Midden Frankrijk

 

 

9 juni Vezelay - Marigny l'Eglise 29 km
Een dag rust heeft de elleboog en teen van J goed gedaan. Sowieso was het een perfecte dag. We hebben deze morgen dan ook geen zin om Vezelay te verlaten. De verleiding om een tijdje te luieren in dit aangename plaatsje is groot.
Niks ervan!  We hebben het routeboekje uitgelopen, en nieuwe kaarten beloven nieuwe avonturen. (bedankt voor het posten, A-M&E) We gaan richting le Puy- en-Velay. Hiermee kiezen we niet voor de kortste weg en zeker niet voor de gemakkelijkste. Maar de schoonheid van de Morvan is onze leidraad. Na de productiebossen, de uitgestrekte graanvelden en de wijngaarden, nu kleine weitjes omzoomd door heggetjes. Her en der staan plukjes loofbomen in een glooiend landschap. De geur van vers gemaaid gras waait zo in je neus. Als we het kruidige hooi ruiken zijn we zo weer terug in onze jeugdherinneringen. Het vee staat hier gemoedelijk met de hele familie in de wei, de koeien, de kalveren en de stier maakt het compleet. Enge beesten die stieren, we zijn blij dat ze smakelijk blijven herkauwen achter het prikkeldraad.

Het is heet, de zon pikt op de kop! Niet voor lang, want we lopen veel door het bos langs La Cure. De koelte van de rivier is fijn. De weerspiegelingen op het rimpelende water blijven boeien, en de schaduw bewijst ons grote diensten bij alle klimpartijen. Yeh, we moeten d'r weer een tandje bijzetten. Een paar dagen geleden waren we nog zeer tevreden over de conditie. Sinds vandaag weten we weer heel goed wat buiten adem zijn is.
We moeten ook wennen aan de kaarten, eerder liepen we op 1:25.000, nu op 1:100.000. Het staat er allemaal wat kleiner, en minder gedetailleerd op, maar P de speurneus zorgt dat we zonder dwalingen in Marigny-l'Eglise komen. Het eindpunt vandaag.

Volgens het boekje zou hier een winkeltje zijn. Het dorpje maakt een gehavende indruk, en onze vermoedens worden bevestigd. l'Epicerie chez Irene lijkt al jaren gesloten. Na overleg lopen we naar de Mairie (=gemeentehuis). Briefje op de deur; gesloten op vrijdag. Bellen naar het nummer uit het boekje: geen gehoor. Sjips, we zijn moe, bezweet en verhit, even hebben we niks meer in huis voor overleg. We laten ons zakken tegen een muurtje in de schaduw. Even een time-out want aan een heetloper hebben we niks. Het is een geweldige kater na de weelde van afgelopen 2 dagen...we moeten even bijstellen.

We besluiten bij de schooljuf om raad te vragen in het schooltje achter het gemeentehuis. Warempel, net als we voor het gemeentehuis staan gaat de voordeur open. De secretaresse! Ze ziet ons en begrijpt direct waar we voor komen. Ze belt en spreekt een boodschap in voor de beheerster van de gite communal. Intussen weet de secretaresse al dat we onthand zijn door het gesloten winkeltje. Met haar auto crost ze het dorp in en komt even later terug met in het kielzog een Aixam. Het is Irene van het gesloten winkeltje, een van ons kan met haar meerijden om boodschappen te halen. De secretaresse brengt de ander en de rugzakken naar de gite. Als een uur later de beheerster met de sleutel komt, en P met een tas vol proviand arriveert halen we opgelucht adem. Eind goed, al goed. Wat is de behulpzaamheid van deze 3 vrouwen weer ontroerend bijzonder.
Op een wiebelende buitenbank stillen we de grootste trek met pinda's. Op het fornuis in de gite maakt P minestronesoep,kant&klare flageolets verts avec d'agneau (groene bonen met lamsvlees) en kwark.
Slapen in stapelbedden...

 

10 juni Marigny l'Eglise - Lac des Settons 32 km
6.10. We prepareren ons voor een pittige boswandeling, de zwaarste etappe tot aan Le Puy. Insmeren met Deet tegen teken, dazen en andere klerebeesten. Je wilt niet weten wat er allemaal in de bijsluiter staat, maar het helpt goed. Zoveel mogelijk drinken, een halve liter water en een halve liter grapefruitsap is heel normaal. Voor een ieder die had bedacht dat we gisteren wel een noodrantsoen hadden kunnen nemen; dat is voor vandaag want we komen niets tegen. Zelfs op het eind van de etappe belooft het boekje weinig. En inderdaad; in de gehuchtjes waar we komen staat de tijd stil. De waterput is het centrum van een paar huizen. De gerenoveerde woningen, zijn vaak het 2de huis, we zien Nederlandse namen op de brievenbussen. Begrijpelijk, de Morvan is zo mooi, er is zoveel rust en ruimte. De bossen zijn eindeloos waar we doorheen zwerven. Stapelmuurtjes met een tapijtje van mos vertellen dat het hier vochtig kan zijn. Over stapstenen komen we aan de overkant van riviertjes. Voor ons schijnt de zon, het ochtendlicht wat door het dennenbos schijnt geeft een magnifiek lichtspel. Onderweg staan we stil om naar een kikkerconcert te luisteren, ongelooflijk hoeveel decibellen ze kunnen produceren. De reiger aan de waterkant lijkt er geen last van te hebben.
Oude afspraken worden nieuw leven ingeblazen. Het is namelijk zo dat op paden waar je niet naast elkaar kunt lopen J altijd voorop loopt. Achter P ziet ze niks, behalve 'n paar mooie benen... Bij flink afdalen echter gaat P als eerste om te voorkomen dat hij J mee zou nemen bij een eventuele glijpartij. P ging veel voorop vandaag, bij stijgen tot 648 meter horen flinke afdalingen.
We rusten op een omgevallen boom en knauwen het droogste stokbrood ooit. Ach, alles smaakt bij deze inspanningen.
Morgen zullen een paar spiergroepen laten voelen dat ze gewerkt hebben is de inschatting. Ondanks de zwaarte hebben we schik, we genieten van al het schone wat de Morvan ons laat zien. Bij een rivierdoorsteek gaan schoenen en sokken uit, de voeten worden verwend met een  badje. Het water is zo koud dat de tenen ervan tintelen. Zo lopen we onze laatste kilometers op "frisse" voeten. Ineens staan we voor Lac des Settons. Tjee, we knipperen even met onze ogen en oren, we zijn beland in de  'jungle' van watersporttoerisme. Er is werkelijk alles wat we ons wensen; winkel, camping, terassen. We vervloeken het boekje, we kunnen er niet van opaan. Onder een parasol aan het meer proosten we met een biertje op de eerste 1000 kmters! Dan installeren we ons tentje. In het (onverwacht goedkope) winkeltje halen we onze zaterdagse boodschapjes. We starten op een bankje aan het meer met een soort zure zult in een vinaigrette. Dan is er een Merlot met  au bain marie verwarmde d'agneau met bulgur en tomaatjes. We besluiten deze geweldige dag met een zakje nootjes. Ook al was deze tocht zwaar, we zijn niet kapot. Blijkbaar kunnen we meer dan we denken.

