De laatste 100 km

 

 

23 augustus Sarria - Portomarin 25 km

Gisteravond sprongen ons spontaan de tranen in de ogen van alle balsems en andere sterk geurende smeersels die onze 8 slaapkamergenoten gebruiken. Kamferspiritus en Midalganachtigen met daarbij veel pillen moet hen morgen weer op weg helpen. Er heeft zich namelijk een nieuwe kudde bij de stoet aangesloten: de 100 kilometer lopers. Deze afstand is voldoende om een Compostelana in Santiago te krijgen. Bovendien staat het pelgrimsdiploma goed op je CV in Spanje. Als je de laatste 100 kilometers naar Santiago te voet hebt afgelegd, of de laatste 200 kilometers met de fiets dan geeft je dit voorrang als je solliciteert op een overheidsbaan. Wil je in het Spaanse leger dan moet je zowiezo eerst naar Santiago lopen. Het is dus druk, veel jongeren op de weg.

We lopen vandaag door 20 dorpen en gehuchten. Daar hebben we regelmatig tegenliggers. Boeren of boerinnen die met hun koeien op stap zijn. De koeiebeesten hebben net zo'n mooie ogen als die van de Aubrac, maar de spitse indrukwekkende horens boezemen ontzag in als we er tussen in lopen. Als ze voorbij zijn laveren wij weer verder tussen de koeieflatsen.

De weitjes zijn door gestapelde leisteen muurtjes in kleine perceeltjes verdeeld. Opnieuw verbazen we ons hoe mensen hier leven, wat we zien en ruiken is zo gênant dat we ervan gaan fluisteren. De oversteken van beekdalletjes en waterloopjes zijn nu eenvoudig, maar stapstenen en bruggetjes vertellen dat het hier nat kan zijn.

P had het al voorspeld, de 100 kilometermarkering zal wel helemaal onder de graffiti gespoten zijn. Inderdaad! Om ergernis te voorkomen vieren wij ons feestje bij paal 99. Terwijl we zo voortgaan gaat ons gesprek steeds vaker over Santiago. Wij naderen ons doel met rasse schreden. Hoe zal de aankomst zijn? Wat verwachten we?

De aankomst in Portomarín brengt ons weer in de alledaagse werkelijkheid van de camino. Klein kamertje, 3 stapelbedden, een raam wat open kan gelukkig. Het is nog rustig maar we weten dat het hier over een paar uur weer overvol zal zijn. Terwijl we de tassen neerzetten voelen we dat we lang genoeg onderweg zijn, we verlangen naar ons eigen huis, ons eigen bed, de krant lezen op de wc. Familie en vrienden vertellen over onze belevenissen, knuffelen met de kleintjes..... De weg van Schaijk naar Santiago is lang genoeg om precies te weten wie je mist.... Nog maar een keer het pelgrimsmenu, het is beter dan gisteren, maar nog niks.... Bovenstaande klinkt mogelijk ontevreden maar zo bedoelen we het beslist niet. Het is meer dat we alles al gezien, gehoord, geproefd, en beleefd hebben, het is zo ontzettend goed en geweldig geweest.

Op het terras roezemoezen nog veel pelgrims, wij gaan naar bed, om morgen weer uitgerust op stap te gaan.

  

24 augustus Portomarin - Pallas de Rei 24 km

Wat een rustige kamer treffen we. Geen gesnurk, wij zijn de eerste die geluid maken om 7.00 uur.

Als we van het kamertje zijn paniek; de fleece van J is kwijt! Denkwerk brengt ons terug bij het terras gisteravond, daar heeft J hem laten hangen op de stoel. Navraag levert niks op. Het voelt leeg en onveilig zonder het warme vestje. Tuurlijk is een nieuwe fleece te koop, maar na 4 maanden is ze toch wel erg gehecht aan dit vest. Als je alleen het hoogst noodzakelijke in de rugzak hebt wil je er niks van missen. Het is niet anders, in het portaal van de Albergue binden we de schoenen onder, we gaan verder. Als P bij J de rugzak omhangt komt er een jongen de trap af.....mét het vest van J. Ohh, gracias, muchos gracias.

