Spanje

 

 

2 augustus Biskarret - Villava 26 km

De slaapkamer is gevuld met gezonde berglucht en gerinkel van koeienbellen. J was om 5 uur al uitgeslapen. Op de rand van het bed vullen we onze bekers met melk en muesli, een goede start. Als we 't dorp verlaten komen we op een oud muildierweggetje wat tussen de rotsrichels loopt. Wat een idee dat we in de voetspoor treden van Lien en Ernest, Gosse en Aukje, Ans en Anneke, Jan en Jo, en ontelbare onbekenden.

De zorgen over de toestand van de schoenen laten we maar varen. Zeker nu we zien op wat voor schoenen ze hier aan de wandel gaan. Katoenen gympies, sandalen, pantoffels en andere niemandalletjes moeten hier kilometers maken. Bij ons zijn de profielen er zowat onderuit, we houden soepele zolen over. Terwijl we over een beboste bergrug gaan, is er ineens dat gevoel dat je je razend gelukkig voelt. Intens en niet in woorden uit te drukken.

Hoog boven ons cirkelen veel roofvogels. Zijn het gieren of adelaars? Voor 1 keer spijt het ons dat we niet de wijsheid van een vogelaar hebben. In de ochtend zijn er nauwelijks pelgrims op het moeilijk begaanbare pad naar Zubiri, behalve de mountainbikepelgrims. Jaha, sinds gisteren zien we voor het eerst horden fietsers. Ze komen je vaak met behoorlijke snelheid achterop, je schrikt je rot. Bij het passeren hebben ze dan ook nog de hele weg nodig. P gruwelt ervan als hij weer eens in de berm moet voor zo'n MTB er. Toch is het schitterend lopen, de rivier de Arre volgen we stroomafwaarts. Via de middeleeuwse brug van Trinidad de Arre komen we bij het klooster. Hier bellen we aan en worden ontvangen door een hele drukke pater in een trainingsbroek. Hij praat aan een stuk door, en uit de paar woorden die ons bekend voorkomen begrijpen we waar het omgaat. Een stempel in de nieuwe credentials, 6 euro pp om te slapen. Dan mogen we hem volgen, we gaan buitenom naar de pelgrimsherberg. Het overtreft al onze verwachtingen, hier is het schoon, er zijn alle voorzieningen, en de wasmachine is bij de prijs inbegrepen. Geen geld voor zoveel luxe. De was hangt aan het lijntje in de binnentuin, en wij leggen ons even te rusten op het geruite stapelbed. We verdelen de taken, P gaat boodschappen halen en J maakt het reisverslag. Tegen etenstijd willen we de lange boks an, het koelt prettig af. We eten in de kloostertuin. Kippensoepje - pasta a la P met salade van appel/ui/tomaat.

 

3 augustus Villava - Puenta la Reina 31 km

Dag 100! Weer een goede reden voor een feestje! Als we de langgerekte stad Villava verlaten kunnen we constateren dat Spanje later wakker wordt dan Frankrijk. Om 7 uur is er nog weinig Spaanse actie te zien. P kan prima plannen, en daarom wandelen we op deze druilerige ochtend al voor 8 uur de stadsmuren van Pamploma binnen. De stad van de Sanfermines en de stierengevechten. Wij zingen "Big City" als de uitlaatgassen onze neuzen binnendringen. Hier zijn al wat meer mensen op straat, in de ene hand een mobieltje en de andere een sigaret. In de oude binnenstad lopen we door smalle straatjes met hoge panden. Kleurig, pistachegroen, snoepjesroze en babyblauw. Overal van die leuke smeedijzeren balkonnetjes, en op de benedenverdieping heeft iedere raam tralies. Voor de veiligheid vermoeden we, maar het draadloosnetwek van de bank is niet beveiligd. Joepie! Op een bank voor de bank liften we mee en versturen een hele trits mailtjes. Pas dan kunnen we de door jullie gestuurde mail ophalen. Een hele stapel komt er binnen, joepie! Dan gaat onverbiddelijk het laptopje uit, eerst kilometers maken.

Er zijn van die dagen dat de rugzak voelt als lood. Vandaag heeft J zo'n dag, tjee wat weegt die tas zwaar. 45 Minuten hebben we nodig om de stad uit te komen. Iedere keer valt er een bui en dus hannesen we met de regenkleding. Aan/uit, aan/uit.

Tussen de graanvelden door laten we Pamploma achter ons. De oogst is binnen, wij zien de ritmische patronen van de maairichting. De eerste akkers worden alweer omgeploegd, de aarde is vet, rood en stenig. Ook ons pad.

We drinken allebei een halve liter water, dat scheelt J een kilo op de rug. We gaan klimmen richting de windmolens hoog boven ons. Op het pad over de helling van de Sierra gaan veel pelgrims ons voor. Traag zien we gekleurde stipjes omhoog gaan. Voor de laatste keer -voorlopig- gaan we naar 780 meter. Naarmate we vorderen horen we het machtige zoeven van de windmolens.

De top geeft het mooiste cadeau wat je kunt krijgen op dag 100: pelgrimsmonument Puerto del Perdon. Wauw, dit is even slikken, dit moet je zien, dit moet je voelen, dit moet je meemaken! Het waait flink, en het begint ook nog te regenen, precies de elementen die horen bij de pelgrims door de eeuwen heen. Het uitzicht naar het zuiden is adembenemend. Aan de kant van Pamploma is alles sappig groen, voor ons richting Puerto la Reina is het geel en droog.

Bij de afdaling merken we aan den lijve dat de bergketen een klimaatscheiding vormt. Het is heet tussen de gedrongen steeneiken, voor ons kronkelt een stoffig pad. Het brengt ons langs amandelbomen, wat een duizendste tref; ze zijn rijp. P kraakt ze met een steen, ze zijn heerlijk vol van smaak. Nog nooit eerder aten we ze zo vers!

Kijk daar! Een ooievaar! Die sturen we naar Marieke en Roel!

Door de Calle Mayor, het sierlijke hoofdstraatje bereiken we de middeleeuwse brug over de Rio Arga. De zon is zo fel dat de brug verbleekt, en zich niet weerspiegelt in het water. Ach, morgenvroeg weer een nieuwe kans! Oink, de pelgrimsherberg is even wennen. Het lijkt op een hele grote varkensschuur. De barman ontvangt ons zo hartelijk met een koel glas water dat de schuur en de akoestiek toch goed aanvoelen. Het is werkelijk hartverwarmend om te zien hoe de barman zich met hart en ziel ontfermt over de stroom pelgrims die hier binnenkomt.

Ga heen en vermenigvuldigt u is vandaag van toepassing. Vanuit Pamploma (vliegveld+station) groeit de stroom Santiagogangers. Met meer dan 100 eten en slapen we hier. De barman heeft het perfect georganiseerd, alles loopt op rolletjes. En weet je wat er op het menu staat: FRIETJES!!!!! +kip+salade. De rose wordt geschonken in pullen van een halve liter. Smullen! We proosten op onze 100ste dag en de 1750 gefietste kilometers van ome Ad en tante Marian. Familie van Silvia van den Berg uit de Reek. Ook Elma en Ben uit 's Hertogenbosch schuiven aan. Het rondje met de Nederlanders is de afsluiting van een fijne dag.

  

4 augustus Puente la Reina - Ayegui 26 km

Wakker worden in een schuur met 100 pelgrims is een ervaring apart. Iedereen wil blijkbaar wakker worden van z'n eigen wekker. Zoveel deuntjes van mobieltjes. De een kreunt, de ander steunt. Kniebanden gaan om, er wordt met sterk geurende balsem gesmeerd en de firma Compeed doet goede zaken. Voor ons niks van dat al, uitgerust slingeren we de rugzak op en kuieren de vroege ochtend in. Inderdaad nu lukt het wel om de weerspiegeling van de middeleeuwse brug te fotograferen. Mooi, mooi, mooi. Dramatisch prachtig is de zonsopgang en het licht daarna. Alsof je door een zonnebril kijkt, zo wordt de zon gefilterd door donkere wolken. Knalblauw, donkergrijs, zilver, groen, goud.

Over de heuvelrug trekken we verder in een stoet van pelgrims. De bakker van Maneru heeft van dat lekkere sesambrood. We ontbijten voor het winkeltje op gele stoeltjes. Cirauqui zien we al van verre liggen.

Daar lopen we onder het gemeentehuis door, je kan zelf stempelen. P heeft het ding al in de hand, en dan besluiten we om hem niet te nemen. Wij zijn niet op stempeljacht. We willen de ontmoeting met de mens die de stempel zet.

Prachtig lopen we verder over een oud muildierpad, en we gaan over verschillende bruggen die waarschijnlijk stammen uit de Romeinse tijd. We lopen met vleugels, in no time zijn we in Lorca. Koffie! De barretjes (eh, gek woord) langs de camino zijn leuk.

Als we de gehavende schoenen weer onderbinden vliegt P op 1 schoen de bar uit. Zoals gewoonlijk hoort en ziet ie weer alles, en hij roept de Nederlanders op de fiets achterna. Ad, Marian, Elma en Ben veroorzaken een bont gekleurde opstopping. Onderwerp van gesprek: loszittende hakken in zorgwekkende toestand. Fietsers idee: Solution! Grote hilariteit als de hakken op straat worden geplakt, terwijl in de bar het praatje rondgaat dat we van Hollanda komen. Met geplekte hakken gaan we vlot naar Estella. Hier zijn de stadsfeesten in volle gang, dus wegwezen. Eindbestemming: Ayegui, Albergue de Peregrinos. Als we door een eikel van een vent ingeschreven worden zien we dat we nummer 3 en 4 zijn! De camino is voor ons beslist geen wedstrijd, we lopen gewoon super. Ons onderkomen is in een balletzaal, spiegels overal. Clean sanitair. In de volgende uren stroomt het vol, P raakt aan de praat met het Amerikaanse meisje Andrea. Ze spreekt Spaans en Engels de ideale combi. Zo komt hij aan de weet waar de schoenmaker in Estella is. We besluiten om weer 2,5 km terug te wandelen voor nieuwe hakken.