 

11 juni Lac des Settons - Athez 25 km
Muggen....ggrrr, behoorlijk lek gestoken pakken we alles vochtig tot nat in. Ieder nadeel heb z'n voordeel; we zijn vroeg op pad. Voor het zondagse gevoel nemen we om 8.15 een bakje koffie op een zonnig terras. Aardige ober en proper wctje. Voor beiden hebben we veel waardering. Dan gaan we door beukenbos, en ieder bos heeft z'n eigen sfeer. Hier lijkt het wel een sprookjesbos.
De oude beuken staan voornaam met hun bladerdek de zon tegen te houden. Hierdoor is er een schemerig licht, de grote boomwortels zijn een trap waarover wij afdalen. Er zijn veel grillige boomstronken met mos, en wij weten dat hier kabouters en elfjes wonen. Paddestoelen lijken op cantharellen, maar zeker weten doen we het niet. Overal lichtgroene varens die hun blad ontrollen.Tussen de blue bells, knalgele brem, en paarse akelei ruiken we de hars van het dennenbos. Eenmaal uit het bos is de hemel azuurblauw, vliegtuigen trekken rechte strepen. In de schaduw tegen een houtwal maakt P een bankje. We doen ons tegoed aan een pain de campagne met sardientjes, en een liter sap. Zo zijn we weer zo'n 2 kilo lichter. Toch zijn de kilometers hierna zwaar. We lopen op de harde weg, pal in de zon. De profielen van onze schoenzolen maken afdrukken in het asfalt. Het zien van een prachtig houten kruis maakt indruk.

 Een klein jongetje wijst ons de richting naar Anost. Leuk dat we met zo'n manneke even een babbeltje kunnen maken.

Anost lijkt een dorp van niks. En dan voorbij de bocht is er toch levendigheid. Lachende mannen zitten aan de Ricard, er zijn restaurants, hotels, winkeltjes. We strijken neer op het terras,  een briesje brengt wat verkoeling. We zitten zo te genieten van dat biertje dat we eigenlijk niet meer verder willen. Gewoon flink doorzakken, voetbal kijken, en maar zien waar 't schip strand... Toch pakken we de tassen weer op om ze 500 meter verder weer neer te zetten op het volgende terras. We moeten uit eten want op zondag zijn de winkels 's middags dicht. Een pizza 4 fromages en cannibal met een flesje rosé is echt geen straf! Ons gezelschap is een zeer geslaagde kruising tussen een doberman pincher en een herder. Ze heet Lea, en met haar aanwezigheid vertegenwoordigd ze alle onvergetelijk  lieve honden die we in ons leven kenden. Rena, Laykiepaykie, Jupke, Daisy dynamite, lady Devlin, en Bundy met de fluwelen pootjes, ze waren ons allemaal zo lief... In gedachten wandelen ze nog steeds met ons mee... Ook als we aanlopen om die laatste 5 kmters naar de gite d'etappe af te leggen. 't Is 35 graden. De voetbalwedstrijd begint, wij zweten in zalige onwetendheid. De gite d'etappe is een oude school, en voor wandelaars goed op zijn taak voorbereid. Het is toch gek dat je zo de voordeur open kan maken en binnen kan gaan, er is verder niemand. Slechts een A4tje met de vraag of je even wilt bellen. Beheerster Carien is er na een half uur, wij hebben ons al geïnstalleerd, en zijn fris uit de douche. Kei-aardige Carien verteld van alles, het weer blijft goed tot dinsdag, en op de drempel bedenkt ze dat we Nederlanders zijn. Oranje heeft gewonnen van Montenegro met 1-0. Ons zondagse feestje kan niet meer stuk op het grasje achter de school met een glaasje rood uit een plastic fles gevuld bij de pizzaria! P zit om 21. 15 nog in z'n blote bassie de route voor morgen uit te stippelen.

 

 ----------------------------------- 2006  WEEK 24 --------------------------------------

 

12 juni Athez - Larchemillay 33 km
De bedden in de verders perfecte gite kraken zo, dat we allebei slecht hebben geslapen. Het  was zo erg dat je wakker werd als de ander omdraaide, maar ook als je zelf anders ging liggen. Om 6.00 voelen we ons uitgerust en stappen met het beste been uit bed. 's Morgens hebben we niet veel woorden nodig. Deze maandag gaan we aan de arbeid zoals in de tijd dat we nog rookten; alleen een bak koffie. We zijn op rantsoen, voor 32 km hebben we 'n half pain de campagne, blikje cornedbeef, 1 ltr grapefruitsap, 12 dadels en waterwerkdropjes. De dauw ligt nog over de weitjes als we om 7.00 de deur van de oude school achter ons dichttrekken. Het is zoeken naar de goede route, even voorbij het gehucht Corcelles loopt de GR13, een oude GR en een variatie. We hebben de verkeerde te pakken ontdekken we na een kwartier. Gelukkig zijn er voldoende coördinatiepunten die ons vertellen waar we ons bevinden. Mopperen helpt niet; gewoon weer 15 minuten terug hobbelen. Scherp wordt je wel van zo'n vergissing, de rest van de dag gebeurt het ons niet meer. Via bijna weggevaagde markering gaan we een eeuwenoude geplaveide weg. P neemt J mee de geschiedenis in. De veldslag die Julius Caesar hier leverde met Vercingetorix.         
Hoe de Romeinen zich hier verplaatsten met duizenden over de kasseien. Het is heerlijk als P zo met passie vertelt, in deze omgeving krijgt iedere gebeurtenis een plaats.
Ook is er stilte, enkel de cadans van voortbewegen. Het is flink werken met deze warmte. De druppels rollen over P gezicht, z'n petje is doorweekt. We kunnen elkaars gezicht lezen, een knipoog of een klein knikje zegt genoeg. Stijgen stukje bij beetje, je hebt voortdurend het gevoel dat er iemand aan je rugzak loopt te trekken. Van 7.15 tot 10.45 lopen we aan een stuk door. Een welverdiende rust op het kerkplein van Saint Prix. Met het blikje corned beef (dat is lang geleden) maken we het oude brood weer eetbaar. Op weg naar de opgravingen van Bibracte rommelt P nogmaals in een la. Voor degenen die hem niet zo goed kennen: volgens P heeft ie heel veel verschillende laatjes in 'die grote kop'. Op ieder moment kan hij een la optrekken met de informatie die hij ooit heeft opgeslagen. Zo ook nu, vol overgave kan hij vertellen over de Gallische stad. Met z'n stok wijst hij naar de vestigingsmuren, en na een zeer steile beklimming bereiken we Mont Beuvray. Op de slippers gaan we langs de opgravingen. Dan de rugzakken weer op voor een nog steiler stukkie. Nou, die Kelten wisten wel waar ze zich moesten vestigen; bovenop Mont Beuvray kun je heel heel ver weg kijken. De zon heeft vrijspel, en dan mis je zo je pet.....pvrdmme...even slikken, tas af en weer dat heftige stuk op en neer. J gaat alvast op onderzoek uit hoe we weer op de route komen. P met pet, en J met de zakdoek met de knopen gaan aan de afdaling beginnen. Zo, niet normaal zeg, eindeloos gaan we naar beneden. Het doet ons denken aan die afdaling in de Dolomieten, ook zoveel losse stenen. Met dit verschil dat we toen verdwaald waren, en nu op route zitten. In 45 minuten jakkeren we 5 km naar beneden. Van 796  naar 351 meter. De tenen protesteren tegen de neuzen van de schoenen. Eigenlijk doet alles pijn. Aan het laatste hete stuk asfalt lijkt geen einde te komen. We verslijten helemaal in die hitte. We strompelen Larochemillay binnen. De gite is zo geregeld. De verleiding is groot om ergens neer te ploffen en niet meer op te staan. De ervaring heeft ons geleerd dat we eerst onze maaltijd bij elkaar moeten scharrelen, dan douchen, en dan pas zitten.  Als je meteen gaat zitten wil je nooit meer opstaan, zo'n pijn doet zo'n afdaling.
Op de buitenbank bij de gite stillen we onze trek met een vers stokbrood met bramenjam. Het uitzicht zetten we op de foto, 't is onbeschrijflijk mooi. Voor de dorst een 1664 met augurkjes. Ravioli en erwtjes uit blik met een fris rosétje. Het toetje krijgen we van een groep jongeren die hier ook logeren. Een zelfgebakken stuk chocolade-amandel-carameltaart om je vingers bij op te eten. Nu om 21.00 zijn we al weer hersteld, alleen de hakken en tenen zijn nog beurs. En dat boekje kan zo de prullenbak in, DIT was de zwaarste etappe.