Opgelucht gaan we aan de wandel, een lange voetbrug over de baai bij Portomarín, en dan stijgen we over een onverhard weggetje. Goh, wat is het druk, voor ons en achter ons hele groepen en families.

Ook druk in het hoofd, duizend gedachten. Een wereld van verschil tussen de opwinding van die 100km lopers, en de verzadiging van ons die bijna 3000 kilometer liepen. We hebben weinig gemeenschappelijk, behalve "Hola, buenos dias en buen camino".

In dit gebied overheerst de intensieve veehouderij. De kippenschuren en koeienstallen zien er hier wat eigentijdser uit dan de afgelopen dagen. Na het gehucht Ventas de Narón komen we eucalyptusbossen tegen. We snuiven de geur diep op, mmm.

Eenmaal in Palas de Rei is het druk, heel druk. Nog net vinden we een stapelbed voor samen in de privéherberg. De herberg van de Xunta de Galicia (=overheid) ligt al vol. Hier rennen velen naar toe, want een slaapplaats is er gratis. Ok, we hebben alle begrip, zo kunnen ook Spanjaarden met een kleine beurs naar Santiago lopen. Na ons zien we nog ontelbare pelgrims door het stadje banjeren op zoek naar een slaapplaats.

We wachten braaf op een tafeltje om raciones te eten. Dat zijn kleine gerechtjes waar we samen van smikkelen. We kiezen Pulpo en Roxa, vis en vlees, heerlijk gekruid. In Galicië maken ze een frisse witte wijn -Ribeíro- die geserveerd wordt in witte porceleinen kommetjes, heel apart.

Dit laatste stuk van de camino is in alle opzichten anders. Het landschap, het eten, de drukte. Uitgerekend wij lopen ongewild in de grootste massa van 2006. Iedereen wil/moet zondag de 27ste arriveren bij de kathedraal. Da's de laatste dag van de vakantie. Ana stuurt een sms: als we in Santiago aankomen zijn we van harte welkom bij haar ouders, we kunnen slapen in hun flat. Wat een geweldig gebaar! Wij stellen onze plannen bij, morgen slapen we uit, en lopen 15 km.

 

25 augustus Palas de Rei - San Xulián 3 km

Uitslapen is een groot woord, maar we blijven liggen tot 8.15. Het miezert hard genoeg voor een regenpak. De eucalyptusbossen geuren nog sterker met dit weer. Het uithangbord O' Abrigadoiro lokt ons binnen voor koffie. Alweer druk, allemaal natte pelgrims... Ondanks dit zijn we meteen gepakt door de uitstraling van deze plek. Wat een fijne sfeer! Geen loeiharde TV, geen flikkerlampjes van gokkasten.

De prima baardmans achter de bar spreekt wat Frans. Hij excuseert zich voor de luidruchtige Italianen en Spanjaarden, en zegt het een gekkenhuis te vinden dit weekend. Iedereen wil zondag in Santiago zijn, maandag zal de rust zijn wedergekeerd. We kijken elkaar eens aan en weten genoeg. Deze bevestiging is voldoende om de tas in de hoek te zetten, en een dag te blijven op deze fijne plek.

 

Er blinkt een traan van ontroering als baardmans zonder voorkennis een cd van Loreena McKennit opzet. Wat een geluk als je de juiste mens op de juiste plek treft; hij vraagt of we het fijn vinden als hij de open haard aanmaakt. Bij het knappend haardvuur kijken we terug, praten we over al die bijzondere ontmoetingen. De boer van de Peelrand, die met P boodschappen ging doen, Elysee en Jojo met een tafel vol eten, die lieve mevrouw Louise in Andenne, de dronken vrijgezel waar we in de stal mochten slapen, tot rust komen bij Kathleen en René, het hemelbed geschonken door de kasteelheer van le Seu, de mooiste gîte van Jean-Michèl in Aire-sur-l'Adour, mosselen eten in Aroue. Steeds nieuwe beelden dringen zich op, de onweersbui waar we ternauwernood aan ontsnapten, urenlang stappen door productiebossen met R, pauzeren op de wolvenrots in de Aubrac, de modder en sut onder de zolen, zinderende hitte, kerkklokken die je wakker houden, de wolkenluchten van Navarra.