Wanneer J de route voor de komende week bekijkt is de moeilijkheidsgraad aangeduid met + of ++. De dubbele plus is niet de zwaarte maar de lengte van de etappe. Pff, we gaan niet verzolen maar kopen nieuwe schoenen bij de eerste de beste schoenenwinkel. Da's een betere optie. Dan hebben we nu de tijd om naar een heel bijzondere pelgrimsbron te gaan. Bij het wijnhuis Irache komt uit het ene kraantje water en het andere rode wijn. We nemen onze bekers mee en bij de bron tappen we een smakelijk wijntje. Vervolgens vermaken we ons met een oude gekke Spanjaard die de bron als gratis bar gebruikt. Z'n hondje Couscous kent het ritueel precies. Er staat een camera om misbruik te registreren. Waarschijnlijk zwaait de Spanjaard er dagelijks naar. Je kunt eens een kijkje nemen op www.irache.com

Samen met Andrea eten we in de kantine, hetzelfde menu als gisteren, de kippebout is nu een fileetje. Een smsje van Ana: Today I tought to a nice couple enjoying whitan incredible vieuw (Monte del Perdon) loves ana

Met een glimlach kruipen we in bed. Om 22.00 gaat het licht onverbiddelijk uit.

 

5 augustus Ayegui - Torres del Rio 29 km

Pluk de dag........hier beginnen pelgrims al om 4 uur te ritselen. De oordoppen die we van Andrea kregen zullen nog 'ns van pas komen. Nu draaien we nog een keer om, maar om half 6 is er zoveel beweging dat we ook opstaan. Het tafereel is om de slappe lach van te krijgen. Zowat iedereen is in het pikkedonker aan het inpakken. Ook wij zoeken onze spullen op de tast, en de schoenen vinden we op de reuk..... In de kantine scoort P anderhalve liter melk en met de muesli uit de tas is het een prima ontbijt. Beter dan de toastjes met jam en sinas die ze in de kantine serveren.

In de schemer lopen we door de lelijke buitenwijk. Als de zon opkomt lopen we in een prachtig bos met steeneiken. Tussen de bomen door zien we de berg Monjardin liggen die hoog boven het plaatsje Villamayor de Monjardin uittorent. Omdat we zo lekker gaan stuiven we door dit dorpje heen. Hopla, we gaan over een onverharde brede weg met overal wijngaarden, de druiventrossen kleuren blauw, hier en daar de wuivende pluimen van een aspergeveld. Heuvels als bultjes in het landschap. Stukjes bos afgewisseld met de vertrouwde stoppelvelden. In de berm staat de blauwe kogeldistel te pronken. Op 2 stenen naast de kant van het pad drinken we melk met het laatste restje muesli. De passerende pelgrims groeten we met ola, het zijn bijna allemaal Spanjaarden op de weg.

Los Acros is de stad waar we nieuwe schoenen willen kopen. Eenmaal in de stad vergaat ons alle hoop, een klein supermarktje en een souvenirwinkeltje is het enigste wat we zien. Gedesillusioneerd zakken we neer op een muurtje bij de kerk. Loop je daarvoor zo snel naar Los Arcos? Het zijn de verwachtingen die ons op het verkeerde spoor zetten. We vloeken op alles wat Spaans is, en lunchen in stilte.

Hordes pelgrims komen voorbij en slaan linksaf naar de albergue voor 200 personen. 18 km is in je hoofd toch een breekpunt, het is heet, pijn aan de voeten, kun je er dan nog 11 uitpeuren? J twijfelt, P zet door; niet weer in zo'n megapelgrimsschuur. Sjips natuurlijk kunnen we dat, even later zetten we ons beste beentje voor tussen de olijfgaarden. Kronkelige gedrongen oude bomen staan in rode aarde. Het is heet maar de wind zorgt voor verkoeling.

In de verte zien we de glinsterende puntige toppen van de Codes, de natuurlijke grens tussen Navarra en Baskenland. Telefoon rammelt 2x! Goed nieuws, Bregje is geboren! Dochter van Marieke en Roel. Kleindochter van Jan en Antoinette. Dit geluk tilt je op en met gemak lopen we de laatste. Veel gele pijlen wijzen ons de weg naar de albergue. Toffe binnenplaats en ontvangst door een aardige griet.

Onder de douche spoelen we het stof door het putje, een opknapper! We proosten op het terras op Bregje, terwijl er onafgebroken pelgrims binnenkomen. Het is van de gezichten af te lezen dat de weg lang en heet was voor velen. Aan een tafeltje voor 2 de meest exclusieve privacy in deze drukte eten we een goed pelgrimsmaal. P papatas con chorizo J salade mixte, allebei een forelletje en ananas toe. Daarbij een karafje rode en veel aqua. Nu nog effe achter internet en dan naar bed.

 

6 augustus Torres del Rio - Logrono 22 km

Gisteravond ging om 22.00 het licht uit. 3 Minuten later ging het aan, effe later uit, dan weer aan. De buurman van J draait gewoon de peer los, zo blijft het uit! We slapen als een blok. Deze ochtend is het christelijk, iedereen is stil tot 6 uur. Het valt op dat veel pelgrims de wasbeurt 's morgens overslaan, ze gaan ongewassen, ongeschoren, met een vies mondje aan de wandel. Hebben wij de wastafel voor onszelf. Heerlijk fris gaan we op weg.

Na ruim 2 uur wandelen we Viana binnen. Zelfs op zondag is de kerk van Santa Maria op slot. Het is echt zonde dat we zoveel gesloten kerkdeuren in Spanje vinden. De rode arena van de stierengevechten is gelukkig ook op slot, wij willen niet geconfronteerd worden met dit dierenleed. 'sOchtends om 8.47 is wel bar-café San Juan geopend. We installeren ons in de hoek, zo hebben we overzicht op alle komende en gaande pelgrims. Op zondagochtend broodje gebakken ei met chorizo en een sterke koffie. Met 12 km in de benen is het pure verwennerij.

We leggen de voeten op een stoel en yes we kunnen gratis internetten. Alle berichten "vliegen de deur uit", en een stapel komt binnen. Met nog een bakkie lezen we ze meteen. Het ultieme zondagochtendgevoel. Met de wetenschap dat in Nederland alles z'n gangetje gaat, stappen we verder over de uitgestrekte vlakte in het roze ochtendlicht.

In het kerkje bij de hermitage Virgen de las Cuevas zien we Jacobus voor het eerst afgebeeld als de morendoder, de matamoros. Een wel hele grote metamorfose voor de brave Jacob. Volgens de legende zou hij tijdens de slag van Clavijo (een plaats ten zuiden van Logrono) in 844 het christelijke leger te hulp zijn geschoten en eigenhandig de Moren hebben verslagen. Hele stukken heb je de camino voor jezelf, onverwacht lopen er weer hordes mensen. Bij het bord wat de grens van Rioja aangeeft is het druk met pelgrims.

Ola, ola roept een pelgrim (die door ons de burgemeester wordt genoemd) hij wil ons samen op de foto zetten. ....Een Spanjaard die Engels spreekt! Bewondering en lovende woorden voor ons avontuur. Wij grijpen onze kans, en bespreken ons schoenenprobleem. Uiteindelijk zijn er 2 Portugezen die vertellen dat er een sportzaak aan de rand van Logrono is. Echt waar, Spanjaarden weten niet wat er 3 deuren verder te koop is. Morgenvroeg gaan wij op zoek naar Decathlon.

De aankomst bij de Albergue de Peregrinos is even wennen. Er staat een lange rij van rugzakken..... Dit is echt nieuw voor ons, in Frankrijk hadden we hele gîte voor onszelf. Nu delen we de tent met 88 anderen. Om 13.30 gaat de herberg open. We worden ingeschreven en delen wiebelig stapelbed nr35/36. We kletsen met een meisje uit Boedapest, ze is hier met de bus. Heup en enkel zijn de spelbrekers. Zo vergaat het velen, veel tranen en instortingen in Logrono. Douchen in alle talen, tukje op wiebelbed, en dan de stad in.

Plan is om te eten zoals de Spanjaarden, 's middags uitgebreid, 's avonds een kleinigheidje. Het is een speurtocht maar in een dwarsstraatje vinden we een tentje (bar) dat aan de buitenkant niet echt uitnodigt. Binnen vinden we TAPAS, met handen en voeten en veel goede wil krijgen we van alles wat. We hebben het weer dik voor elkaar...en dat mag zeker gezegd worden wat een heerlijke tapas. Hier kan menig kok nog iets van leren. Enige minpuntje is de schreeuwende TV met formule 1. Om 16.00 worden we vriendelijk maar dringend gevraagd om op te hoepelen, ze gaan met de familie eten. Okay, maar de halve fles rose schenken we even in een plastic fles.... Daarna houden we net zoals de Spanjaarden siësta in de patio van onze albergue. Wat een luxe voor slechts 3 euro. Genietend en rustend gaan we dadelijk voor een kleinigheidje als avondmaal. We zijn helemaal verrast als we de stad inlopen. Hartstikke druk op straat, heel Logrono loopt te flaneren. We doen een stukje mee, en voor de rest sparen we onze voeten. Op een bankje eten we 'n broodje kebab. Het Hongaarse meisje komt langs, ze heeft een Spanjaard opgeduikeld. Hij loopt 40 km per dag en volgens hem is Santiago nog 400km. Hij slaat een kruis als hij onze credentials ziet, en gedraagt zich dan iets minder macho. Zijn naam is vast Fabio of Claudio maar het is niet onze amigo. Grote herrie op de slaapzaal daarna. Er is iets aan de hand maar we snappen er geen hout van. Als je accepteert dat Spanjaarden verschrikkelijk luidruchtig zijn heb je er een stuk minder last van....