  

13 juni Larochemilly-Issey lÉveque  28 km

Gisteravond hadden we nog een ontmoeting met 2 pelgrims. We zagen al een glimp van hen toen ze een dag eerder dan wij wegliepen uit Vezelay. Na 3 dagen telkens weer verkeerd lopen slapen ze nu ook in dezelfde gite als wij. Birgit uit Duitsland en Paul uit Zoetermeer hebben elkaar leren kennen op de Spaanse Camino. Nu lopen ze samen le Chemin Saint Jacques. Als ze over het Spaanse gedeelte vertellen twinkelen hun ogen, ze hebben er een toffe tijd gehad. We gaan laat naar bed, slapen heerlijk. Helemaal hersteld staan we de volgende ochtend op. We zijn reuze blij dat het lijf na zo’n monstertocht van gisteren weer aan de gang wil. We zorgen er ook goed voor, maar dat was jullie waarschijnlijk al opgevallen. Het is dan ook een ontzettend vervelende ontdekking dat de plastic tas met ons ontbijt en lunch uit de keuken is verdwenen. Met onze kreukeloogjes zoeken we overal, maar vinden niks. Ptvrdmm nndj!! Als de docent van de jeugd beneden komt spreekt P hem meteen aan. Hij op onderzoek uit. Even later komt hij met de zak inhoud terug., en daarbij 1000 verontschuldigingen. Geaccepteerd! Wij geloven niet dat deze jongeren ook maar iets kwaads in de zin hadden. Nu hebben we bij de koffie stokbrood met bramenjam. En voor onderweg een appel, en stokbrood met sardientjes. Om 7 uur is het al warm, dat belooft wat. Het pad in het bos is finaal aan gort gereden door grote machines die gebruikt worden om het hout te kappen. In de diepe sleuven staat nog veel regenwater, voor ons betekent het een modderbad. We hebben voor zwaardere klussen gestaan, en baggeren er vrolijk doorheen. Hiermee laten we de hoogten van de mooie Morvan achter ons. Het gebied van de Saone & Loire gaan we binnen. Een coulisselandschap steeds opnieuw zijn er mooie doorkijkjes en vergezichten. De boeren zijn volop aan het werk. Het land ligt bezaaid met grote rollen hooi. Over ieder dal hangt een blauwe waas van de warmte. Al flierefluitend gaan we over karrenpaden, waar tegenwoordig de Renault en Massey Ferguson, en Claas gaan. Ook de tractoren hebben hun sporen achtergelaten. De brandende zon heeft de diepe voren hard opgedroogd. Lastig lopen voor de wandelaar. Onze enkelbanden swingen in de schoenen. We lachen om een koekoek met een spraakgebrek; vanuit de verte horen steeds oekoekoek. Wat zijn we blij met elke boom die ons wat schaduw geeft, ieder zuchtje wind geeft wat verkoeling. Ook vandaag verslijten we op de laatste 4 km asfalt. Om 16.00 staan we zwetend voor de Proxie, en kunnen maar aan 2 dingen denken: water en een koud pilsje. Ze verkopen het allebei, en zo zakken we tegen onze tassen op het muurtje. Zomaar gaat het gesprek over vroeger, over familiebanden, over keuzes die mensen maken. Ongestoord praten we op dat muurtje 2 uur verder. Dan moeten we toch een plan trekken. De camping of een onderkomen voor pelgrims? Eerst naar de kerk, daar staat een beeld van Saint Jacques. De slaapplaats voor pelgrims is aan de voet van de kerk, een rijtje telefoonnummers op de deur. Hier is echter geen mobiel telefoonverkeer mogelijk…..hoe is het mogelijk! Dan plan B we gaan kamperen, de camping is nog 1 km lopen. ’n Goed plan eerst eten kopen, en dat nog een km meezeulen. We zoeken ons kostje bij elkaar, en aan de kassa vraagt de jonge vrouw of we slapen in de gite du pelgrims. Uhh, staat het op ons voorhoofd of zo? Afijn, we vertellen dat we geen mobiel netwerk hebben, en dus niemand kunnen bereiken. Ze biedt aan om even voor ons te bellen. Zo wordt een km binnen 1 minuut gereduceerd tot 50 meter. De kosteres is al onderweg. Ze opent voor ons een oase van luxe…. De oude pastorie met een bad….en een wetsteen! Verder is er alles wat we ons wensen. Als we het gastenboek doorlezen zien we dat Riny uit Zeeland en Jan uit Schaijk hier op 15-5-2005 waren. Riny heeft hier haar verjaardag gevierd. We spraken hen kort voor we op weg gingen.

P weet van iedere maaltijd een feestje te maken: de verse pasta met tomatensaus serveert hij op borden die zo bij de verzameling van Frederiek kunnen. Het water en de wijn schenkt hij uit karaffen. Nagerecht is een geitenkaasje uit Issey lÉveque, even proeven wat het dorp te bieden heeft fantastisch.

 

14 juni Issey l’Eveque – Bourbon Lancy 27 km

J neemt nog een badje, en P staat om 6.45 al bij de bakker. Er zijn al klanten voor hem. Op het trapje voor de pastorie peuteren we samen het asfalt en de steentjes tussen de profielen uit. Geen extra bagage, ook niet onder de zolen. Nog even alles opruimen, zodat pelgrims na ons ook weer een schoon onderkomen vinden. Chapeau voor zoveel gastvrijheid in dit dorp.

Zo zwieren we weer verder door Frankrijk. Wat een vrijheid ervaren we iedere dag weer. Simpelweg met dat wat we nodig denken te hebben op de rug gaan we stapvoets voorwaarts. Precies de menselijke maat.

Keurig ligt het hooi op dijkjes. Een strak ritme tegen de heuvels in dit landschap met een wirwar van kaveltjes. In de gemengde hagen bloeit de kamperfoelie weelderig. Bij de boerderijen bloeien de rozen in gewaagde combinaties van roze met oranje. Wij vinden het mooi. Dan rijst er voor ons uit het dal weer een kerktoren, de aangever van een nieuw dorp. In Grury vinden we de kerkdeuren open, we gaan even dit Romaanse kerkje binnen. Als onze ogen aan het duister gewend zijn, telt P 64 slachtoffers op de herdenkingsplaquette. De eerste wereldoorlog heeft heel veel doden in Frankrijk geëist. In iedere plaats zie je een monument om hen te gedenken. Bij het meer aan de rand van Grury vinden we schaduw en koelte. We strekken de benen op een steen die zit als een luie stoel.