Wat vooral ook iedere keer boven komt is hoe ver het was, hoeveel stappen we hebben gezet. Gek, maar we vinden het zelf waanzinnig dat we bijna in Santiago zijn. Het besef dat we afscheid gaan nemen van het pelgrimsleven. Baardmans, de klassieke muziek en het vuur zijn vandaag onze geluksbrengers, om nooit te vergeten!

 

De hele familie werkt hier in de herberg, verder is het een dorpje van nix. Of toch wel? Hier eet het varken van de overbuurvrouw de schillen uit de herberg, slapen de honden midden op straat, bewoners maken een praatje met langskomende pelgrims, hier zijn mensen tevreden.

De avond is erg gezellig, met een stel wat vanuit Zwitserland komt lopen, en ineens zijn daar Christine en Lucia. Meteen hebben we weer schik om die Franse bitch. Hier is het eten veel beter, groentesoep en rijkgevulde salade met geroosterd vlees-kaas met honing en een borreltje met z'n allen voor het slapen gaan 

    

26 augustus San Xulián - Arzúa 24 km

Het kost moeite om deze fijne plek te verlaten. Na een ontbijt waar je op vooruit kunt schudden we baardmans de hand, met de belofte dat we aankomen als we in de buurt zijn.... We gaan weer verder door het glooiende boerenland. Heel regelmatig zien we een hórreos, een typisch bouwsel van natuursteen en hout in Galicië. Het is een opslagplaats voor maïs, door ze op een verhoging te bouwen zouden de muizen er niet bij kunnen. Wij zijn er niet zeker van, of zijn Spaanse muizen niet zo behendig als Nederlandse? Het is droog, lekker temperatuurtje. Wat boffen we met het weer, het kan hier veel, vaak en langdurig regenen. In Nederland is het niet al te best begrijpen we uit de mails. Als we rusten komt Daniël uit Keulen kletsen. Met 2500 kmters in de benen deelt hij onze gevoelens. Ook hij heeft alles al een keer meegemaakt. Sinds een paar dagen vindt hij het moeilijk om iedere ochtend weer de motivatie te vinden om verder te lopen. Toch geeft zo'n lotgenotencontact hem weer energie, met een lach op z'n gezicht gaat hij weer verder. Wij ook, we snuiven de heerlijke geur van de vele eucalyptusbossen diep op. Plan is om een Casa Rural (B&B) te nemen in Ribadiso.

We lopen en lopen, maar niks geen casa. Voor we er erg in hebben zijn we in Arzúa. Meteen aan de linkse kant is een leuke tent waar we kunnen eten en slapen. Yes! Si! We vinden een gespreid bed bij O'Retiro. Wat een luxe; een kamer voor onszelf. Een goeie douche en een half uurtje plat. De meid achter de bar is aardig maar verschrikkelijk haastig. P krijgt een groot bord witte rijst met tomatensaus met daar bovenop een spiegelei. De salade met een aardappeltortilla ziet er aantrekkelijker uit. We delen alles samen, 't smaakt! Dan krijgt P sardientjes en J een onbekend visje met net zoveel graatjes. Peuzelen, ieder visje fileren we met zorg. We besluiten met Santiago taart, zoet met amandeltjes...yammie! Hey Marco voor jouw verjaardag willen we koken met een Spaans tintje! OK?

 

