ze ook Frans spreken. Daarom kiezen we voor hen. Eenmaal aangebeld komt stokoude grootmoeder aan de deur, en d'r is geen woord Frans bij. Met een hand tegen het oor gebaren we om te slapen, met yam yam kunnen we eten. Hoe laat is wat problematischer, we tellen haar kromme vingers. 9 dat betekent 21.00 uur, bedtijd voor unne pelgrim. Niet zeuren, dit is onvervalst Spanje. Grootmoeder op de sloffen kookt voor haar gasten. Een snijbonensoep met aardappel en wortel die verrukkelijk is. Dan serveert de kleindochter lamskluifjes met gebakken aardappeltjes overgoten met een zeldzame olijfolie. Daarbij drinken we een rode Navarra van goede kwaliteit. De schapenkaas is een beste afsluiter. Na zo'n binnenkomer zien we het helemaal zitten in Espana! Een dag met een gouden randje. Welterusten!

  

 

 I.v.m. de actie pen-papier-enveloppen-postzegels, komen de foto’s later bij het dagverslag

Start Gastenboek De laatste 100 km Spanje Zuid Frankrijk Midden Frankrijk Noord-Frankrijk België Nederland Voorbereidingen Geschiedenis Uitrusting