Na de middag is het zwoegen op het asfalt als het kwik stijgt naar 38 graden. Lichtelijk aangefikt stappen we op een druk kruispunt een cafeetje binnen. Achter een heel klein kopje sterke koffie knappen we weer op. We kamperen vlakbij het centrum van Bourbon Lancy. Dat komt goed uit want we vieren vandaag een feestje; we zijn 89 maanden samen. Thuis zorgt P iedere maand voor bloemen, en maakt een gedicht. In plaats daarvan gaan we nu shoppen bij de traiteur. Met Museau (soort zure zult), paté au morieljes, un saucis sec, een geitenkaasje van Lou Perac en een knapperige komkommer gaan we terug naar ons tentje. We zijn helemaal in onze sas als we ook nog stoelen+tafeltje weten te confisqueren.. Het knalgele Ice Tea terrassetje past precies bij onze stemming.We smikkelen van alle hapjes, en proosten op al wat we samen delen! Om 20.30 is de temperatuur wat aangenamer met 32 graden….. van Maria horen we dat het in Nederland ook drukkend warm is.

 

15 juni Bourbon Lancy – Diou 12 km

 Een uur later dan anders kruipen we naar buiten. Tevreden stellen we vast dat de tent voor de eerste keer ook ’s morgens kurkdroog is. Door een bos met duizend insecten vinden we de weg naar Diou. Gisteren hebben we in de boekhandel uitgeplozen dat hier een stationnetje is. We stappen tijdelijk van de route en nemen de trein om bij vrienden op bezoek te gaan. We hebben geluk, er gaat vandaag nog een boemeltreintje naar Moulins. 

Opzij van het wachthokje verruilen we onze bezwete T-shirt voor een schone. Een mevrouw met gekleurde brillenglazen biedt ons een soort deo aan die je overal kan spuiten. P zegt netjes dankjewel, hij vreest een oudevrouwenluchtje.  Het spul ruikt echter nauwelijks, maar voelt heel verfrissend merkt J. Eenmaal met het boemeltje aangekomen in Moulins stranden we. Het openbaar vervoer kan ons niet verder in de goede richting brengen. Kathleen en Rene stappen meteen in hun Peugeot 504 om ons op te pikken bij het station.

 Alle trouwe lezers zullen nu even moeten wachten tot we weer op de route zijn. Het geeft jullie in ieder geval de tijd om zelf in de pen te klimmen, de post kan op de bus. Om teleurstellingen te voorkomen; post opsturen met een priority zegel van het postkantoor!

Poste Restante adres

Le bureau de Poste

Á l’attention de

GRASTE, P.A.C. & WAGENBERG van J.F.J.M.

Poste Restante

43000 Le Puy-en-Velay

France

 

16-18 juni, bij Kathleen en René

Een paar dagen rust.

Er moet nogal wat opgelapt worden na 1200 km. Natuurlijk waren de hakken van J weer aan vervanging toe, nu ook de binnenkant van de rechterschoen, de voering lag aan flarden. Ook P was aan nieuwe hakken toe. K en R met ons overal in Moulins geweest op zoek naar een goede schoenmaker. Een zucht van verlichting toen we die gevonden hadden en hij maar 1 dag nodig had voor de reparaties.

Het weerzien na 2 jaar was fantastisch. We hebben genoten op La Batarde, de plek waar K en R zo’n anderhalf jaar geleden neerstreken.

Peultjes en aardbeien uit eigen tuin, voetbal kijken met een biertje. ’s Morgens worden we wakker gemaakt door Kee, de boerenfox, en de rest van de dag is het Apke, een poedel van 13 weken die ons amuseert. Ook tante Berta de poes is graag in de belangstelling.

Aan de keukentafel worden gewichtige zaken besproken en J&P komen tot het besluit om tent en kookgerei achter te laten. We kunnen zo vaak goed terecht in een gîte dat we graag wat gewicht achterlaten. Een ander probleem wat om een oplossing vraagt is ons “labtopje”. Het ding mailt niet meer sinds de 13e. P en Frank (Belcompany) hebben eraan gewerkt, maar helaas pindakaas deze keer kan het probleem niet verholpen worden. Dus iedereen die ons een persoonlijke mail na de 13e heeft gestuurd: wij kunnen niks meer ontvangen. Voor het reisverslag zijn we overgeschakeld op pen-papier-enveloppen-postzegels. Bovendien een typiste (de 1e kwam toevallig langs om de verslagen op te halen, M.A. te C): de webmasters zullen alles op de site zetten.

 

Van K en R en de lieve honden beesten nemen we afscheid in Diou. Kathleen en René hebben ons weer even op de route gezet: 150 km rijden op en neer. Zoals ze overal met ons naar toe zijn gesjeesd de afgelopen dagen. Na een bakkie sterke koffie zwaaien we naar elkaar tot het niet meer kan. Dag lieve mensen, dank voor alles, onze ontmoeting is onvergetelijk.

 

 ----------------------------------- 2006  WEEK 25 --------------------------------------

 

19 juni DIOU-Saint Léon, 19 km

We pakken de route weer op waar we donderdag op de trein stapten.

Om 15.45 uur lopen we op de route met rommel de bommel in de lucht. Het is drukkend warm, een flinke bui zorgt voor wat koeling. Zo lopen we om 20.00 uur St. Léon binnen. Bar-Restaurant hotel La Campagne is zo gevonden. We bestellen een biertje en informeren naar eten en slapen. Non, non en nogges non. Ze hebben 1 kamer en die is gereserveerd, de bakker en de slager zijn dicht op maandag, daarom kun je niet eten. Het biertje smaakt met deze wetenschap toch wat minder. We speuren op de kaart en zien dat de volgende slaapplek 11 km verder is. Het sommetje is zo gemaakt: na 22.00 uur zullen we daar aankomen . De dronken slager aan de bar lijkt het steeds over ons te hebben. Dan telefoneert de barvrouw. De barman komt vertellen dat hij ons naar een gîte zal brengen, 2 km verderop. Wij hup met hem mee in de auto. We komen via een oprijlaan bij een kasteel. De labrador en de kasteelheer begroeten ons. We kunnen onze ogen niet geloven en denken ook stiekum aan wat ons dit grapje gaat kosten….. De tafel is al gedekt en in onze slaapkamer staat een hemelbed… Het uitzicht vanaf het balkon is ongelooflijk. Even opfrissen en dan schuiven we aan bij de kasteelfamilie voor een salade met pasta, kaas, worst, yoghurt, dit alles rijkelijk overgoten met rode wijn. De hele inrichting is vol met antiek, maar dan met een franse rommeligheid, zodat niks meer tot z’n recht komt. Op de zilveren schaal liggen de billen afveegdoekjes van de kleinkinderen. In een indrukwekkende vitrinekast met hoedjes liggen zoveel plastic tassen dat je je fantasie moet gebruiken om te zien hoe mooi dit alles eigenlijk is. Na het sluiten van de balkondeuren vleien wij ons in het hemelbed en voelen ons de koning te rijk. 