27 augustus Arzúa - Lavacolla 28 km

We hebben er zin in vandaag. Na een ontbijtje melk met muesli uit de rugzak lopen we de mistige ochtend in. Uit de mist vallen druppeltjes, de fleece beschermt ons voldoende. Veel oude bekenden op de weg zoals de Oostenrijker met zijn sprekende ogen. Oef, hij heeft het moeilijk. Nog steeds blaren en ander ongemak. Lucia en Christina daarentegen lachen voluit, we horen ze al van verre aankomen. De Spanjaard die zo ontzettend lag te slapen -in de Albergue van Fonfria- excuseert zich dat hij geen engels kan. Enigszins geëmotioneerd wenst hij ons een goede laatste dag op de camino. De Noorse mevrouw vraagt of we haar man hebben gezien. Ook al ken je elkaar nauwelijks, de camino verbindt. De route is prachtig, echt zo'n stuk waar we Dais een plezier mee zouden doen. Het heeft alle ingrediënten voor een enerverende hondewandeling, en in gedachten loopt ze met ons mee. Er is volop te snuffelen en te dartelen, op muizenjacht tussen de klimopbosjes, kwispelend heuvel op heuvel af. Een beekje om in te plonzen en ons daarna aan te kijken met een onschuldig snuitje. Daarna uitgebreid rollen in zwart zand, gauw nog wat schapenkeutels opvreten. Natuurlijk uitschudden als ze precies naast je staat. Slobberen uit de waterbak, alles onder kliederen en dan tevreden in slaap vallen. Ohh, wat zou ze eruit zien, ohh wat zou ze stinken, ohh wat zou ze ervan genieten. Dierbare herinneringen aan een gouden hond. P heeft iets met getallen. Hij rekende uit dat als J gemiddeld 5 km per dag met Daisy liep x 365 dagen x 14 jaren = 25.550 kilometer. Dais is de beste therapeut ooit! Nu loopt J er met gemak 25 per dag.

Ondanks dat we dichtbij Santiago zijn merken we niets van een grote stad. Gewoon lekker landelijk lopen. Veel eucalyptusbossen, heel apart met de gladde hoge stammen. Geruststellend zijn de kilometermarkeringen langs de camino. 32 km, 29,5 km, het wordt alsmaar minder. Vandaag zullen wij tussen 12 en 10 kilometer een slaapplaats zoeken. Tjee, we zijn er bijna! Als we in het geen sterren hotel in Lavacolla op bed ploffen begint het door te dringen. Santiago ligt op een steenworp afstand! Het moet gek gaan of we bereiken morgen ons doel. Toch is het nog de ver van dit bed show, P gaat het wasje doen, J schrijft het reisverslag. Samen doen we een schoonheidsslaapje. Dan verlaten we ons nul sterren hotel, het bed is schoon, maar eten willen we hier niet. De overbuurman lijkt meer kwaliteit te leveren....alhoewel...de wijnglazen zijn zo goor dat J ze terug brengt. Terwijl we op het terras zitten klappen we voor de binnenkomst van Lucia en Irene. Als ze de rugzak hebben gelost gaan ze op pad om Christina te zoeken. Kleine Lucia heeft de backpack als ze terugkomen, wij zorgen voor applaus! Zo strompelen ze binnen. And remember: we have tomorrow an appointment at 10.00 o'clock before the cathedral....yes Christina! Verder is het menu del Casa prima, snijbonenschoteltje vooraf, 2 soorten vis als hoofdgerecht, tiramisu toe. We weten niet zeker of we jullie al gemeld hebben dat we in SdC welkom zijn bij de moeder van Ana. Zij zorgt voor lunch, diner en bed! Een geweldig gebaar want het is een crazy mierenhoop in Santiago, een slaapplaats is praktisch onmogeilijk te vinden....

   