  

----------------------------------- 2006  WEEK 30 --------------------------------------

  

7 augustus Logrono - Ventosa 20 km

Wat een rust om 5.45, bijna alle pelgrims zijn vertrokken. Nog een keer omdraaien kan gerust, de winkels zijn pas na 10.00 open. Ons slaapje wordt verstoord door bezoek van "amigo". Hij komt natuurlijk voor Hongaarse Susan die naast ons slaapt. Hij is niet van plan om te vertrekken, behalve met haar. Hij wil voor haar zorgen nu ze zo'n pijn pijn heeft, hij is haar lopende farmacie. Zoveel weet hij wel duidelijk te maken aan Susan, en daar is geen woordje over de grens bij. Hij wacht gewoon op de bedrand van deze schoonheid uit Boedapest... Ze zucht nog eens diep en gooit haar lange haar achterover....

Wij zeggen de de hospitalero (vrijwilliger) gedag en danken voor de hartelijke gastvrijheid. Het heeft wat voeten in aarde, maar om 9.36 staan we voor buitensportzaak Decathlon. Voor J is de keuze snel gemaakt, ze verkopen LOWA in maatje 36!! Ze is helemaal in haar nopjes met haar vertrouwde merk. Voor P is het niet zo eenvoudig, hij selecteert op schoenen waar z'n steunzolen in passen. Er blijft maar 1 paar over. Chiruca is de naam, maat 44. De oudjes gaan in de rugzak. We kunnen nog geen afscheid nemen, ze waren ons zo trouw al die stappen van huis... De nieuwe lopen we in op een onooglijk stuk, kilometers industrie, een kiezelpad langs de snelweg, niks aan.

Pelgrims maken kruisjes van hout en twijgen in het hekwerk van gaas langs de snelweg. Bij de aankomst van Albergue San Saturnino; goeie muziek! George Harrison - Sweet Lord. Een fijne plek om te zijn. Sms van Ana, morgen is ze 21 km achter ons. Zelf kokkerellen in Spanje loont niet de moeite, voor 7 euro heb je een pelgrimsmenu van 3 gangen inclusief wijn. Vanavond eten we in een alleraardigst restaurantje. Ook de bediening is ontzettend aardig. Vooraf: paella, hoofdgerecht: een gefrituurd visje, toet: watermeloen.

 

8 augustus Ventosa - Santo Domingo de la Calzada 32 km

In deze albergue in het niet toegestaan om de wekker te zetten. Je wordt om 6 uur wakker gemaakt met klassieke muziek. Sommigen kunnen het niet laten, om 4.15 begint er al eentje in te pakken. Weliswaar zachtjes, maar ze heeft een schijnwerpertje om haar arm. Iedere keer als ze iets inpakt schijnt ze precies in het gezicht van P.... Een frisse wind deze ochtend. We lopen tussen rotsen van rode zandsteen. Daar vinden we een geschikte plek om afscheid te nemen van onze vertrouwde schoenen. Na ongeveer 4000 kilometers laten we ze achter bij een eigentijdse dolmen. Nog een laatste taak geven we ze mee, ze bewaren een briefje voor Ana. Houdoe beste schoenen. Op onze nieuwe gaan we door golvende heuvels waar veel druiven voor Rioja wijnen worden verbouwd.

De weg naar Najera is louter stinkende industrie. Gewoon doorlopen. Bij een bar drinken we koffie uit een glaasje, daarbij een broodje omelet met rode peper. Smaakt prima na 10 kilometers.

Op heel veel kerktorens zien we ooievaars. Vaak zelfs meerdere nesten op een toren. In Nederland een zeldzaamheid, hier zie je ze met 10tallen vliegen. Geweldig!

Ruim een uur later lopen we Azofra in, het oogt er overal nogal krakkemikkig. Ook hier nemen we een koffie, en P bestelt er bocadillios bij. De cafe's hier hebben van die lekkere belegde broodjes, we nemen het ervan. Daarna 'moeten' we 10 km zonder. Onze nieuwe schoenen lopen super, o God wat zijn we blij dat de schoenen ons passen. Ze brengen ons zonder een blaar naar Santo Domingo de la Calzada. De eerste herberg in de abdij is vol. Bij de tweede herberg stiefelen we gewoon naar binnen. Het is er al druk, we vinden 2 bedden naast mekaar. Wat blijkt even later: Marijke en Roos uit GENT slapen naast ons. Aha! Mensen uit Vlaanderen daar houden we van, zeker en vast! Meteen vertellen we over de prestatie van Fried, en over Frankie en Karin, hoe ze voor ons gezorgd hebben in onze zwaarste dagen. De 2 dames zijn onder de indruk en willen op de foto met ons. Voordat we kunnen inschrijven heeft J al gedonder met de vent achter het bureau. Hij loopt vreselijk belangrijk te doen in z'n gele t-shirt en gebaart haar om met de hele rommel te vertrekken. Natuurlijk wil J er geen hout van snappen, ze sluit zich aan bij P die in de rij van inschrijving staat. Wat een geluk dat Roos wat Spaans spreekt! Zonder omhaal weet ze die vent duidelijk te maken dat we ons van geen kwaad bewust waren toen we onze bedden uitkozen. En belangrijker; we laten ons niet wegsturen door deze bureaucraat. Het zien van onze credentials dwingt respect af, alle problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Pff, dat is geluk hebben, de noodmatrassen worden inmiddels al neergelegd.....het is verschrikkelijk druk en overvol....als hier de pleuris uitbreekt...Het hele Santo Domingo kan ons gestolen worden, wat een commercie rondom een kip en een haan. De legende hierbij is dat er in de middeleeuwen een Duits echtpaar met hun zoon in de herberg alhier verbleven. De dochter van de waard werd verliefd op de jongen, maar hij niet op haar. Uit wrok stopte ze een kostbaarheid in de jongen z'n bagage en meldde de diefstal na hun vertrek. De zoon werd aangehouden en terecht gesteld. Hij kreeg de strop en zijn ouders volbrachten hun pelgrimage en biechtten het voorval op aan sint Jacobus. Tijdens de terugtocht ontdekten zij dat hun zoon nog leefde. Hij stond met de stop om z'n nek op de hand van Jacobus. Hij werd bevrijd en de bisschop werd ontboden. Deze zat net te eten, gebraden kip en haan, en zei dat hij dit niet geloofde. De bisschop stelde dat de kip en de haan nog eerder weer zouden kunnen vliegen dan dat de zoon nog zou leven. Waarop de kip en de haan weer veren kregen en de kerk in vlogen waar ze nu nog steeds te zien zijn. Door een traliehek zien we de beesten inderdaad zitten in de kerk ..... Als je dichterbij wilt moet je entrée betalen, aan die flauwekul doen we niet mee.

We eten naast de Albergue. Een salade, vis/vlees met frietjes en rijstepap met kaneel na. We klinken op onze nieuwe schoenen....yoehoe 32 kmters zonder problemen!

   

9 augustus Santo Domingo de la Calzada - Tosantos 30 km

Waardeloze wandeling, 25 kilometers lopen we vlak in de buurt van de N120. Tot onze grote verbazing steken alle pelgrims deze autoweg ook nog 5 keer over. Levensgevaarlijk. We lopen ook nog een uur op een pad strak langs de autoweg. Zelfs praten kan dan niet, de vrachtwagens denderen met geweld langs. Ook fietsers horen we niet achterop komen, het is iedere keer schrikken als ze ons onverwacht inhalen. Het is een kwestie van blik op oneindig en doorkachelen. Op een dag als deze is het verlangen naar de rust en natuur in Frankrijk groot. De camino naar Santiago loopt van dorpje naar dorpje, en dat is de reden dat we iedere keer die drukke N120 moeten oversteken.

Een brievenbus is echter een zeldzaamheid. De CD met foto's reist nog een dag met ons mee voordat we hem kunnen posten. Rond 12.30 komen we in Belorado aan. Hier willen we eten op het terras, we rammelen. Tegenvaller 1; eten kan pas vanaf 13.00, tegenvaller 2; niet op het terras maar boven in het restaurant. Het is even bijstellen, zeker als we na een half uur in een smakeloos ingericht restaurant komen. Lichtgroen gesausde muren, TL-balken, zeiltje op de vloer en in iedere hoek een tv die aanstaat. De propellers aan het plafond blazen zo hard dat de papieren kleedjes van de tafels waaien. Binnen een kwartier vult de tent zich met Spanjaarden. Alle tafeltjes zijn in een mum van tijd bezet. Voor het prijsje van 5 euro krijgen we een bord vol tapas, echt heerlijke hapjes. De Rioja rosé kunnen we niet weerstaan. Daarna hebben we vooral zin om een tukje op de bank te doen. Tja, dan hadden we thuis moeten blijven, hier gaan we er nog een uur tegenaan.