 

20 juni Saint Léon – D’Arfeuilles 37 km

Vorstelijk geslapen in het hemelbed! Vanochtend kregen we de tas koffie waar we het met Joekie al over gehad hadden: kommen nog groter dan een soepkom (!) vol geurige koffie. Wanneer we om de rekening vragen wil de kasteelheer NIET van betalen weten. Onze dank mogen we schrijven in het gastenboek.

Uitgezwaaid door de kasteelheer en vrouwe beginnen we aan een nieuwe dag. Vannacht heeft het flink geonweerd en geregend, de luchtvochtigheid is zo hoog dat we meteen zweten als otters. De boeren hebben hier veelal een gemengd bedrijf. We zien vleesvee, kippen en voor de eerste keer scharrelvarkens.

De kilometers willen niet echt opschieten, voor ons gevoel lopen we in de hoogste versnelling en toch komen we niet vooruit. Tegen 12.00 uur is het echt tobben. We moeten van de voeten. Eten, drinken en opnieuw beginnen. Vooral veel drinken, we verliezen zoveel vocht. P staat te druppen op de landkaart en J voelt de druppels achter de oren rollen. De 4 liter is in rap tempo op. J. krijgt het er benauwd van, lopen met dorst is ongezond en uitermate vervelend. Bij het eerste de beste huis (zonder waakhond) vraagt J om water. Als de man met de gouden tanden ziet hoe we de halve liters wegklokken, komt hij met anderhalve liter water uit de diepvries. De grijns op het gezicht van deze mens is om nooit te vergeten. De kilometers gaan vlotter, tot we uren later opnieuw een inzinking krijgen.

Ons moraal raakt in een diep dal, als we het dal van Châtelus inlopen.

Aan het begin van het dorp staat een GR op de GR! Een kwispelende, niet blaffende, zoetelieve golden retriever begroet ons. Bij J komen de tranen, die goldicaatjes weten wat los te maken! Rijk met alle aandacht loopt ze vrolijk met ons mee. De herinnering aan de onvoorwaardelijke blijheid die ook Dais ons 14 jaar gaf doet ons goed. Het komt de hond echter duur te staan als hij ruw door z’n baas in de auto wordt gezet.

Het laatste stuk naar d’Arfeuilles speelt Daisy in onze gedachten en dat loopt lekker. Even na 19.00 uur staan we voor de gîte. Lang leve de sociale controle, de overbuurvrouw weet raad als bellen niet lukt. Om 20.30 uur komt de beheerster die de deur opent van een mooie gîte. De paëlla uit blik verrijkt met erwtjes smaakt goed. Nog wat kwark en dan naar bed!

Op onze slaapkamer ligt ook nog een oudere man uit zuid-west Vlaanderen

 

21 juni d’Arfeuille- LAvoine 31 km.

Tijdens het ontbijt maken we nader kennis met de Vlaming. Hij is sinds 10 dagen “aan het stappen” vanaf Vezelay. Zijn doel is St. Jean Pied de Port. Zo rommelig als wij zijn, zo geordend is deze meneer van 67!

P. koopt 2 stokbroden op de pof, als blijkt dat de bakker niet terug kan geven van € 50,-. Wisselen lukt wel bij de Vlaamse pelgrim.

De ochtendnevel hangt tussen de donkergroene naaldbossen. Overal ontdekken we ook bebouwing, de rode pannendakjes staan in groepen tussen de bomen. Regelmatig passeren we een dergelijk groepje huizen. De route loopt gewoon over het erf. Een bank staat er zo uitnodigend dat we hem niet kunnen weerstaan. Een stokoud mannetje met twee emmers komt direct voor een praatje. Hij is aangenaam verrast met wat levendigheid in dit stille gehucht. Hiervan getuigd zijn grapje: normaal verkoop ik kaartjes voor het bankje, maar vandaag mogen jullie gratis zitten .

Voor onze nieuwsgierige aard is ieder erf een heerlijkheid, behalve dan die honden. Eerder lagen ze aan de ketting, maar hier lopen ze vaak los. Woest blaffend stormen ze op ons af. De bazen of bazinnen schreeuwen minstens zo fel, maar de hondenbeesten luisteren nergens naar.

Wel hebben ze (tot nu toe ) ontzag voor onze stokken. Gezien hun gedrag hebben ze stuk voor al wel eens met het stokje gehad….!

Het plaatsje St. Clement, belooft veel, maar maakt het niet waar.Hotel, bar, restaurant, het is allemaal gesloten op woensdag. Niet zeuren, we hebben voldoende eten en drinken in de tas. Voor nu is het stappen en stijgen.

Helemaal bezweet is vooral P.favoriet bij alle stekende insecten. Och errum, de dazen steken door zijn T-shirt heen, en laten een bloedvlek achter! Op zijn benen ontstaan hele plakkaten door de angel van zo’rot beest. Oké, we hebben aan veel insecten een hekel, maar de talloze vlinders mogen blijven. In het bos zien we vooral veel donker gekleurde, en in de berm tussen de Scabiosa, Margrieten en Korenbloemen fladderen grote witte vlinders.

Wat zouden we graag even wat van de lichtheid van zo’n vlinder hebben. Wij kunnen niet meer dan zwaar verder stampen.

Het lijkt erop dat de kabouters een beter mobiel netwerk hebben dan wie ook, want middenin het grote bos hebben we verbinding met l’auberge La Source. Fermé is het eerste antwoord.

Ook deze keer is –pèlérin- het toverwoord . We zijn welkom, slapen kan in de skihut even verderop.Zo ver zijn we nog lang niet. De tocht is heel erg zwaar door de hoge luchtvochtigheid, en meerdere keren gaan we over de 900 meter. Na uren bos zijn we blij als we L’Avoine bereiken. We denken dat dit het eindpunt is. Te vroeg gejuicht.De auberge is nog 60 minuten lopen.Pffff, even een zak pinda’s wegkauwen, voordat we verder kunnen. Er is weinig aan, die laatste kilometers, behalve het hert met een geweitje. De jonge herbergier lijkt op ons te wachten. Bij hem puffen we uit met een1664. Dan de laatste 300 meter naar de skihut. Een kek plekje in de middle of nowhere

Tijdens de routine controle ontdekt J.Bij  P. nog meer fans: J. verwijdert 5 teken!

De herbergier kookt voor ons een onvervalste Franse maaltijd. De rode wijn staat al klaar en daarbij een vleespaté met uien in honing. Een super combinatie. Daarna komt er een gietijzeren pan op tafel met gekonfijte krieltjes in een marinade van rode wijn en eenden restjes. Hierin drijven ook twee worsten met een blauw –wit vel. De geur nodigt niet echt uit, maar och, dat heb je met een Frans kaasje ook wel eens…Toch kan J. er maar een klein beetje van eten, het meurt te sterk. Als ze verder informeert blijkt de worst te zijn gemaakt van gehakte varkens maag……..Terwijl we dineren, arriveert de Vlaming om 20.00 uur. Wij applaudisseren voor hem. Als we aan een kaasplankje zitten, schuift hij aan. We wisselen de ervaringen uit van de dag, en bij het toetje is hij duidelijk: snoep en chips zijn “inwerpselen”

Desalniettemin genieten we van ’n flinke punt appel-kruimeltaart.

Om 22.15 uur gaat het licht uit in de skihut.

 

22juni: L'Avoine- Chabreloche 18 km.