28 augustus Lavacolla - Santiago de Compostela 11 km

Om 5.15 zijn we klaarwakker, ongelooflijk vandaag gaan we ons doel bereiken! Voor de laatste keer pakken we de rugzak in voor de laatste 11 kilometers. Ze zijn weinig inspirerend, ronduit lelijk eigenlijk. Ook de kilometermarkeringen moeten we missen. De gele pijlen die ons overal de weg wezen zijn ineens zeldzaam. P breekt bijna zijn been als we over een brug met losliggende(!) planken lopen. Goh, wat zijn we blij dat we gisteren 9 kilometer extra liepen, aan de 11 van vandaag hebben we meer dan genoeg. Tot Monte del Gozo de berg der vreugde zijn er nauwelijks pelgrims op de weg. Ter gelegenheid van het bezoek van de paus zijn hier in 1999 800 slaapplaatsen gebouwd. Vanaf hier vertrekken de meeste voor de laatste 5 km. Hordes rugzakkers gaan ons voor. De oude binnenstad is een verademing. We kriskrassen wat om een zeer grote groep toeristen-pelgrims van ons af te schudden. Gelukt! Dat weten we als we trappen opgaan om onze compostelana in ontvangst te nemen. De 3 Italiaanse meiden en Paulo staan onderaan de trap, pff dat betekend nog minstens een uur in de rij voordat zij hun pelgrimsdiploma krijgen. We spreken af dat we op elkaar wachten na de mis. Oog in oog met de kathedraal zijn we heel nuchter. Groots, imposant, druk. Heel anders regeert de rooie Catalaanse. Emotioneel vliegt ze ons om de nek. Ook als we de kathedraal binnen gaan zien we veel pelgrims huilen, anderen lopen met een verdwaasde blik rond. Vooraan in de kerk zit het Duitse stel...ze wenken ons, en kussen ook al zo geëmotioneerd. Wij moeten op hun plek in de bank gaan zitten, volgens hen heeft het zo moeten zijn, ze hebben op ons gewacht....tegelijkertijd spreekt een Nederlandse fietspelgrim ons aan, hij brengt de groeten over van Ana....prr smsje van Ans, volgens haar berekening zouden we in SdC moeten zijn.... Deze gebeurtenissen raken ons. In de mis wordt iedereen genoemd die op de 28ste gearriveerd is. We zijn de enige 2 Nederlanders à pie. Tijdens de mis zien we de 3 Italiaanse meiden net zo hard huilen als dat ze buiten de kerk lachen. Wat dat betreft zijn wij echt anders. Na de mis gaan we onze aankomst vieren. We heffen het glas met de Italianen. Spannend om naar de moeder van Ana te gaan. Deze min of meer gearrangeerde afspraak ontroerd ons eigenlijk al bij voorbaat. In opdracht van haar dochter ontvangt ze 2 wildvreemde pelgrims in haar huis. De ontmoeting is heel hartelijk. Met 2 woorden Spaans en gebarentaal communiceren we met elkaar. Ze heeft een hippe bar vlak bij het busstation. In de bar serveert ze ons brood met rauwe ham en koffie. Het appartement is boven de bar; 86 trappen op! We vinden een gespreid bed en een frisse douche. Wat een groots gebaar! In elk hotel van Santiago betaal je hiervoor de hoofdprijs. Het is wel een erg leuke, gemoedelijke stad. Net een dorp, we kennen zoveel mensen van de camino. Iedereen slentert rond, iedereen is gelukkig. Iedereen heeft zijn of haar doel bereikt. Op het plein is een jongen in een rolstoel, hij is ook in Santiago aangekomen. Het raakt J diep, meer dan eens hebben we deze tocht stilgestaan bij het feit dat we in goede gezondheid zover mochten lopen. Voor J telt de gedachte; ik had ook in zo'n rolstol kunnen zitten. Het is een groot goed dat we samen tot hier mochten komen. Veel is ons bespaard gebleven, onweer in het open veld, een migraineaanval langs een autoweg, diefstal en 14 dagen regen. Onze rugzakken zijn zowat leeg geleefd na 125 dagen. Kleren zijn tot op de draad versleten. We kunnen de reikwijdte van deze ervaring niet overzien. Wel weten we dat de camino is als het leven zelf, maar elke ontmoeting en iedere gebeurtenis is zo intens, als onder een vergrootglas. Zoals de bijzondere verbintenis die we voelen met Ana, we wachten op haar, ze zal de 30ste in Santiago zijn. Samen gaan we naar de pelgrimsmis om 12.00 uur. De tranen komen als de botafumeiro een reusachtig wierookvat in beweging word gebracht. Acht mannen trekken aan de touwen en slingeren het wierookvat hoger en hoger.

Het zwaaien en zwieren raakt ons hart. Als we de kathedraal verlaten komt precies op dat moment een Golden Retriever met z'n baas het plein op. Als een wolkbreuk komen de emoties, Dais is écht overal en altijd bij ons. Deze sterke hond liep de camino vanaf Roncesvalles. Ongeveer 780km! Op kousenvoetjes en ze brengt de boodschap voor de toekomst.

Hier sluiten wij ons reisverhaal, we gaan samen door naar Kaap Finisterra, het einde van de wereld voor de mens in vroeger tijden.

Een symbolische plek om afscheid te nemen van het pelgrimsleven.

We zien elkaar snel,

Paul&Jeanneke

 

 

 

Start Gastenboek De laatste 100 km Spanje Zuid Frankrijk Midden Frankrijk Noord-Frankrijk België Nederland Voorbereidingen Geschiedenis Uitrusting