Om de massa pelgrims achter ons te laten gaan we 5 km verder, zo lopen we uit de pas van de grote groep. Verhit en stoffig komen we aan bij Casa Parroquial, een vriendelijke ontvangst door een vrijwilliger. We boffen en krijgen een 4 persoonskamertje in dit schitterende oude pand. Het is er de gewoonte om samen te koken, samen te eten, en samen te mediteren. Het samen delen staat centraal; verder ben je vrij in je doen en laten. Ze hebben 1 regel: om 23.00 slapen en NIET eerder dan 6 uur opstaan. Daar kunnen we ons helemaal in vinden. Voor 20 mensen is er hier een bed. Na ons komen er nog wel 20 pelgrims meer aanwaaien. Dit betekent dat we de ruimten moeten delen met het dubbele aantal mensen. Samen met een Hongaar trachten P&J om 40 personen een tafel en stoel te bieden. Voor degenen die Paulus de Pelgrim nog niet zo goed kennen is het goed om te weten dat z'n improvisatievermogen grenzeloos is. Een tafel tekort? P tilt gewoon een deur uit de scharnieren.... Christo een soort goeroe die hier de leiding heeft zet even grote ogen op. Het is een eigenwijs type dat zich steeds op een geheim plekje krabt. Als hij 40 zitplaatsen telt kan hij zich vinden in de tafelschikking. Ondertussen zijn anderen aan het kokkerellen. Jammer dat we geen foto hebben van de enorme pan op de gasvlam. Hieruit wordt een smakelijke pasta geschept. Vervolgens is er voor iedereen een klodder aardappelen in jus. Enigszins verbaasd krijgen we ook nog een flink bord broodsoep met knoflook. Lijkt absoluut niet op die van CenC. Een emmer vol watermeloen toe. De goeroe vraagt ons om de afwas te laten staan en nodigt ons uit voor de meditatie. Nieuwsgierig gaan we het trappetje op naar een schitterende ruimte; piepklein deurtje door, prachtig glas-in-lood, vakwerkplafond, kaarsjes, psychedelische muziek...... Van de Spaanse goeroe krijgen we een gebed in het Engels. Het is speciaal, bijzonder om mee te maken met zoveel nationaliteiten. ..... Schade! Het Duitse meisje snapt er niets van, met haar aanstellerige lach verstoord ze veel meer dan ze in de gaten heeft. Het wordt beter als een van de vrijwilligers haar aan de afwas zet.

Ondanks dat de N120 langs het slaapkamerraam raast slapen we als een blok. Om 6 uur ontbijt, het wij-gevoel is duidelijk minder; iedereen is alweer bezig met de weg van vandaag. We bedanken de vrijwilligers persoonlijk, het is knap dat zij het hoofd koel hielden met zovelen. Ze schiepen orde in de wanorde van al die pelgrims. Iedereen heeft gegeten, geslapen en kan gesterkt met een ontbijt beginnen aan een nieuwe dag. Het mooiste is dat iedere pelgrim hiervoor een eigen bijdrage kan geven. DONATIVE noemen ze dat hier. Van het geld wat je geeft wordt er de volgende dag eten gekookt, stroom en een warme douche betaald. Een prachtig systeem!!!!

   

10 augustus Tosantos - Atapuerca 27 km

Eenzaam is het land van de Montes de Oca, vroeger werd de route onveilig gemaakt door struikrovers. Ineens lopen we weer door de bossen, wat een verschil met gisteren. In Villafranca drinken we koffie in een chauffeurscafé. Het is er druk, hierna is er niks meer te eten&drinken tot aan Juan de Ortega. De weg ernaar toe is mooi, in het zuidwesten zien we de toppen van de Sierra de la Demanda waar tot diep in de zomer sneeuw ligt. Wij lopen door eikenbos waar de heide weelderig bloeit in 3 kleuren paars. In vroeger tijden was het gebrek aan herbergen niet het grootste probleem van pelgrims. Ze sliepen in de openlucht en deden 2 dagen met een stuk brood. De grootste moeilijkheid waren de gebieden zonder duidelijke paden. Zo verdwaalden pelgrims snel en maakten lange omwegen. Vooral rivieren waren enorme hindernissen. Zonder bruggen was de pelgrimage bijna niet te volbrengen. In de 11de eeuw besloten Domingo de la Calzada en Juan de Ortega bruggen, hospitalen en herbergen voor de pelgrims te bouwen. Nu is het pad duidelijk, we zoeven door 13 km eikenbos met bloeiende heide, en kletsen onafgebroken over alle goeds wat deze tocht ons gebracht heeft. Ineens ligt daar het klooster van Juan de Ortega.

 

 

 

We begrijpen dat dit in vroeger tijden het pelgrimshart sneller deed kloppen. Om eerlijk te zijn het onze ook, een shotje cafeïne gaat er wel in. Bij een zeer onvriendelijke uitbater zitten we op het winderig terras. De broodjes zien er niks lekker uit, in de tas zitten nog keks vanuit Nederland. Tochwel een gedenkwaardig moment om de gebroken koekjes hier te dopen in wat honing, mmmm. Huppakee nog 7 km asfalt, in Ages doet J effe moeilijk. Dat wil zeggen het dorpje lonkt, de albergue lijkt leuk, de voeten zijn moe. Klasse van P de planner. Super dat hij J toch weet te motiveren om die laatste 5 eruit te peuren. Aankomst in Atapuerca is geweldig; de poes doet de ontvangst in een meer dan authentieke herberg. Als eersten hebben we een schoon bed voor het uitkiezen. Fris gewassen schuiven we aan een tafeltje in het restaurant een deur verder.

Taalproblemen doen ons besluiten om het pelgrimsmenu te kiezen. Absoluut in de roos: pasta met chorizo-lamsvleesschoteltje met brood. Jammer dat de toet een waterig puddinkje is. Is het daarom dat J trakteert op een eau de vie? Zo wat een killer, we pitten anderhalf uur als een os. Als we wakker worden is de slaapzaal compleet gevuld. Poes speelt met alle gasten, maar kiest uiteindelijk P z'n oksel om spinnend in slaap te vallen. Als we uitgenodigd worden door de Franse striptekenaar, de knappe verpleegkundige en Laurant die naar SdC loopt blijft poes de wacht houden op P's bed. Onze mail lezen we op de slome computer van het restaurant. We denken dat de poes de reïncarnatie van Bud moet zijn.

     

11 augustus Atapuerca - Rabe de las Calzadas 24 km

In de steengroeven van Atapuerca zijn de resten gevonden van een prehistorische mens die de wetenschappelijke naam Homo antecessor heeft gekregen. Het is maar dat je het weet. Deze ochtend is zo fris dat we de fleecevesten uit de tas vissen. Da's lang geleden, het geeft net zo'n behaaglijk gevoel alsof je thuis de open haard aansteekt. Het waait behoorlijk als we over een ruig pad tussen de maan en de opkomende zon lopen. Geweldige sensatie als we over de rotsblokken naar het plateau van de Matagrande klimmen. Met aan de linkerkant het prikkeldraad van een militair terrein en op het plateau een groot simpel houten kruis heerst hier een griezelige schoonheid. Het is er dor, het waait stevig en dan lijkt het of er een rosé licht over de schepping gaat schijnen. Magnifiek roze wolken waaien ons voorbij....

 

Als we afdalen zien we Burgos al liggen. Een gouden tip van Jaqueline van Restaurant Papasol: stap in de bus bij Villafria. Voordat je in Burgos bent moet je 8 km langs de N1 lopen, een superdrukke weg met denderend vrachtverkeer, en verder industrie zover je kunt kijken. Voordat we weten dat een bushalte een onduidelijke paal met prullebak is hebben we zo'n 4 km N1 geproefd. Afschuwelijk! 10 minuten later zitten we in de bus, die ons voor 0,75 euro pp middenin Burgos brengt. Drukke stad, we vinden er niks aan. Voor de vorm zetten we de kathedraal op de foto. Als we binnen willen stuiten we op grote hekken: Entree! Wegwezen hier. Als we de pelgrimsherberg van Burgos passeren staan de rugzakken al op een rij....Burgos is de place to be voor velen. Een Duits meisje komt ons tegemoet rennen; Ana zoekt naar ons. Het gaat wel goed met haar, maar ze loopt alleen, Matthias heeft de bus genomen.... Er zijn vriendschappen die sneuvelen op de Camino... Lieve A wij wachten niet op je, hoezeer het ons ook spijt.

De weg voert ons nog 14 vervelende kilometers verder naar Rabe de las Calzadas. In een prachtige albergue aan het kerkplein vinden we een bed voor deze nacht. Bij de eigenaresse moeten we min of meer door de ballotage, wat een streng mens. Meerdere malen laat ze nadrukkelijk weten dat we gast zijn in HAAR huis. Bij de gratie Gods kunnen we 1 biertje bij haar kopen en verder wachten we in de schaduw tot 19.30. Er is in de verre omtrek niets te snacken. Ook de magen van collega-pelgrims knorren. De Noorse jongen trakteert op zonnepitten, hij eet ze compleet met schilletje en al totdat we hem uitleggen dat het ook zonder kan. Voor de rest eet hij voortdurend pillen die de farmacie hem geadviseerd heeft. Lucia en Christina zijn 2 vrolijke meiden uit Rome, echte giebelkonten. Ze snoepen lekker mee van de farmacie. Het schattige Japannertje is blij als hij aan tafel kan. Onvoorstelbaar dat hij vanuit Japan naar Le Puy vliegt, en nu naar SdC loopt. Ook zijn er 3 Fransen, het contact met hen loopt niet zo soepel. Dan zijn er nog 2 Oostenrijkse poederdozen, sst eentje kan er Nederlands.... Ze zitten zich voortdurend in te smeren met kostbare flesjes, tijd voor J om demonstratief uit het blauwe blik Nivea te smeren. Voorlopig ontsierd de Compeed nog de Oostenrijkse voeten.

Voor we aan tafel gaan weet de ene haar pajero om te toveren tot een heuse avondjurk..... Pff, het Spaanse echtpaar komt gewoon in de korte broek net als wij. Een leuk gegeven met zoveel nationaliteiten; Engels is de gemene deler. Iedereen is het erover eens, de eigenaresse is een BITCH. Onwetende pelgrims strijken neer in HAAR huis, en vervolgens knijpt ze ze uit. Het eten is een bord pasta met rooie saus en een knakworst uit blik. Dan een danonepotje yoghurt met een rotte pruim. Dat was het, zonder te blikken of te blozen mogen we hier 7 euro pp voor neerleggen. Het Japannertje, de Noor, en P&J eten het mandje met droog brood leeg tot de laatste kruimel.