Maat 43 en 36 staan al bij de deur te trappelen om te vertrekken…Zouden ze weten dat we een afspraak hebben bij de kerk in Chabreloche?

Als gemzen gaan we bij de skihut omhoog. Het is een makkie dat stijgen tot1190 meter. Hiermee verbreken we ons persoonlijk record dat lag op Mount Snowdon in Wales. Bij de afdaling is concentratie van groot belang. Als je even niet oplet maak je zo een schuiver over de fijne kiezels en losse keien. Om in P’s termen te blijven: we gaan rappi tappi naar beneden. J. valt bijna een keer in spagaat, de schade blijft beperkt tot een schep stenen in de schoen. Uitgelaten komen we om 11,45 uur bij de kerk aan. Gisteren maakten we ons nog zorgen of we er op de afgesproken tijd zouden zijn. We zijn het eerste!. Met koffie vatten we post op een terrasje aan de weg waar we Maayke, Michèl en Poppie verwachten. Tranen al M.en J. elkaar omhelzen. Het is zo fijn om M.en M. en P. weer te zien. We kleppen bij op het terrasje. Ze hebben een heerlijke vakantie gehad en Poppie heeft alle dagen gestoeid met Spetter , een dalmatiër. M. vertelt in geuren en kleuren Ned.- Arg.: 0-0  Het is genieten over een weer, en als we trek krijgen zijn de Fransen net aan hun middagdutje begonnen!

M’s zorgzaamheid zit ditmaal in een blauwe koelbox, die tot de rand toe is gevuld met lekkere dingetjes, zoal tomaatjes, brood met geitenkaas en pruimenjam. Ook schenkt zij ons allerlei monstertjes. Met shampoo en crème-pjes kunnen we geheel verzorgd verder.

Mailen lukt nog steeds niet, daarom gaat het reisverslag per expresse met M.en M. mee.

Even doet het pijn als M. zegt: tot oktober. Oei, dat is nog lang denken we allebei.

We zwaaien tot we hen niet meer kunnen zien. Een gek idee, zij op weg naar Nederland, wij op weg naar hotel Mandarin. Hier verblijft Fried de Vlaming. We nemen het ervan, we luieren op bed, maken het reisverslag op bed, plannen de route voor de komende dagen op bed…

Meloen met taboulé is voor herhaling vatbaar.

 

23 juni Chabreloche – Le Brugeron, 31 km

Zware benen als we opstaan, alle ledematen kraken. Komt het van de afdaling van gisteren of van zoveel uren rust? Het maakt niets uit, bewegen is de enige remedie.

Samen met Fried gebruiken we het Franse ontbijtje. Slechts één stukkie stokbrood en een croissantje met boter en jam. Daar kunnen wij niet op vooruit. Dus de meegesmokkelde geitenkaas smeren we rijkelijk over het broodje.

Een strak blauwe hemel om 08.00 uur. Wij sloven ons uit op 1203 meter. Gaan voor een nieuw persoonlijk record. In de rugzak het geluid van een SMSje. Met een lach delen we dezelfde gedachte: het zal M zijn. Het blijft een verrassing. De telefoon halen we alleen tijdens een pauze tevoorschijn, anders moeten we te vaak stoppen. Op de hoogte waar we nu lopen lijkt de lente opnieuw te beginnen. Eerder was de digitalis al bijna uitgebloeid, hier begint de bloei. Met een lekker weertje koekepeertje kletsen we onafgebroken. De omgeving en de paden worden steeds ruiger. We raggen de rotsblokken op en af. In deze natuur zijn we maar een stipje. We beseffen maar al te goed dat het kan spoken hier. Overal zien we de vernietigende kracht van storm, getuige de vele omgewaaide bomen. De sporen van de modderstroom vertellen wat regenval hier veroorzaakt. Wij mogen genieten van een vredig wandelweertje, om ons heen de bloesem van braam en bosbes. Te midden van al dit moois voelen we grote bewondering voor een ieder die deze weg alleen gaat. Je moet toch verdomd goed met jezelf op kunnen schieten om dag in dag uit de drive te kunnen vinden. Ook samen moet je het goed eens zijn. Er is zoveel op een dag om gedonder over te krijgen. Wij zijn het samen eens dat we om 13.15 uur pauzeren. Gewoon langs de weg in een hoekje schaduw. Ineens is het druk bij ons: tik tik tik, daar komt onze Vlaamse pelgrim aan. Op het zelfde moment stoppen er 2 fietsers. We kletsen onze rust vol. De betekenis van coin cuisine…. wij denken hoekkeuken. Het doet F schudden van het lachen. Blij dat hij tweetalig is en ons kan vertellen dat het een keukenhoek is.

De vergezichten onderweg snuiven we op, zoveel moois is niet vast te leggen met de camera. In La Renaudie staat een bank op een uitzichtpunt. We eten er tuc-koekjes en maken ons op voor het laatste stuk. Ook nu kletsen we de kilometers onder onze voeten door. Voor we er erg in hebben zijn we in Le Brugeron. Net voor het dorp trekt F met ons op. In het dorp is er meteen een behulpzame man. De gîte bestaat al 2 jaar niet meer, we worden meegetroond naar de secretaresse van de burgemeester. Haar telefoontje schiet niet echt op. Uiteindelijk wordt het toch het plaatselijk hotel Les Genêts. De ontvangst is hartelijk door een jonge, wulpse dame. Om de prijs te drukken delen we met drieën een kamer. Om beurten in bad (!), en op het terras genieten we van een pintje. Op het menu staat als voorafje Gésiers op een bedje van sla. De warme kippenmaagjes smaken voortreffelijk. Daarna Gigot van de gril. Dit lamsvlees past prima bij het aardappelgerecht van de streek. De kaas is oké. In plaats van een taartje kiezen we een likeur gemaakt van de gele gentiaan. Het is een aanrader van F. De nasmaak is bitter, als van paardenbloemen. Toch genieten we van het borreltje en we proosten op de verjaardag van heeroom Jan, proficiat.

Wanneer Frankrijk een ronde verder is wordt de wulpse jongedame steeds amicaler. Ze schenkt ons bier, wijn en de borrel. Ondertussen vertelt ze over haar vakantie in Nederland, veel drugs en drop…..

  

25 juni Les Fraisses-Chadernolles 20 km

De zelfgemaakte jam van aardbeien en rode bes + bramen is overheerlijk op het knapperige stokbrood. De laaghangend wolken lossen zienderogen op vanuit het dal. We lopen ”voor een dubbeltje op de eerste rang”. Het is al druk op zondagmorgen voor achten, veel motoren en auto’s. Van Conny en Can hebben we geen telefoontje meer gehad. We zullen hen een smsje sturen als we in Ambert zijn, in de overtuiging dat een ontmoeting er niet meer in zit. Het is vanuit Biarritz een heel eind naar Ambert.