 

12 augustus rabe de las Calzadas - Castrojeriz 29 km

Over het ontbijt kunnen we kort zijn; 1 liter melk voor 13 personen, 4 biskwietjes per persoon. Een wereld van verschil is het landschap waar we nu in lopen. Zover ons oog reikt zijn er akkers. Het graan is geoogst, de stoppelvelden reiken tot aan de horizon. Nergens een huis. Af en toe een boom. De wind heeft hier vrijspel en blaast ons vooruit. We koelen zo af op de hoogvlakte dat we de fleece graag aantrekken. De kruidenier in Hornillos 8km verder is helemaal voorbereid op alle pelgrims die niet op 4 koekjes verder kunnen. Met een vriendelijkheid waar je warm van wordt maakt hij flinke stokbroden kaas. Met een paar flauwe bochten gaan we uit het dal omhoog en komen weer op de meseta, zo noemen ze de hoogvlakte met graan hier.

 Het pad loopt tussen stenen wallen, hier lopen we over het oude pelgrimspad. Geweldige ervaring, over dit pad liepen duizend jaar geleden ook al pelgrims naar Santiago. Is het deze energie die we voelen? Is het hierdoor dat we vandaag met vleugels lopen?

Gezellig geroezemoes op het pleintje in Hontanas, een dorp wat indruk maakt. Alle huizen lijken op instorten te staan, het is er rommelig en stoffig. Razend gelukkig drinken we goeie koffie. Door droog en dor land gaan we verder. Over de bezorgde berichten vanwege bosbranden kunnen we jullie geruststellen; hier groeit nauwelijks een boom. Behalve langs de geasfalteerde weg naar de ruïne van het klooster van San Anton. De populierenlaan brengt ons naar wat is overgebleven van een gotisch klooster. Er loopt gewoon een asfaltweg onder de hoge bogen door. Pas als we de 2 nissen in de muur zien realiseren we ons dat hier in vroeger tijden ook een weg liep. De monniken zetten in de nissen brood en wijn klaar voor passerende pelgrims. Nu laten pelgrims er briefjes achter voor medepelgrims. Het klooster dat al in de 12de eeuw werd gesticht, werd bewoond door Franse monniken die zich ontfermden over zieke pelgrims.

Nu ontmoeten we er een gestrande poederdoos, ze heeft een blaar en laat de taxi voorrijden. Voor ons doemen de steile wanden van de volgende meseta op. Met het zicht op Castrojeriz gaan ook de laatste kilometers als een speer. Om 13.15 hebben we 29 kmters in de benen! Wij zijn tevreden, want rond dit tijdstip wordt de zon brandend heet. Bij Casa Nostra vinden we een stapelbed met uitzicht op de meseta.

Allerhartelijkst worden we ontvangen. Ook hier zegt de jongen: dit is mijn huis, maar voegt eraan toe: vandaag is het jullie huis, wees welkom!! Geweldig krakkemikkig oud pand, kleurige tegeltjes, wanden van leem, en zeteltjes als stoelen. Nadat we een laag stof hebben afgespoeld zijn we precies op tijd om samen met de Spanjaarden aan tafel te gaan. Restaurant la Taberna is een aanrader( Fried deze kun je inplannen ). Een familiebedrijfje wat trots is op de maaltijden die ze serveren. P krijgt 2 borden goedgevulde vissoep. De naam van de vis kennen we niet maar hij zwemt naar binnen. Daarna salade met die lekkere scherpe uienringen en vis uit de oven zwemmend in boter. Meloen toe. P kan inmiddels in het Spaans de rekening vragen. "Te veo es ta tarde" wordt wat moeilijker. De jongen achter de bar roept: "I see you this evening "

   

13 augustus Castrojeriz - Boadilla del Camino 21 km

Deze ochtend is de stilte op de meseta overweldigend, geen wind, enkel eenzame akkers rollen zich voor ons uit. De paden zijn zo gemakkelijk om te lopen dat gedachten eindeloos kunnen zijn. Onze Piet, 28 jaar geleden op zondag met Schaijkse kermis geboren, nu jarig. Proficiat vanuit Spanje.

Als we in Itero de la Vega rusten bevolkt de blauwe hemel zich met donzen wolkjes. Ze zijn welkom want op de hoogvlakte is nergens schaduw te vinden. Toch hebben we het idee dat we boffen met het weer hier, de warmte is niet te vergelijken met de zinderende hitte in Zuid-Frankrijk. 's Morgens is het zelfs fris en tegen de tijd dat het serieus heet wordt hebben we het grootste gedeelte al afgelegd.

Aukje en Gosse hebben zowiezo het grootste gedeelte gehad, vandaag of morgen komen ze in Santiago aan. Ans en Anneke smsen dat ze er woensdag de 16de zijn. Klingelingelinge, in de verte komt een herder met zijn schapen ons tegemoet. Voorop gaat een ezel, ze draagt de tassen met eten voor de vriendelijke herder. Staan we zomaar tussen de Spaanse schapen.... Het tafereeltje is een (onprofessioneel) filmpje waard. (Click hier naast)Jammer dat we de bijbehorende geur niet kunnen vastleggen...

Voor ons eindigt deze etappe verrassend vroeg. Wanneer we in Boadilla del Camino een koffietje willen drinken vinden we zomaar ineens de Albergue die J aan P heeft beloofd! Een perfecte plek met EEN ZWEMBAD! Aha, hier hoeven we niet over na te denken. Om 11.30 beginnen we aan de zondagsrust. De Argentijn is in z'n sas met gasten uit Holanda, samen kennen we immers Maxima. Met een royaal gebaar slingert hij J d'r rugzak op z'n rug en gaat ons voor naar het schone en sfeervolle dortoir. Op het terras onder de oude appelboom eten we van die grote dikke Spaanse olijven en toosten met een glas rosé op de verjaardag van Maria. Het komische Japannertje is er ook al. Zoetjesaan schuifelt het pelgrimslegioen binnen. De man van de rek en strek mevrouw, Mortan de Noor, de dikzak, die 2 uit de bus, zwiebelbeen, de groep aardige Italianen, Erwin, de Oostenrijker, mevrouw zonder geld, de man met 't karretje.....het wordt echt keidruk. Och daar is ook het stel uit Boedapest. Nee, Suzan is er niet bij, ze is nog aan het feesten in Burgos.... Ondanks de verschillende nationaliteiten vinden we de camino hier toch echt een Spaans vakantiefeestje. Heel veel jonge Spanjaarden lopen, hinken en kreupelen van Albergue naar Albergue. Ze zijn over het algemeen erg aardig, maar de taal is wel een barrière. Meestal spreken ze een beetje Engels, en de rest met handen en voeten. Verder dan het waar kom je vandaan en waar ga je naartoe verhaal komt het meestal niet. Het zwembad is mooi blauw maar echt te koud, we rusten totdat de verveling toeslaat. Op de dag dat we "alles" hebben staat het ons tegen. Bar, restaurant, zwembad.... O jee, we hebben waarschijnlijk toch een kleine afwijking opgelopen....

18.06 sms van Aukje en Gosse: Wij binne oan yn Santiago. Wauw! We zenden onze felicitaties aan de Friese kanjers.

In de Albergue is het te druk en te veel, maar eten moet. Voor P een bonensoep, voor J spaghetti, samen eten we een stukkie witvis met een slaatje bla, supersappige nectarine na. We drinken rode Rioja.

    

----------------------------------- 2006  WEEK 31 --------------------------------------

 

14 augustus Boadilla del Camino - Carrion de los Condes 26 km

 

Het is weer vroeg vanochtend. Om 5.30 zijn we met 46 pelgrims in het donker aan het inpakken, 4 liggen nog in bed. Het hele gebeuren is ontzettend lachwekkend. Ritselende plastic zakken, fluisterstemmen, iemand struikelt over andermans tas, flitsen van koplampjes, ritsen die open en dicht gemaakt worden.... Ook met de pluggen in de oren wordt je wakker van zoveel kabaal.

Veel van die vroege vogels wassen en ontbijten niet, ze lopen de eerste uren gewoon in het donker. Wij hebben geen last van deze 'pelerinitis'. Zo noemen we het gejaag van veel pelgrims naar de volgende (goedkope) slaapplaats. De zon komt op bij het Canal de Castilla, een groot irrigatiekanaal. In Fromista, een oude pleisterplaats aan de St.Jacobsroute gaan wij ook even aan.

En zoals in elk Spaans café staat ook hier de TV loeihard aan. Beangstigend zijn de beelden van de bosbranden, we hopen dat ze de vuurzee onder controle krijgen. Wij mogen nog ruim een week lopen voordat we daar in de buurt zijn.

Voorbij Fromista gaan we verder door het gebied van tarwevelden. Vroeger lagen hier uitgestrekte wijngaarden, er groeiden tijm en lavendel en er graasden koeien. In de enorme duiventillen van leemtegels, de palomares, leefden heel veel duiven. Die tijd is voorbij. De duiventillen zijn vervallen, en de Campos is nu enkel bedekt met graanakkers. Bij Poblacion de Campos kunnen we kiezen, de camino langs een asfaltweg of een variante over oude veedrijverspaden. We verbazen ons er over dat bijna alle pelgrims voor asfalt kiezen, terwijl wij mooi lopen over voetvriendelijke paden. Als we na 10 km even uit de wind gaan zitten bij een kapel, zien we dat het komische Japannertje dezelfde keuze heeft gemaakt. Goeie daad van vandaag: P geeft een dupke voor de wandelstok aan de Japanner. Zo tikt z'n wandelstok niet meer zo hinderlijk.