Na twee en een half uur asfalt lopen bereiken we Ambert. Nederlandse kentekens vallen ons altijd op, en zeker de rode Clio die een abrupte slinger maakt. Op het volgende moment begrijpen we waarom… het is Con!! Ohhh dit hadden we echt niet verwacht. Om de hoek Conny op de uitkijk, het is niet te geloven dat we haar hier kunnen omhelzen. Ronkende motoren en klokgelui maken het ons even onmogelijk om elkaar te verstaan. De lieve schatten hebben half Frankrijk doorkruist om ons te zien. Op een terrasje aan het kerkplein schuiven we achter een bak koffie. Het is gek, twee maanden geleden waren er tranen om het afscheid, nu lijkt het zo gewoon alsof we elkaar vorige week geleden nog zagen. Samen eten we, iets wat we thuis ook zo graag samen delen. C. kiest voor salade met saumon en fruits de mer, C,J en P gaan voor de salade gésiers( de kippenmaagjes), met daarbij water en witte wijn. Ons bedje staat gespreid als we eerder terug mochten zijn, net zoals we een gespreid bedje vonden toen we het Pieterpad liepen. Kussen en knuffelen ten afscheid, zwaaien tot het end. Met een goed gevoel gaan we verder. Gespreksstof genoeg over deze fantastische, ongedwongen ontmoeting. Het moet voor C en C toch spannend geweest zijn, want de gestuurde sms-jes en telefoontjes hadden we niet gehoord. Gewoon super geluk dat we op het zelfde tijdstip op hetzelfde punt waren.

De laatste 10 kilometer rijden veel off-road motoren ons tegemoet.De herrie en de stank van de motoren nemen we op de koop toe als een slinger van honderden motorcrossers ons begroet met opgestoken hand of duim. Als we hen achter laten is het de donder die het overneemt. In de vallei zien we de regen vallen, de bliksem licht de donkere hemel op.

Het loopt niet ontspannen met die dreiging rondom ons. We kunnen niet meer dan doorlopen. Nog een uur ongeveer. Zelfs de regenkleding moet aan. J. zet de rugzak zowat op een adder. Nu telt vooral het eigen hachie. De laatste meters naar Le moulin de Pacros valt het met bakken uit de lucht. Hanke roept ons toe dat we de blauwe deur moeten nemen. Precies op het moment dat J de deurklink vast heeft knalt er een oorverdovende donderslag. Blij dat we binnen zijn maken we kennis met Hanke,Ros en Reggie Janssen. Nederlanders die keihard gewerkt hebben aan hun Franse droom. Camping, gite, chambre d’hote. Wij hebben een kamer samen met F. Grappig dat we de verlichting van Ikea herkennen!

Ook Labrador Chopkra sluit spontaan aan. Hij mag niks van de tafel hebben, maar het is een echte lekkerbek. Hier krijgen we een Hollandse hoeveelheid salade, een royaal bord rucola, pittige Lasagna en veel verschillende kaasjes.Het toetje vergeten we want de bar stroomt vol met oranje. Rood-wit-blauwe vlaggetjes sieren de tv hoek op.De wedstrijd Nedeland-Portugal kan beginnen.Wanneer iemand een oranje kroon opzet, is voor F het oranje gevoel onbegrijpelijk. Vlamingen houden zich hier niet mee bezig. Hij noemt het infantiel gedrag, met een kleinburgerlijke inslag. Hij gaat naar bed, en wij zien Nederland verliezen!

Nog geen vakantieplannen? Kijk eens op www.Pacros.com. Leuke plek, fijne mensen,

kind en hond vriendelijk!

  

 ----------------------------------- 2006  WEEK 26 --------------------------------------

 

 

26 juni Chadernolles-Capronne sur Arzon  -    23 km.

Gisteren liepen we 24 km. In plaats van 20. Niet dat het iets uitmaakt, maar dan klopt onze administratie weer!.

Even paniek al P de ortheses kwijt is. Drie keer zoeken is scheepsrecht. Ze liggen - in hun talkpoederpotje- midden onder het bed.

Deze kleine hulpmiddeltjes zorgen voor groot comfort. Zonder deze dingen zou P zijn kleine tenen binnen de kortste keren aan flarden lopen.

Joehoe, het is vandaag al weer twee maanden geleden dat we wegliepen.

Als we het hardop tegen elkaar zeggen lijkt het zo lang geleden. Wat is tijd….?

We zijn tevreden dat we trouw ons dagboek bijgehouden hebben. Zoveel gebeurtenissen, zoveel ontmoetingen die we niet willen vergeten.

Wel kunnen we onsvoorstellen dat trouwe lezers het inmiddels wel geloven:

Opstaan, lopen, zon of regen, slaapplaats zoeken, eten.

Uiteindelijk zijn alle schrijfseltjes ook vooral voor onszelf bedoeld. Dit dagboek blijkt de ideale manier om iedere avond het hoofd leeg te maken. Bourgondiërs als we zijn weten we uit ervaring dat de maaltijd een best hulpmiddel is voor de herinnering van hoe we ons die dag voelden! Vandaar dat jullie vaak tot in detail weten wat de pot schaft! Zo staan we elke nieuwe dag weer open voor alles wat de weg ons biedt.

Het moet ons wel van het hart dat we jullie heerlijke emails wel verschrikkelijk missen. Op ons defecte apparaatje zien we dat er veel in de lucht hangen, maar we kunnen ze niet lezen. Wat ons zeker goed doet is de support van de Fransen.Vaak blijven ze in de deurpost wachten, op roepen ze vanuit een open venster ons goede reis toe. Ze vragen of je water of iets anders nodig hebt. In ruil daarvoor willen ze graag dat we aan hen denken in SdeC.

Zo ook de mevrouw met het roze truitje in Perissange. Ze wil ons alles geven, als we maar een kaarsje opsteken voor haar op het einde van de reis. Met een:” Bonne route à St. Jacques” zwaait ze ons na.

Wij stappen van de Puy de Dôme over naar het departement van de l’Haute Loire. Voor ons geen verschil, het blijft dezelfde harde weg waarlangs we omhoog gaan. De kerkklok van St Jean d’Aubrigoux slaat 15.00 uur. Met deze broeierige warmte is het fijn om de rugzak te parkeren voor de kerk, en met een natte rug een kijkje binnen te nemen.

Veel eerder dan verwacht zijn we in Craponne sur Arzon. Een plaatje dat gedomineerd wordt door de stank en de herrie van verschillende grote wegen. We zoeken in de kronkelstraatjes naar l’Abbé Bandon. Mijnheer pastoor is echter naar een begrafenis.

Op onze zoektocht komen we wel Godefridus tegen. Het café tegenover de kerk lijkt strategisch gezien de beste plek om te wachten. De klanten van café Vernay spreken hun bewondering uit voor ons pelgrims.

Het type Piet Bambergen buigt met respect voor ons. We krijgen een ”Chapeau !” en een lachende schuddende dikke buik.Als PB weg wil rijden in de schoolbus, met (te) veel rosé-tjes op, komt hij terug. Hij heeft de pastoor gesignaleerd. F snelt er achter aan. Wij nemen nog een slokje bier/rosé, we horen het wel. Wat blijkt: het onderkomen voor pelgrims is maar voor twee personen. Het draait uit op een akkoordje met mijnheer pastoor:F in het ene bed, en Pen J in het andere(eenpersoons) bed.

Op maandag zijn alle supermarkten gesloten, dus we eten in de enige bar die open is.

Onze gastheer is Obelix zonder staartjes. Unne lamme goedzak die ons een simpele maar smakelijke salade brengt. We liggen dubbel om F die praat over kreeftenbier als hij kasteelbier bedoelt. Vervolgens serveert de lamme goedzak malse kalfslapjes met elleboogjes macaroni. De kazen zijn weer buitengewoon. F adviseert ons een Picon met vin blanc.

Obelix zelf kent alleen de combinatie met bier. Ook met witte wijn is het likeurtje een lekker afzakkertje, voordat we in de sacristie in een piepklein bedje duiken!

 

27 juni Capronne sur Arzon- Vornay 23 km.

Verrassing al we de muffe vochtige kelder onder de sacristie binnengaan. Mijnheer pastoor heeft een stuk schuimrubber in de hoek gelegd, als extra bed. Blijkbaar vond hij het niet zo’n goed idee dat P en J in een eenpersoons bed zouden slapen….Wat een zorgzaamheid!’

Om 5 uur s’morgens razen de vrachtwagens alweer door het stadje. We liggen zo dicht bij de D9 dat het lijkt of ze bij ons binnen rijden. Bovendien rolt de donder tussen de heuvels….

In de veiligheid van deze sacristie proberen we nog wat te slapen.!

Als we voor 8-ten aanlopen is het opgeklaard.Afwisselende binnenweggetjes in een glooiend landschap. Hier is pijnlijk duidelijk te zien wat de betekenis is van achteruitboeren.

De boer en de boerin die net de koeien naar de stal jagen, zien er treurig ongewassen en onverzorgd uit. Ook hun huis is een bende. Onvoorstelbaar dat ze tussen deze troep kunnen wonen. Woest blaffende honden zijn er op ieder erf. Af en toe schiet onze adrenaline omhoog, als er onverwacht een twee of drie honden wel los lopen. Tot nu toe brengen we het er goed vanaf.

Veel leegstand ook, grote, eens welvarende bedrijven zijn nu vervallen spookhuizen.De panden die gerestaureerd worden zijn niet meer in handen van de boeren. Hier genieten buitenlui én buitenlanders van rust en ruimte. De boeren die er nog wonen zijn erg aardig. Eentje op een Berini zet zijn brommer even stil, om ons te waarschuwen dat we niet op de weg naar St. Jacques lopen. Als we hem zeggen dat we direction Vorey kiezen, begrijpt hij ons, en steekt lachend zijn duim omhoog. De picknickplaats ter hoogte van St. Pierre du Champs is een heerlijke rustplaats met rondom een fantastisch uitzicht. J heeft al zoveel moois gezien, dat ze zich even te rusten legt op het bankje. Ze valt ter plekke in slaap en hoort zichzelf snurken!

Dan strikken we de veters voor de afdaling, ruim 400 meter over 4 kilometer. Goed te doen denken we als we beginnen. Naarmate de kilometers, de temperatuur en de wrijving in de schoenen toenemen, zijn we toch blij als we de bebouwde kom van Vorney in de kijkert krijgen.

Een vriendelijk toeristisch plaatsje. Het Franse ritme hebben we over het algemeen aardig te pakken. Tussen 13.00 uur en 15.00 uur is praktisch alles gesloten. Nu even niet, het gemeentehuis waar we de sleutel van de gîte moeten halen is al om 12.00uur gesloten.

Maakt niet uit, wij nemen bij hotel les Voyageur een klein koffietje. We leunen lui tegen het Franse leven.Dit leventje bevalt ons opper best! Inderdaad, de sleutel komt er, via een restaurant bemachtigen we hem. F.is al gearriveerd en heet ons welkom.Een puike gîte. Als we staan te douchen breekt er een giga onweer los, compleet met hagelstenen.In de beschutting van de gîte doen we onze wasjes. Terwijl J. dit verslag maakt, zijn P. en F. aan het koken. De geur van knoflook, de kleur van ontvelde tomaten, de gerengde (geploaste) boontjes, gebakken piepertjes en de wetenschap van lamsvlees dat zo de pan zal raken, doet het water in de mond lopen.

Noodweer met hagelstenen terwijl de mannen in de pannen roeren… zijn wij even blij dat we niet meer kamperen. We eten alsof we thuis zijn.. verrukkelijk!

 

28 -6 Vorey- le Puy en Velay  27 km.

Yeah, deze ochtend gebakken ei met bacon, dat was alweer weken geleden.

We pikken de GR3 aan, en meteen zijn het weer Swiebertje weggetjes, met dit verschil dat we uitkijken op allemaal bergtoppen. De veldjes graan kleuren goudgeel, de gemaaide weitjes liggen te verschroeien in de zon. De dorpjes ogen steeds Zuid Franser. Platanen langs de hoofdstaat, in het midden van het dorp een petanque pleintje. Bij een café dat geschilderd is in het blauw van de Rovende drinken we koffie. We vallen uit de toonbij de overige klanten, om half 12 vloeit de Richard al rijkelijk. Blij met het cafeïne shot gaan we voorbij Lavoute sur Loire klimmen. We roemen nogmaals de inzet van K en R om een goede schoenmaker te vinden. Op de keien en de rotspaden zijn bergschoenen en absolute voorwaarde. Ver beneden ons stroomt de Loire, we hebben een fraai uitzicht op de Romaanse bruggen.Net als we een foto van het panorama willen maken is de geheugen chip vol! Onvoorstelbaar dat er op zo’n vierkante centimeter zoveel kiekjes passen.

De top is onbeschrijfelijk mooi. We lopen door wolken vlinders.de stapelmuurtjes daarna doen ons denken aan de Dingle-way. Op een van deze muurtjes strijken we neer voor een stokbroodje worst. Dan is er het kasteel van Polignac wat hoog boven op een rots onze aandacht trekt. Het duurt nog een eeuwigheid voordat we le Puy en Velay in zicht hebben. Uiteindelijk roept P. J.enkele passen terug: zicht op de Notre Dame van Velay. We zien haar weliswaar op de rug, maar ze is toch imponerend. De koeien beesten naast ons in de wei hebben  ook een schitterend uitzicht. We cirkelen om le Puy en Velay totdat we eindelijk straf naar beneden mogen. In het centrum met zeer smalle staatjes is het eerste het beste terras van ons. We hebben le Puy gehaald, een ijkpunt met een magische klank. We drinken ijskoude rosé als limonade. Smsje van E . Hij laat ons weten dat Hansch komt. Smsje van F.:hij laat ons weten dat hij op chambre deux ligt van l’auberge de jeunesse. Wij zitten heel tevree aan de voet van le Rocher St Michel. O jeetje de rosé is bij J in de benen gezakt, wat een heisa voor P om haar in de jeugdherberg te krijgen. We puffen even uit, drinken een liter water, en dan de douche in. Opgefrist gaan we de stad in. Een restaurant vinden valt niet mee. Waar o waar is het straatje met de sfeervolle eettentjes?Of zijn onze verwachtingen te hoog? Moe als we zijn willen we eigelijk op 100 meter van de jeugdherberg eten. Als P een blik bij de pizzeria binnen werpt ziet hij de Paul die we ontmoeten in de gîte waar we ons brood kwijt waren. Hij vliegt achterzijn tafeltje vandaan en we kletsen tot zijn eten geserveerd wordt. Voor ons geen Italiaan, maar een echt Frans etablissement. Le Croco valt op door gezellige Franse drukte aan piepkleine tafeltjes. We eten een salade regionaux en gourmand. We slurpen weer een liter water en rode wijn.

 

Start Gastenboek De laatste 100 km Spanje Zuid Frankrijk Midden Frankrijk Noord-Frankrijk België Nederland Voorbereidingen Geschiedenis Uitrusting