De laatste 6 kilometers moeten we langs een drukke weg. In de hete zon lopen we een stuk op met Daniel uit Keulen. Hij heeft ongeveer evenveel kilometers in de benen als wij. Een ontmoeting die ons raakt. Blijkbaar moet je soms langs zo'n stink- en lawaaiweg zijn voor het onverwachte, er vliegt een prachtige vlinder met ons mee...

Aan de rand van Carrion de los Condes vinden we onderdak in de herberg van de Clarissen in het klooster Santa Clara. De conciërge heeft waarschijnlijk al teveel pelgrims ontvangen; op de automatische piloot zet hij stempel, wijst hij bed, douche en keuken. Carrion is een bekende plaats aan de Spaanse camino. Het is een druk en smoezelig stadje. In de kerk willen we een kaarsje branden voor het 60 jarig priesterjubileum van heeroom Jan. Het gebouw met veel goud, en pracht en praal vinden we helemaal niet passen bij heeroom. We vallen helemaal van ons geloof als we zien dat we hier zelfs geen kaars kunnen aansteken. Tegen betaling gaat er hier een elektrisch lichtje branden... Neuh lieve heeroom we lopen een stukje verder! Ook de restaurantjes kunnen ons niet uitnodigen. Met een tas lekkere dingetjes uit de supermarkt installeren we ons op de houten bank van de binnenplaats van het klooster. Geen Clarisje gezien... We vieren de 14de!

   

15 augustus Carrion de los Condes - La Virgen del Camino 7 km

De laatste kilometers gisteren langs die drukke autoweg nemen we het besluit. Morgen pakken we de bus. Een kijkje op de kaart leert ons dat we komende 4 dagen heel veel bij de drukke N120 lopen.

De bus vertrekt uit Carrion om 12.05, dus hebben we een ongewoon luie ochtend. De busreis laat hele stukken zien die we mislopen: eentonig akkerland waardoor pelgrims voortgaan onder een brandende zon. We voelen bewondering voor iedere pelgrim die dit stuk loopt, maar zijn erg tevreden met onze keuze. In een uur brengt de bus ons 98 kilometers verder. Op het busstation in Leon zijn we het ook snel eens. Loeiende sirenes, broeierige warmte en prikkende uitlaatgassen zijn voldoende redenen om de stad direct te verlaten. Het niemandsland aan de rand van de stad is niet prettig, we kachelen door naar La Virgen del Camino. De naam is mooier dan de plaats, de N120 ligt er dwars doorheen.

Eigenlijk hadden we onszelf een hotel beloofd maar informatieborden vertellen dat er een Albergue Peregrinos is. We treffen het, een spiksplinternieuw superschoon onderkomen voor pelgrims. Hoera, met een trapje aan het stapelbed. Sinds Frankrijk niet meer gehad. Nu kan J zelf uit bed klimmen. Zonder trapje moet P haar namelijk altijd uit bed tillen....

In de slaapzaal treffen we vader en zoon uit Heerlen. Het gaat goed met hen. Na de dagelijkse dingen duurt het lang voordat we kunnen eten. We brengen de tijd door met noten kraken en oppeuzelen. Spaanse restaurants gaan pas om 21.00 uur open. Op een terras klinkt dat nummer van Jose Gonzalez....het doet ons verlangen om zelf weer muziek op te zetten. Per toeval lopen we een restaurantje in een zijstraatje binnen. VIS! De ober die echt van z'n vak houdt vertelt honderduit. Geweldig hoe hij met zijn zwarte kraalogen vol vuur de menukaart doorneemt. We snappen er weinig van maar vertrouwen op zijn advies. Vooraf serveert hij Pulpo Gallega. Het zijn warme plakjes malse inktvis met pittige kruiden. Als hoofdgerecht brengt hij Centollo. Dit is verse krab. De Ribei uit Asturias, een witte fruitige wijn maakt het feestje compleet. Terwijl we eten komt de ober zeker 5 keer vragen of het smaakt. Hij groeit van de complimenten die we geven. Als we ontkennend antwoorden op de vraag of we de kathedraal van Leon hebben bezocht, blijken onze belevingswerelden verder uit elkaar te liggen. Hij roemt het goud en de grootsheid, helaas hebben we te weinig woorden om te vertellen dat we van kleine kerkjes houden. De Aguardiente de Hierbas schenkt hij van het huis. Het is een Spaanse likeur. Zeldzaam bijzonder gegeten!

 

16 augustus La Virgen del Camino - Hospital de Orbigo 30 km

Een van de geheime genoegens van J: het vullen van het piepkleine shampooflesje. Hier zit lavendelzeep in het pompje bij de wastafel. Een paar kneepjes in het flesje, en we ruiken weer dagen fris.

Vanmorgen voor het eerst in maanden de lange broek aan. Het eerste stuk is beroerd, er wordt een nieuwe weg aangelegd. Om te voorkomen dat we weer langs de N120 lopen kiezen we de variante. Over de Paramo, het is een droge hoogvlakte met lage struiken, brem af en toe een graanakker en wijngaard. De brede zandpad is van rode aarde. Uit de bewolkte hemel valt een spat. We komen door onooglijke dorpjes met onuitspreekbare namen als Oncina de la Valdoncina en Chozas de Abajo. De wind steekt op en het is KOUD. Remedie: stevig doorstappen! Met verkleumde vingers komen we in Villar de Mazarife. Bij bar Tio Pepe maken ze een warme bocadilla tortilla con chorizo oftewel stokbrood omelet met worst.

Buiten regent het dikke druppen, dus eerst het regenpak aan en dan een foto van de kerk met de ooievaarsnesten op de voorgevel. Als we de tassen in het café ophalen zien we dat de kerkdeur wagenwijd openstaat. De koster praat druk Spaans maar aan de woordenstroom kunnen we geen touw vast knopen. Uit zijn gebarentaal begrijpen we dat hij de kerk geopend heeft omdat hij zag dat J een foto van de gevel maakte. Na wel 10 keer een Buon Camino gewenst te hebben laat hij ons gaan. De regen in, echt Nederlands weer; nat, guur en koud. Maïs en asfalt, een kilometers lange streep. Genoeg stof tot nadenken. Gehuld in capuchon lopen we uren tot we linksaf slaan. Hier gaan we de lange brug van Hospital de Orbigo over.

14.30...als we opschieten kunnen we eten met de Spanjaarden. We schuiven bij La Encomienda achter een tafeltje met Brabants bont kleedje. Trutas Escabechadas en Congrio salsa especiale zijn specialiteiten van het huis. Het is een koude en een warme vis om je vingers bij op te eten. In de *****Albergue San Miguel gaan we anderhalf uur plat. Dan haalt P nog van die dikke Spaanse olijven, die we delen met iedereen aan tafel. Hij is net op tijd terug voordat de bui losbarst... Hopelijk hebben Ans en Anneke beter weer bij hun aankomst in Santiago. Gefeliciteerd A en A, we zijn hartstikke trots op jullie.

 

17 augustus Hopital de Orbigo - Santa Catalina de Somoza 26 km

Het word vroeger donker en later licht. Om half 8 is de zon op en kunnen we zien waar we lopen. We kiezen een omweg naar Astorga, opnieuw over de Paramo. Tussen de plassen door manoeuvreren we over een zandpad. Hopelijk is er ook zoveel regen gevallen in de gebieden met de bosbranden. De zon breekt door de wolken waardoor de aarde nog roder lijkt. De stoppels op de graanvelden zijn tot wit verbleekt. Eikenbosjes zorgen voor groene verticalen, verder is het plat op de hoogvlakte. Een typische oude man met pet en wandelstok komt ons tegemoet. Met een ontwapenende glimlach en een ferme handdruk wenst hij ons het beste. Iedere keer weer geweldig zo'n ontmoeting.

Bij het Crucero de Santo Toribio kijken we prachtig uit op de kathedraal en het bisschoppelijk paleis van Gaudi. Er achter zien we het bergland waar we morgen doorheen zullen gaan. Voor vandaag hebben we een bezoek aan het bisschoppelijk paleis op de planning staan. Het is een schepping van Antonio Gaudi. Nu we hier toch in de buurt zijn... Met alle torentjes en puntdakjes zou het paleis zo in de Efteling kunnen staan. Voor de kenners; dit bouwwerk is opgetrokken in neogotische stijl. Bij de kassameneer geven we onze tassen in bewaring en met natte ruggen begeven we ons in het museum. Als pelgrimmekes geuren we toch iets anders dan de gemiddelde toerist.... De eerste kennismaking met Gaudi bevalt goed en smaakt naar meer. Toch 'ns aan E & A-M vragen of ze mee naar Barcelona gaan... De stad uit is weer troosteloos lelijk, en al lopen we op het trottoir nog worden de tassen zowat van onze rug gereden. Grrr!! Het laatste stuk maakt veel goed, we verruilen het asfalt voor een voetpad waarlangs manshoge bremstruiken staan. Overal is de stenige aarde roodgekleurd en de zon die door het wolkendek breekt zorgt voor een machtig schouwspel. We hebben de indruk dat hier veel minder pelgrims onderweg zijn. De kuddes hebben we blijkbaar achter ons gelaten. Via een karrenpad komen we in Santa Catalina de Somoza aan. In de gloednieuwe kraakheldere herberg hebben we een bed voor het uitkiezen. P ontfermt zich over de was, die binnen no time aan de waslijn hangt. Dan begeven we ons naar de overkant van het binnenplaatsje. Voor vermoeide voeten is het supersjiek als slapen en eten mogelijk is binnen een straal van 10 meter. Menu del dia verrast ons met een vissoep voor P, asperges met een klodder mayonaise(!) voor J. Voor allebei een zalige verse moot zalm. Meloen na. Spanjaarden houden van opschieten, binnen 3 kwartier steken we het binnenplaatsje weer over.

Even riant rusten op het stapelbed. Bijna iedere pelgrim wil beneden slapen, wij delen altijd 1 stapelbed. Het idee dat er een vreemdeling via de benedenverdieping naar boven klimt en daar gaat liggen snurken staat ons niet aan. En eerlijk is eerlijk vooral J kan erg genieten als alle eigen spulletjes in haar mandje liggen. Stel je er niet teveel van voor, maar een plastic zakje met toiletspulletjes, 'n klein kussentje, en de zijden lakenzak kunnen genoeg huiselijkheid geven. Voorwaarde is wel dat P beneden in zijn mandje ligt. Tot nu toe is dat iedere dag gelukt.

 

18 augustus Santo Catalina de Somoza - El Acebo 28 km

Vroeger was Santo Catalina een dorp van trommelaars en fluitspelers die feesten en partijen opvrolijkten. Echt een leuk plaatsje. We verlaten het dorp via de sirga de hoofdstraat waaraan alle belangrijke gebouwen staan. Na Rabanal trekken we de Montes de Leon in. Vandaag gaan we weer serieus de bergen in na dagen plat lopen. Het is fris en als we Foncebadon naderen moeten we echt de regenkleding aan. Vroeger was Foncebadon een belangrijke pleisterplaats, met een herberg, kerk en klooster. Nu woont er bijna niemand meer. In de regen en mist lopen we door dit verlaten dorp. Het weer past precies bij de sfeer. Een langgerekte rij van vervallen huizen, hier en daar wonen krakers. De kerk is weer opgeknapt en is nu pelgrimsherberg. Echt een plek voor alternativo's en andere wierdo's op de camino. Als je de verhalen moet geloven werden reizende pelgrims in dit gebied vaak aangevallen door roedels wilde honden. Dat avontuur blijft ons gelukkig bespaard.

Na weer een flinke stijging komen we bij cruz del ferro. Beloofd is beloofd: als we hier het steentje uit Oss en Overasselt achter laten zouden we meer vertellen. Cruz del ferro is een ijzeren kruis wat bevestigd is op een 5 meter hoge boomstam die staat op een reusachtige berg stenen. Door de eeuwen heen leggen bedevaartgangers hier de steen neer die ze mee hebben gebracht vanaf hun geboortegrond. Die steen zou de grootte moeten hebben van de last van je zonden, en na al die kilometers kun je dat 'gewicht' hier op de grote hoop werpen om zo verlost te worden van die last. Tja..... De weg er naar toe lopen we letterlijk in de wolken. Het voelt als een triomftocht, weer gaan we invulling geven aan een voornemen wat we thuis maakten. Eenmaal bij de berg zijn er luidruchtige Spanjaarden die er weer niets van begrijpen. Tot overmaat van ramp komen er ook nog 3 bussen schreeuwerige Italianen alle ruimte opeisen. Terwijl wij voor onze steentjes zorgvuldig een plaatsje kiezen, zijn zij druk bezig hun vlag aan de houten paal te hangen. Hier moet alles voor wijken dat is zeker... Op deze hoogte van 1500 meter is het koud, we moeten in beweging blijven om niet te verkleumen. Aan geboortegrond zijn veel gevoelens en gedachten verbonden. De buideltjes waarin we onze last naar hier brachten zijn voor ons van waarde. Gekregen van Ans, vriendin vanaf m'n kleuterjaren. Dit jaar vieren we onze 40 jarige vriendschap. Een gedachte om warm van te worden, zij is degene die de diepere betekenis van onvoorwaardelijke trouw kent.

Het is indrukwekkend om verder in de wolken te lopen, soms kunnen we maar een meter of 5 om ons heen kijken. Dan weer verlicht wat zonneschijnsel de paarse heide, machtig mooi. Paden van ruwe leisteen brengen ons in Manjarin, minstens zo'n verlaten dorp als Foncebadon. Ietwat zweverige types hebben hier een kleurige herberg, hier zou je kunnen besluiten om alsnog een andere richting te kiezen. De vlag van de tempeliers beschermers van de pelgrims wappert in de wind. Hier zijn we zo ongeveer over het hoogste punt, gestadig dalen we naar El Acebo. Wat een oud straatje met die overhangende balkons en scheefgezakte natuurstenen huizen. Bij Meson El Acebo is het druk. Pelgrims en toeristen dringen aan de bar. Het is weekend en dan is het altijd drukker op de camino. We worden een beetje humeurig van deze veel te krappe slaapzaal voor 24 natte(!) peregrino's. De soep del Bierzo verwarmt ons. De forel smaakt best. En wat denk je van Santiago cake na? Omdat het druilerig is trekt iedereen zich terug op zijn bed. Volle bak dus. Vreemde praktijken ook, de een eet nootjes, terwijl buurman z'n nagels knipt....niet teveel over nadenken!

   

19 augustus El Acebo - Cacebelos 33 km

Stilte is zo mooi.... Vooral deze ochtend is de stilte opvallend. We horen alleen onze eigen voetstappen. Links van ons de bergen in de verte, dichterbij een kastanjebos waar eeuwenoude bomen staan. We dalen over een oud muildierpad. Prachtig vinden we het allebei. Het oude plaveisel is bijna verdwenen, wat over blijft is een afgesleten rotspad. Al lopend horen we geklingel, na enig speurwerk zien we de schapen over de bergkam gaan op zoek naar wat eetbaars. Ana schreef weken terug in ons Spaanse routeboekje bij de plaats Molinaseca; beautiful.

's Morgens om 9.30 zijn we niet zo onder de indruk, het broodje jambon moet duur worden betaald in dit toeristenplaatsje. Ponferrada is een veel grotere stad dan we dachten. Gisteren zagen we al een glimp, en nu komen we stap voor stap dichterbij. Het stedelijk gebied voor de grote stad is nooit mooi. Vandaag ergert het ons, wat een rotzooi maken ze er toch van! Eerlijk is eerlijk de ergernis heeft ook te maken met onszelf. De vermoeidheid na meer dan 2600 kmters speelt een rol, we kunnen er minder goed tegen als we weer door zo'n lelijk stuk lopen. Iedere dag kun je verschillende keuzes maken, links of rechts af, of toch rechtdoor. We kiezen voor de gecompliceerde weg, zo vermijden we de drukke uitvalsweg van Ponferrrada. We moeten ongelooflijk speuren naar routemarkeringen, hier is iedere muur bespoten met graffiti. Zelfs bomen.... Het ziet er treurig uit, en het zou zomaar de kleur van de dag kunnen bepalen. Als je al zo lang samen loopt weet je dat het handiger is om elkaar beurtelings op sleeptouw te nemen. Dat doen we tot Fuentes Nuevas, want daar nemen we ons lang verwachte hotel, zo houden we elkaar op het spoor. Daarvoor moeten we van de route af, langs een groot ziekenhuis naar de oude N6. Hier valt het hotelplannetje in duigen; een gespreid bedje is niet te vinden. We sjouwen door langs de drukke autoweg met een nieuw idee; we pakken de eerste de beste bus. Na 3 kmters hebben we inderdaad een bushokje, nu de bus nog.... 30 minuten later hangen we de tas weer om. Lopen, op die bus kun je wachten tot je een ons weegt. Cacabelos ligt 8 kilometers verderop, een heel end maar dat kunnen we! Met een dorpje (drupke) in de mond zetten we onze stijve spieren weer aan het werk.We worden geholpen door de omgeving. Weg van de snelweg, een zandpad, wijngaarden, en in de verte indrukwekkend blauwe bergen. Terwijl we lopen te genieten worden we als het ware van het padje getrokken. Vino, vino, onze ogen moeten even wennen aan de donkerte van de geïmproviseerde proeverij. Een allervriendelijkste wijnboer bied zijn wijnen aan. Blanco, tinto en rosado. Wij proeven uit gore glazen en hij vertelt en vraagt. Aha, Holanda daar is onze wijnboer geweest, een foto toont hem op de Floriade en in Volendam. Een heerlijke ontmoeting zo op het eind van de dag. Gesterkt door zoveel hartelijkheid en met een flesje tinto gaan we verder. Cacabelos blijkt een ontiegelijk langgerekt dorp. Het drupt een beetje, maar onder de overhangende balkonnetjes blijven we droog. Tot onze verrassing is de albergue bij een kerk, helemaal aan het einde van het dorp. Het is een kamertje voor 2, met wat fantasie een hotelkamer! Lucky me! We slapen op de plek waar vroeger het pelgrimsziekenhuis stond. Hoe vaak hebben we deze tocht al niet tegen elkaar gezegd dat we zo dankbaar zijn voor onze gezondheid. Voor de maaltijd belanden we weer in een zijstraatje. Enkel Spaans spreekt de aardige ober met het staartje. Toch lukt het om scampies met ingelegde paprika te bestellen. P krijgt een verrukkelijke vis, en J een verse tonijnmoot in tomatensaus. P een likeurtje wat hij al eerder dronk, en J een gesmolten geitenkaasje met appel, kaneel en stroop na. Het wijntje is een blanco vina oro del Bierzo. Tevreden vallen we in slaap.

   

20 augustus Cacabelos - Vega de Valcarce 25 km

Uitgeslapen tot 7.30, 'n zaligheid. Deze zondagochtend treffen we geen bar of bakkerij open. Cacabelos slaapt. Soms heeft de rugzak nog een verrassing; ook niet. Hopla aan de gang over 9 kmters is er koffie met iets lekkers. Vals plat omhoog langs de oude N6. Gelukkig weinig verkeer op zondag. In Pieros verwisseld J de lange voor de korte boks, de zon schijnt heerlijk!

Heuvelopwaarts worden we getrakteerd op een wonderbaarlijk mooi uitzicht. Naast ons beloven de rijpe blauwe druiventrossen weer goede wijnen. Ze groeien in die rode aarde, iedere keer weer een machtig gezicht. In de verte zien we Villafranca del Bierzo al liggen. In de middeleeuwen stonden hier zoveel kerken en pelgrimsherbergen dat deze stad 'klein Santiago' werd genoemd. Bij de aankomst in Villafranca is er meteen een mooi kerkje. Wat een verrassing, de kerkdeuren zijn open. Hier vinden we wat we zochten, hier in dit sobere Romaanse kerkje willen we een kaars branden voor heeroom Jan. De eenvoud, bescheidenheid en soberheid, maar ook de solide kracht van deze kerk zijn voor ons een symbool voor zijn 60 jarige priesterschap. In stilte zitten we bij het vlammetje. Onze gedachten bij hem. Is het toeval dat we er daarna pas achter komen dat deze kerk een bijzondere functie had? De Puerta del Perdon is hier in deze Santiagokerk. Als een pelgrim door ziekte onderweg niet in staat was om helemaal naar SdC te lopen dan kon hij hier bij de Poort van vergiffenis absolutie krijgen. Met deze wetenschap zijn we helemaal tevreden dat we een week lang uitgekeken hebben naar de goede plek.

Wij vinden na 9 kilometers een bakkie en een broodje. Dan verder langs de oude N6, qua verkeer valt het alles mee op zondag. Wat het zwaar maakt is dat het voetpad scheef ligt, de hele lange weg lopen we met een kort en lang been.

Als bij een shell-benzinestation een vrachtwagen van Vos-Oss staat lijkt Europa toch echt een dorp. Bij het chauffeurscafé kunnen we producten van de streek kopen. Onbeschaamd slurpen we een hele meloen naar binnen. Daarop lopen we het laatste hete stuk. Geweldig hartelijke ontvangst door een heel open Braziliaanse. www.alberguedobrasil.com is the place to be, het is er druk. We zetten onze schoenen in de rij, we hebben onze draai snel gevonden. Fijne muziek, zonnig terras, lekkere wijn. Het lijkt wel of heel Italië hier is, plus 2 Duitsers, een Bask en wij.

P gaat nog effe naar het dorp. Dierbare herinneringen komen boven als hij kleine meisjes aan de kant van de weg ziet die 'n 'winkeltje' hebben. Natuurlijk koop je iets en geniet van hun geluk, ze hebben weer wat centjes. Net zoals m'n meiden toen ze een jaar of 8/9 waren. Soms kan een plek alles brengen wat je zo lief is, ben je BIJNA thuis....

De Brazilianen koken, en voordat we proosten op de camino verteld hij meer over zijn werk als hospitalero. Eigenlijk kwam hij naar Spanje om 2 maanden vrijwilligerswerk te doen voor de pelgrims. Het leven langs de camino heeft hem echter zo gegrepen dat hij is gebleven. Om het in zijn woorden te zeggen: "iedere dag komen hier heel veel engelen, iedere dag zijn er ook een stuk of 4 duivels bij". Hij voelt zich verantwoordelijk. Daarom wil hij ook goed eten serveren. Nou, dat klopt! Er komt een enorme schaal salade op tafel. De leuke Bask Xavier schept alle borden vol. Smullen. De bonenschotel met rijst heeft Braziliaanse scherpte, en daar zijn wij liefhebbers van! Om te blussen een mariekoekje met een lik superzoete caramel. Het is een bijzondere avond met Xavier en het Italiaanse stelletje.

Als wij al bijna slapen komt het italiaanse meisje J nog kussen, en P krijgt een hand. Ze reizen morgen verder per taxi, pijn aan de voeten.....

  

----------------------------------- 2006  WEEK 32 --------------------------------------

  

21 augustus Vega de Valcarce - Fonfria 24 km

¶««œøjõgrr...P is een klein beetje zwaar geïrriteerd doordat 20 Italianen eerder opstaan dan hij. J heeft alle begrip.... voor die Italianen. Ach ze zijn gewoon zenuwachtig omdat ze vandaag de eerste serieuze klim gaan maken. Het begrip word echter rap minder als ze ziet dat alle rugzakken klaar staan voor bagagevervoer, sjeezus... We passeren Ruitelan, en de weg naar La Faba is allemachtig. Door het loofbos loopt een goed bewaard gebleven pelgrimspad. Dát wij hier mogen lopen! Op die oude paden is de energie van ieder die ons voorging te voelen. Het is voor ons een fantastische klim, we voelen mee met iedere pelgrim die we voorbij gaan. Zo protesteerden onze spieren in de Ardennen... Niet voor niets noemen ze deze etappe de camino duro; de zware weg. De uitzichten rondom zijn duizelingwekkend adembenemend. Er is geen wolkje in de lucht, vanaf de Sierra kunnen we ver uitkijken over de bergen, heuvels en dalen van het groene Galicië. Wat een geluk! Meestal is deze omgeving in mist en wolken gehuld.

Bij de grenssteen smsen we Ana dat we in haar geliefde Galicië zijn. Sms terug: Benvidos a miñas terra! We lopen enorm te genieten, zelfs als we de 20 Italianen passeren blijft P's humeur op peil. Veel koeienflatsen op de weg, en de koeienbellen klingelen alsof er een ijscokar in de wei staat.

Zo bereiken we O Cebreio, voor ons een plek met een magische klank. Ooit zeiden we tegen elkaar: als we zover komen, dan halen we Santiago! Steeds duidelijker zien en horen we dat we in een totaal ander gebied zijn gekomen. In dit bergdorp zien we pallozas, de traditionele huizen met de opvallende met stro gedekte kap. De mensen spreken hier Galicisch, en daar is geen woord Spaans bij... De dorpjes waar we doorheen lopen hebben een hoog koeienstront gehalte. Vol verbazing volgen we het koeienflatsen spoor dwars door de dorpsstraat. Dat het nog bestaat....de koeien staan hier onder in de stal, daarboven woont de hele boerenfamilie. 953201 vliegen, en 13 of 14 loslopende honden in Fonfria.

De man bij de Albergue maakt er geen woord aan vuil: "sit down, 7€". De 2 kettinghonden naast het terras laten meer van zich horen. Het is bar en boos met de honden, we hebben de hele Spaanse weg nog geen hond geaaid. Dat zegt eigenlijk genoeg. Ze zijn of te eng, of zo onverzorgd dat je al jeuk krijgt voordat je ze hebt aangeraakt. Opvallend veel duitse herdershonden, vaak met slechte heupen. Podenco's zien we nauwelijks. Wel van die mokkels met korte pootjes die de aanval van achter inzetten. Tot nu toe waren we er altijd op voorbereid.

We eten gezamenlijk in zo'n oude palloza, een schitterend gebouw waar heden en verleden harmonieus samen gaan. Er wordt een overvloedige maaltijd op tafel gezet. Pasta-gebakken aardappeltjes met rundstoofvlees-ijs.

Wel veel katten, broodmager en snotogen...

  

22 augustus Fonfria - Sarria 28 km

Op ons gemakkie ontbijten we, wachten tot het licht is.

Nooit geweten dat Spanje zo mooi kon zijn.

Als we Fonfria verlaten is het dal waar we op uitkijken gevuld met een donzen deken van mist. Op de grens waar de mist de lucht raakt hangt een roze gloed. Wauw, wat een schoonheid, we genieten met volle teugen. Een uur later zijn we nog maar 3 kilometer verder.

Sinds gisteren staat er iedere 500 meter een markering waarop we zien hoe ver/dichtbij SdC nog is. Dus we weten het precies.

We zijn verrast door Galicië, de sappige weitjes met heggetjes, de heuvels, het loofbos en de geweldige paadjes. Vaak zijn het veedrijverspaden, de koeien moeten geld in het laatje brengen in Galicië. Wij zwerven van het ene naar het andere boerendorpje. De tijd lijkt hier stil te staan, zelfs terug uit te lopen. Aan de ambachtelijk gebouwde huizen is te zien dat het hier ooit welvarend moet zijn geweest. Nu is er veel ingezakt en kapot. Als het wordt opgelapt dan is het met asbestplaten, damwand of plastic. De zeis en de riek zijn hier alledaagse werktuigen. Koestront overal, en stinken..! En dan te bedenken dat het hier vaak regent. De oude mensen die we er ontmoeten zien er onverzorgd uit.

Een tandeloze pelgrimsstoksnijder spreekt ons aan, vertelt over de kastanjeboom op zijn erf met een omtrek van 11 meter. Om het duidelijk te maken legt hij zijn armen om P's middel...iek hij ruikt.... We verkijken ons verstand. Is dit Europa 2006?

Een warme dag vandaag, na het klimmetje bij Alto de Riocabo bedenken we dat het lang geleden is dat we zo hebben gezweet. Ineens komt de frisheid ons tegemoet...ehh, ongelooflijk het hele dal is gevuld met mist. Boven ons is de hemel strakblauw. We dalen zalig langzaam, over karrensporen, en schaduwrijke modderweggetjes. Zoetjesaan lopen we in de mist, om ons heen is het net alsof we door beslagen brillenglazen kijken. Het laatste stuk naar het eindpunt is het heet, maar na zoveel moois kan de hitte ons niet raken. Sarria is een slordig smoezelig, smerig stadje. De herberg is gelukkig wel schoon, maar sfeerloos. Over het eten willen we het niet hebben. Honger maakt rauwe bonen zoet. Dit alles kan deze dag echter niet beïnvloeden, voor ons was dit een dag om van te smullen!

  

Start Gastenboek De laatste 100 km Spanje Zuid Frankrijk Midden Frankrijk Noord-Frankrijk België Nederland Voorbereidingen Geschiedenis Uitrusting